12-8-2020 Audiëntie – Harmonie is dienstbaarheid
Aanklacht tegen egoïsme, onverschilligheid en individualisme

“Zich in het leven proberen omhoog te werken, proberen boven de anderen te staan, dat vernietigt de harmonie. Dat is de logica van het domineren van anderen. Harmonie is iets anders: dat is dienstbaarheid.”
Paus Franciscus gaat verder met zijn catechese over het thema, “de wereld genezen”, en hij meent dat “als wij geen zorg dragen voor elkaar, te beginnen met de zwaksten, degenen die het ergst getroffen zijn, met inbegrip van de schepping, wij de wereld niet kunnen genezen”.
“Wij zijn sociale wezens, wij hebben er nood aan in deze sociale harmonie te leven, maar wanneer er egoïsme is, dan richt onze blik zich niet naar de anderen, naar de gemeenschap, maar draait hij rond ons en dat maakt ons boosaardig, slecht, egoïstisch en dat vernietigt de harmonie.”

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
De pandemie heeft in het licht gesteld hoe kwetsbaar wij allemaal zijn en hoezeer met elkaar verbonden. Als wij geen zorg dragen voor elkaar, te beginnen met de zwaksten, degenen die het ergst getroffen zijn, met inbegrip van de schepping, kunnen wij de wereld niet genezen.

De inzet van velen die deze maanden blijk gaven van menselijke en christelijke liefde voor hun naaste, is lovenswaardig. Zij hebben zich aan de zieken gewijd, met gevaar voor hun eigen gezondheid. Het zijn helden! Nochtans is het coronavirus niet de enige ziekte die moet bestreden worden. De pandemie heeft de ruimste sociale pathologieën aan het licht gebracht. Eén ervan is de misvormde kijk op de mens, een kijk die zijn waardigheid en relationeel karakter ontkent. Soms bekijken wij de anderen als objecten om te gebruiken en weg te werpen. In feite maakt zo een blik blind en wakkert een individualistische en agressieve wegwerpcultuur aan die de mens in een consumptieproduct verandert (cf. Apost. Exhort. Evangelii gaudium, 53; Enc. Laudato si’, 22).

In het licht van het geloof weten wij daarentegen dat God op een andere manier naar een man en een vrouw kijkt. Hij heeft ons niet als objecten geschapen, maar als beminde personen, in staat om lief te hebben. Hij schiep ons naar Zijn beeld en gelijkenis (cf Gen 1,27). Zo gaf Hij ons een unieke waardigheid en nodigt Hij ons uit in gemeenschap te leven met Hem, in gemeenschap met onze broeders en zusters, met respect voor heel de schepping. In gemeenschap, in harmonie, mogen wij zeggen. De schepping is een harmonie waarin wij geroepen zijn te leven. En in deze gemeenschap, in deze harmonie die gemeenschap is, geeft God ons de bekwaamheid leven voort te brengen en te beschermen (cf. Gen 1,28-29), te werken en voor de aarde te zorgen (cf. Gen 2,15; Laudato si’, 67). Men begrijpt dat men het leven niet kan voortbrengen en beschermen zonder harmonie; dan zal het vernietigd worden.

In de Evangelies hebben wij een voorbeeld van deze individualistische kijk, die geen harmonie is, namelijk in de vraag die de moeder van de apostelen Johannes en Jakobus aan Jezus stelt (cf. Mt 20,20-28). Zij zou willen dat haar zonen aan de linker- en rechterzijde van de nieuwe koning kunnen zetelen. Maar Jezus stelt een andere visie voor: die van de dienstbaarheid en de gave van zijn leven voor de anderen. En Hij bevestigt dit door onmiddellijk daarna het zicht terug te geven aan twee blinden, die Hij tot leerling maakt (cf. Mt 20,29-34). Zich in het leven proberen omhoog te werken, proberen boven de anderen te staan, dat vernietigt de harmonie. Dat is de logica van het domineren van anderen. Harmonie is iets anders: dat is dienstbaarheid.

Vragen wij dus aan de Heer, ons ogen te geven die aandachtig zijn voor onze broeders en zusters, vooral voor hen die lijden. Als leerlingen van Jezus willen wij niet onverschillig zijn noch individualistisch. Dat zijn twee verkeerde houdingen tegen de harmonie. Onverschillig: elders kijken. Individualistisch: alleen zijn eigenbelang zien. Harmonie door God geschapen, vraagt ons naar de anderen te kijken, naar de behoeften van de anderen, de problemen van de anderen, in gemeenschap te zijn. Wij willen in elke persoon, ongeacht ras, taal of conditie, de menselijke waardigheid erkennen. Harmonie brengt u ertoe de menselijke waardigheid te erkennen, deze harmonie door God geschapen, met de mens in het midden.

Het Tweede Vaticaans Concilie benadrukt dat deze waardigheid onvervreemdbaar is omdat zij “naar Gods beeld geschapen werd” (Past. Const. Gaudium et spes, 12). Zij ligt aan de basis van heel het sociale leven en bepaalt de principes waarmee zij kan functioneren. In de moderne cultuur, is de referentie die het dichtst bij het principe ligt van de onvervreemdbare waardigheid van de persoon, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die de heilige Johannes Paulus II definieerde als “een mijlpaal op de lange en moeilijke weg van het mensengeslacht” en als “één van de hoogwaardigste uitdrukkingen van het geweten van de mens”. Individuele maar ook sociale rechten; en de rechten van de volken. De mens is in zijn persoonlijke waardigheid namelijk een sociaal wezen, geschapen naar het beeld van de Drie-ene God. Wij zijn sociale wezens, wij hebben er nood aan om in deze sociale harmonie te leven, maar wanneer er egoïsme is, dan richt onze blik zich niet naar de anderen, naar de gemeenschap, maar draait hij rond ons en dat maakt ons boosaardig, slecht, egoïstisch en dat vernietigt de harmonie.

Dit vernieuwde besef van de waardigheid van iedere mens heeft ernstige sociale, economische en politieke implicaties. Naar de broeder en heel de schepping kijken als een gave die ontvangen werd van de liefde van de Vader, wekt een houding van aandacht, zorg en verwondering. Een gelovige die zijn naaste ziet als een broeder en niet als een vreemdeling, kijkt met medelijden en empathie, niet minachtend en vijandig. Door naar de wereld te kijken in het licht van het geloof, zal hij alles in het werk stellen om zijn creativiteit en enthousiasme met de hulp van de genade te ontplooien, teneinde de drama’s van de geschiedenis op te lossen. Hij ziet en ontwikkelt zijn capaciteiten als verantwoordelijkheden die opwellen uit zijn geloof, als Gods gaven om ten dienste te stellen van de mensheid en de schepping.

Nu wij allen werken om het virus te bestrijden dat ons allen aangaat zonder onderscheid, roept het geloof ons op, om ernstig en actief de onverschilligheid te bestrijden voor geweldplegingen op de menselijke waardigheid – deze cultuur van onverschilligheid die met de wegwerpcultuur gepaard gaat: wat mij niet aangaat, interesseert me niet. Het geloof eist dat wij ons altijd van individualisme laten genezen en bekeren, zowel persoonlijk als collectief, bijvoorbeeld het individualisme van een partij.

Moge de Heer “ons het zicht teruggeven” om opnieuw te ontdekken wat het betekent tot de mensenfamilie te behoren. En moge deze blik omgezet worden in concrete acties van medelijden en respect voor elke persoon, van zorg voor en bescherming van ons gemeenschappelijk huis.

Terug naar overzicht