30-8-2020 Angelus – Het christenleven is altijd een strijd
Vluchten voor het kruis komt van de duivel

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Het Evangelie van vandaag (Mt 16,21-27) houdt verband met dat van verleden zondag (Mt 16,13-20). Nadat Petrus, in naam van de andere leerlingen, zijn geloof in Jezus beleden heeft als Messias en Zoon van God, begint Jezus zelf tot hen te spreken over Zijn lijden. Op weg naar Jeruzalem, legt Hij open aan Zijn vrienden uit wat Hem te wachten staat in de Heilige Stad: Hij kondigt Zijn mysterie aan van dood en verrijzenis, van vernedering en verheerlijking. Hij zegt dat Hij “daar veel zou moeten lijden van de oudsten, de hogepriesters en de Schriftgeleerden, maar dat Hij na ter dood gebracht te zijn op de derde dag zou verrijzen” (Mt 16,21). Doch Zijn woorden worden niet begrepen, omdat de leerlingen nog een onvolwassen geloof hebben, te veel gebonden aan de mentaliteit van deze wereld (cf Rom 12,2). Zij denken aan een te aardse overwinning, daarom begrijpen zij de taal van het kruis niet.

Tegenover het perspectief dat Jezus kan mislukken en op een kruis sterven, komt zelfs Petrus in opstand en zegt: “Dat verhoede God, Heer! Zo iets mag U nooit overkomen!” (v. 22). Hij gelooft in Jezus – zo is Petrus – hij heeft geloof, hij gelooft in Jezus, hij gelooft. Hij wil Hem volgen, maar aanvaardt niet dat Zijn verheerlijking door het lijden gaat. Voor Petrus en de andere leerlingen – ook voor ons! – is het kruis iets ongemakkelijk, het kruis is een ergernis, terwijl voor Jezus de ergernis erin bestaat, het kruis te vluchten, wat wil zeggen: zich onttrekken aan de wil van de Vader, aan de zending die Hij Hem heeft toevertrouwd voor ons heil. Daarom zegt Jezus tot Petrus: “Ga weg, satan, terug! Gij zijt Mij een aanstoot, want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil” (v. 23). Tien minuten eerder, heeft Jezus Petrus geloofd, Hij heeft hem beloofd het fundament van Zijn Kerk te zijn. Tien minuten later zegt Hij “satan” tegen hem. Hoe dit verklaren? Dat overkomt ons allemaal! In ogenblikken van devotie, vurigheid, goede wil, nabijheid voor de naaste, kijken wij naar Jezus en gaan wij vooruit. Maar in ogenblikken dat wij het kruis tegenkomen, vluchten wij. De duivel, satan – zoals Jezus tot Petrus zegt – verleidt ons. Zich aan het kruis onttrekken, aan het kruis van Jezus, komt van de boze geest.

Daarna zegt Jezus tot iedereen richtend: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen” (v. 24). Op die manier wijst Hij op de weg van de ware leerling, en toont twee houdingen. De eerste is “zichzelf verloochenen”, en dat is geen oppervlakkige verandering, maar een bekering, een omkering van mentaliteit en waarden. De andere is zijn kruis opnemen. Het gaat niet alleen om het geduldig verdragen van de dagelijkse tegenspoed, maar met geloof en zin voor verantwoordelijkheid deze moeite, dit aandeel in het lijden dragen, wat strijd tegen het kwaad meebrengt. Het christenleven is altijd een strijd. De Bijbel zegt dat het leven van een gelovige een strijd is: strijden tegen de boze geest, tegen het kwaad.

Zo wordt het engagement om zijn kruis te dragen, deelname aan het heil van de wereld, met Christus. Zorgen wij ervoor dat het kruis dat bij ons aan de muur hangt, of dat wij aan de hals dragen, het teken zou zijn van ons verlangen om ons met Christus te verenigen om de broeders met liefde te dienen, vooral de kleinsten en meest kwetsbaren. Het kruis is het heilig teken van de liefde van God en het teken van het offer van Jezus, en het mag niet herleid worden tot een bijgelovig voorwerp of decoratief juweel. Telkens wij de blik op het beeld van de gekruisigde Christus richten, bedenken wij dan dat Hij als een ware Dienaar van de Heer Zijn zending volbracht heeft door Zijn leven te geven, door Zijn bloed te vergieten voor de vergeving van de zonden. En laten wij ons niet elders heen leiden, bekoord door de boze. Bijgevolg, als wij Zijn leerlingen willen zijn, zijn wij geroepen Hem na te volgen door ons leven zonder voorbehoud te geven, uit liefde voor God en de naaste.

Moge de Maagd Maria, met Haar Zoon verenigd tot op Calvarië, ons helpen om niet terug te deinzen voor de beproevingen en het lijden, die het getuigenis voor het Evangelie voor ons allen meebrengt.

Terug naar overzicht