25-11-2020 Audiëntie – Het gebed van de eerste Kerk

“De krachtige motor van de evangelisatie, dat zijn de gebedsbijeenkomsten”, verzekert paus Franciscus. In deze bijeenkomsten doet men “de levende ervaring” op “van Jezus’ aanwezigheid” en wordt men “geraakt door de Geest”. “Gebed verspreidt licht en warmte”, benadrukt hij.
De paus gaat verder met zijn catechese over het gebed en buigt zich over de ervaring van de eerste christengemeenschappen. “Wij moeten de zin van aanbidding terugvinden. Aanbidden, God aanbidden, Jezus aanbidden, de Geest aanbidden”, luidt zijn uitnodiging. Want “als de Heilige Geest ontbreekt … is er geen Kerk. Wel een mooie vriendenclub, met goede bedoelingen, en dat is goed, maar geen Kerk”.
“Het is God, niet het gewoel van de werken, maakt de Kerk. De Kerk is geen markt. De Kerk is geen ondernemersvereniging die vooruitgang maakt met een nieuwe onderneming. De Kerk is het werk van de Heilige Geest, die Jezus ons gezonden heeft om ons samen te brengen.”
Paus Franciscus evoceert ook “de mystieke oorsprong van ieder gelovig leven” en vat het zo samen: “God geeft liefde, God vraagt liefde”.

Dierbare broeders en zusters!

De eerste stappen van de Kerk in de wereld werden door het gebed geritmeerd. De apostelgeschriften en het grote verhaal van de Handelingen van de Apostelen beschrijven het beeld van een Kerk op weg, een actieve Kerk, die nochtans in gebedsbijeenkomsten de basis en impuls vindt voor de missionaire activiteit. Het beeld van de eerste gemeenschap in Jeruzalem is een referentiepunt voor iedere andere christelijke ervaring. Lucas beschrijft dit in het boek van de Handelingen: “Zij legden zich ernstig toe op de leer der apostelen, bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van het brood en in het gebed” (2,42). De gemeenschap volhardt in het gebed.

Wij vinden hier vier wezenlijke kenmerken van het Kerkelijk leven: ten eerste, luisteren naar het onderricht van de apostelen – ten tweede, het onderling bewaren van de gemeenschap – ten derde, het breken van het brood – en ten vierde, het gebed. Deze herinneren ons eraan dat het bestaan van de Kerk betekenis heeft als zij sterk met Christus verenigd blijft, dat wil zeggen door de gemeenschap, door Zijn Woord, door de Eucharistie en het gebed. Dat is de manier om ons met Christus te verenigen. Verkondiging en catechese getuigen van de woorden en handelingen van de Meester. Het constant zoeken van broederlijke gemeenschap behoedt voor egoïsme en particularisme. Het breken van het brood verwezenlijkt sacramenteel de aanwezigheid van Jezus onder ons: Hij zal nooit afwezig zijn, in de Eucharistie is Hij het echt. Hij leeft en gaat met ons op weg. En tenslotte, het gebed, de ruimte voor het gesprek met de Vader, door Christus, in de Heilige Geest.

Al wat in de Kerk los van deze “coördinaten” groeit, is zonder fundament. Om een situatie te onderscheiden, moeten wij ons afvragen wat deze vier coördinaten daarin zijn: de verkondiging, het constant zoeken van broedergemeenschap – de naastenliefde, het breken van het brood – dat wil zeggen, het Eucharistisch leven, en het gebed. Elke situatie moet geëvalueerd worden in het licht van deze vier coördinaten. Wat daar niet toe behoort, is niet Kerkelijk. God, niet het gewoel van de werken, maakt de Kerk. De Kerk is geen markt. De Kerk is geen ondernemersvereniging die vooruitgang maakt met een nieuwe onderneming. De Kerk is het werk van de Heilige Geest, die Jezus ons gezonden heeft om ons samen te brengen.

De Kerk is precies het werk van de Geest in de christengemeenschap, in het gemeenschapsleven, in de Eucharistie, in het gebed, altijd. En al wat buiten deze coördinaten groeit, is zonder fundament, als een huis dat op zand gebouwd is (cf Mt 7,24). Het is God, niet het gewoel van de werken, die de Kerk maakt. Het is het woord van Jezus dat betekenis geeft aan onze inspanningen. Het is in nederigheid dat de toekomst van de wereld gebouwd wordt.

Soms voel ik grote droefheid wanneer ik sommige gemeenschappen zie die zich ondanks hun goede wil, van weg vergissen omdat zij denken Kerk te maken met bijeenkomsten, alsof zij een politieke partij zou zijn: meerderheid, minderheid, wie dit denkt, wie dat denkt … Als een synode, een synodale weg die wij moeten afleggen. Ik vraag me af: waar is de Geest? waar is het gebed? waar is de gemeenschapsliefde? waar is de Eucharistie? Zonder die vier coördinaten wordt de Kerk een menselijke samenleving, een politieke partij met meerderheid en minderheid – waar men veranderingen doorvoert alsof het een onderneming is, met meerderheid en minderheid. Maar dat is de Heilige Geest niet. En de aanwezigheid van de Heilige Geest wordt juist gewaarborgd door deze vier coördinaten.

Om te evalueren of een situatie Kerkelijk is of niet, vragen wij ons af of die vier coördinaten er zijn: het gemeenschapsleven, het gebed, de Eucharistie, de verkondiging – hoe het leven zich in deze vier coördinaten ontplooit. Als dat ontbreekt, ontbreekt de Geest en als de Geest ontbreekt, zullen wij een mooie humanitaire vereniging van weldadigheid zijn, dat is goed, of een partij, laat het ons zo zeggen, maar er is geen Kerk. En daarom kan de Kerk niet groeien: zij groeit niet door proselitisme, zoals eender welke onderneming, maar door aantrekkingskracht. En wie bezielt de aantrekkingskracht? De Heilige Geest. Vergeten wij dit woord van Benedictus XVI niet: “De Kerk groeit niet door proselitisme, zij groeit door aantrekkingskracht”. Als de Heilige Geest ontbreekt, wat brengt dan dichter bij Jezus? Een mooie vriendenclub, met goede bedoelingen, dat is goed, maar er is geen Kerk, geen synodaliteit.

Bij het lezen van de Handelingen van de Apostelen ontdekken wij dat de krachtige motor van de evangelisatie de gebedsbijeenkomsten zijn, waar degene die eraan deelneemt de levende ervaring opdoet van de aanwezigheid van Jezus en geraakt wordt door de Geest. De leden van de eerste gemeenschap – maar dat geldt altijd, ook voor ons vandaag – bemerken dat de geschiedenis van de ontmoeting met Jezus niet stopt bij het ogenblik van de hemelvaart, maar dat zij verdergaat in hun leven. Door te vertellen wat de Heer gezegd en gedaan heeft – het luisteren naar het Woord – door te bidden om met Hem in gemeenschap te treden, wordt alles levendig. Het gebed verspreidt licht en warmte: de gave van de Geest geeft er vuur aan.

Hierover doet de Catechismus een heel rijke uitspraak. Er staat: “De Heilige Geest (…) die zo Christus weer in herinnering roept, leidt haar ook tot de volledige waarheid en laat nieuwe formuleringen ontstaan die uitdrukking zullen geven aan het ondoorgrondelijke mysterie van Christus, dat werkzaam is in het leven, in de sacramenten en in de zending van de kerk” (nr. 2625). Dat is het werk van de Geest in de Kerk: Jezus in herinnering brengen. Jezus heeft zelf gezegd: Hij zal u alles in herinnering brengen. De zending is Jezus in herinnering brengen, maar niet als een oefening van het geheugen. Door op weg te gaan op de wegen van de zending, brengen christenen Jezus in herinnering door Hem opnieuw aanwezig te brengen. En van Hem, van Zijn Geest ontvangen zij het elan om te gaan, te verkondigen, te dienen. In het gebed dompelt een christen zich onder in het mysterie van God die van elke mens houdt, de God die verlangt dat het Evangelie aan iedereen verkondigd zou worden. God is God voor iedereen en in Jezus wordt elke scheidingsmuur definitief neergehaald, zoals de heilige Paulus zegt. Hij is onze vrede, dat wil zeggen “Hij die de twee werelden één gemaakt heeft” (Ef 2,14). Jezus heeft eenheid bewerkt.

Zo wordt het leven van de eerste Kerk geritmeerd door een onophoudelijke opeenvolging van vieringen, samenkomsten, gebedstijden, zowel in gemeenschap als persoonlijk. En het is de Geest die de kracht geeft aan de verkondigers die zich op reis begeven en die uit liefde voor Jezus zeeën doorkruisen, het hoofd bieden aan gevaren, zich aan vernederingen onderwerpen.

God geeft liefde, God vraagt liefde. Dat is de mystieke oorsprong van heel het geloofsleven. De eerste christenen in gebed, maar ook wij die vele eeuwen later komen, wij hebben allemaal dezelfde ervaring. De Geest bezielt elk ding. En elke christen die niet bang is tijd te besteden aan het gebed, kan de woorden van de apostel Paulus tot de zijne maken: “Voor zover ik nu leef in het vlees, leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij” (Gal 2,20). Gebed maakt u daar bewust van. Het is pas in de stilte van de aanbidding dat men heel de waarheid van die woorden ervaart. Wij moeten de betekenis van de aanbidding terugvinden. Aanbidden, God aanbidden, Jezus aanbidden, de Geest aanbidden. De Vader, de Zoon en de Geest aanbidden. In stilte. Aanbidding is gebed dat ons God doet erkennen als het begin en het einde van heel de geschiedenis. En dat gebed is het levende vuur van de Geest die kracht geeft aan het getuigenis en de zending.
Dank u.

Terug naar overzicht