7-10-2020 Audiëntie – Het gebed van Elia

Het christenleven, a fortiori het gebedsleven, bestaat uit “momenten van vervoering en verslagenheid, van leed”, benadrukt paus Franciscus.
De paus mediteerde in zijn catechesereeks over het gebed over “één van de meest boeiende persoonlijkheden uit heel de Heilige Schrift: de profeet Elia”. Een “integer man, die geen kleingeestige compromissen kan sluiten”, zegt hij en hij ziet in hem “het voorbeeld voor alle mensen van geloof die bekoringen en leed kennen, maar niet verzaken aan het ideaal waarvoor zij geboren zijn”.
“In het gebed gebeurt altijd het volgende, stelt de paus vast: momenten van vervoering, begeestering, en momenten van verdriet, dorheid, beproeving. Zo is gebed: zich door God laten dragen en ook zich door slechte toestanden en bekoringen laten raken”.
In de loop van zijn meditatie, wenste de paus “ijverige christenen” die “met de moed van Elia optreden tegenover mensen met leidinggevende functies, om te zeggen: dat gaat niet! dat is moord!”.
“Gebed is niet zich opsluiten met de Heer om zijn ziel op te smukken, dat is geen gebed, dat is verkeerd gebed. Gebed is confrontatie met God en zich laten zenden om dienstbaar te zijn voor onze broeders.”

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Wij gaan verder met de catechesereeks over het gebed, die wij onderbroken hebben voor catechese over het behoud van de schepping, en zo ontmoeten wij één van de meest boeiende persoonlijkheden uit heel de Heilige Schrift: de profeet Elia. Hij overstijgt de grenzen van zijn tijd en wij kunnen zijn aanwezigheid ook vinden in sommige passages uit het Evangelie. Hij verschijnt met Mozes, aan Jezus’ zijde op het ogenblik van de Transfiguratie (cf Mt 17,3). Jezus verwijst zelf naar hem om het getuigenis van Johannes de Doper geloofwaardigheid te geven (cf Mt 17,10-13).

In de Bijbel verschijnt Elia onverwacht, op een mysterieuze manier, afkomstig uit een klein, marginaal dorp (cf 1 Kon 17,1) en op het einde verdwijnt hij van het toneel onder de ogen van de leerling Elisa, op een vurige wagen die hem ten hemel voert (cf 2 Kon 2,11-12). Het gaat dus om een man zonder precieze afkomst en vooral zonder bestemming, die ten hemel opgenomen wordt: daarom werd zijn wederkomst verwacht vooruitlopend op de komst van de Messias. Zo werd de wederkomst van Elia verwacht.

De Schrift stelt ons Elia voor als een man met een helder geloof: in zijn naam, die “Jahwe is God” zou kunnen betekenen, ligt het geheim van zijn zending. Dat zal heel zijn leven zo zijn: een integer man, die geen kleingeestige compromissen kan sluiten. Zijn symbool is het vuur, een beeld van Gods zuiverende macht. Hij zal de eerste zijn die hard op de proef gesteld wordt en trouw blijft. Hij is het voorbeeld voor alle mensen van geloof die bekoringen en leed kennen maar niet verzaken aan het ideaal waarvoor zij geboren werden.

Het gebed is het levenskracht dat zijn bestaan voortdurend voedt. Daarom is hij één van de persoonlijkheden die het meest dierbaar zijn aan de monastieke traditie, zodat sommigen in hem de geestelijke vader zien van het Godgewijde leven. Elia is de man Gods die zich verheft tot verdediger van het primaat van de Allerhoogste. En nochtans wordt ook hij verplicht zich te meten met zijn eigen zwakheid. Het is moeilijk te zeggen welke ervaringen het meest nuttig voor hem geweest zijn: de valse profeten overwinnen op de berg Karmel (cf 1 Kon 18,20-40) of de vlucht waarbij hij vaststelt “niet beter te zijn dan zijn vaderen” (cf 1 Kon 19,4). In de ziel van iemand die bidt, is het besef van eigen zwakheid waardevoller dan de momenten van vervoering wanneer het leven een cavalcade lijkt van overwinning en succes. In het gebed gebeurt altijd het volgende: momenten van vervoering brengen, begeestering, en momenten van gebed van verdriet, dorheid, beproeving. Gebed is zich door God laten dragen en ook zich door slechte toestanden en bekoringen laten raken. Dat is een realiteit die we in vele andere Bijbelse roepingen terugvinden, ook in het Nieuwe Testament. Denken we bijvoorbeeld aan de heilige Petrus en de heilige Paulus. Ook hun leven was zo: momenten van vervoering en momenten van verslagenheid, van leed.

Elia is de man van het contemplatieve leven die in zijn actief leven bezorgd is voor de gebeurtenissen van zijn tijd en die zich kan verzetten tegen de koning en de koningin, die Nabat had laten doden, zodat de koning zich kon meester maken van diens wijngaard (cf 1 Kon 21,1-24). Hoezeer hebben wij gelovigen, ijverige christenen nodig, die met de moed van Elia optreden tegen mensen met leidinggevende functies, om te zeggen: dat gaat niet! dat is moord! Wij hebben de geest van Elia nodig. Hij toont ons dat in het leven van een biddend mens geen scheiding is tussen voor de Heer te staan en naar de broeders gaan tot wie Hij ons zendt. Gebed is niet zich opsluiten met de Heer om zijn ziel op te smukken, nee dat is geen gebed, dat is verkeerd gebed. Gebed is confrontatie met God en zich laten zenden om dienstbaar te zijn voor onze broeders. De toets van het gebed is de concrete naastenliefde. Omgekeerd, gelovigen handelen in de wereld nadat ze eerst gezwegen en gebeden hebben; anders is hun optreden impulsief, zonder onderscheiding, een ongebreidelde wedren zonder doel. Gelovigen die zich zo gedragen, begaan veel onrechtvaardigheden omdat zij zich niet voor de Heer geplaatst hebben om te bidden, om te onderscheiden wat zij moeten doen.

De bladzijden van de Bijbel doen veronderstellen dat het geloof van Elia een evolutie gekend heeft: ook hij is in het gebed gegroeid, hij heeft het geleidelijk gezuiverd. Gods gelaat is geleidelijk duidelijker voor hem geworden. Tot het hoogtepunt bereikt werd in de buitengewone ervaring van Gods manifestatie op de berg (cf 1 Kon 19, 9-13). God manifesteert zich niet in de storm noch in de aardbeving of het verslindend vuur maar in het suizen van een zachte bries (v. 12). Er is een vertaling die deze ervaring goed weergeeft: in de stroom van het geluid van de stilte. Zo manifesteert God zich aan Elia. Het is door dit nederig teken dat God met Elia communiceert, die op dat ogenblik een profeet op de vlucht is, die de vrede is kwijtgeraakt. God komt een vermoeide man tegemoet, een man die dacht op alle fronten mislukt te zijn, en met deze zachte bries, deze stroom van het geluid van de stilte, laat hij rust en vrede terugkeren in zijn hart.

Dat is de geschiedenis van Elia, maar het lijkt dat zij voor ons allemaal geschreven werd. Op sommige avonden kunnen wij ons nutteloos en alleen voelen. Dan komt het gebed aan de deur van ons hart kloppen. Wij kunnen allemaal een slip grijpen van de mantel van Elia, zoals zijn leerling Elisa de helft van diens mantel greep. En zelfs als wij fouten begingen, of als wij ons bedreigd en beangstigd voelen, zullen sereniteit en vrede als bij wonder terugkeren als wij in gebed tot God terugkeren. Dat leert ons het voorbeeld van Elia.

Terug naar overzicht