23-3-2022 Het geloof van de ouderen is de catechismus van de jongeren

In zijn catechese tijdens de algemene audiëntie noemde de paus ouderen onvervangbaar in het doorgeven van het geloof.

Geliefde broeders en zusters, goedendag!

In de Bijbel wordt het verhaal over het sterven van Mozes voorafgegaan door zijn geestelijke testament, genoemd Het Lied van Mozes. Dit lied is op de eerste plaats een prachtige geloofsbelijdenis, het luidt als volgt: Jahwe’s naam roep ik uit: Breng hulde aan onze God! Hij is de rots, wat Hij doet is volmaakt, al zijn wegen zijn recht; een God van trouw, zonder onrecht, rechtvaardig is Hij en waarachtig. (Dt 32, 3-4). Het is ook een herinnering aan de met God beleefde geschiedenis, aan de lotgevallen van het volk dat ontstaan is uit het geloof in de God van Abraham, Izaäk en Jacob. Mozes herinnert dus ook aan de bitterheid en aan de ontgoocheling van God zelf: zijn voortdurende, door de ontrouw van zijn volk, op de proef gestelde trouw. De getrouwe God en het antwoord van het ontrouwe volk. Alsof het volk de trouw van God op de proef wilde stellen. En Hij blijft altijd trouw, zijn volk nabij. Dat is de eigelijke kern van het Lied van Mozes: de trouw van God die altijd, gedurende heel het leven, bij ons is

Erfenis

Wanneer Mozes deze geloofsbelijdenis uitspreekt, staat hij op de drempel van het Beloofde Land en van zijn afscheid aan het leven. Het verhaal zegt dat hij honderdtwintig jaar oud was maar zijn ogen waren niet verzwakt (Dt 34,7). Het gaat om de mogelijkheid echt te zien en ook symbolisch te zien. Dat is eigen aan de bejaarden die van de dingen de meest diepe zin kunnen zien. De levendigheid van zijn blik is een kostbaar geschenk: het stelt hem in staat met de nodige helderheid ‘de erfenis’ van zijn lange levenservaring en van het geloof, ‘door te geven’. Mozes ziet geschiedenis en geeft geschiedenis door.

Traditie

Een ouderdom waaraan deze helderheid geschonken wordt, is een kostbaar geschenk voor de generatie die moet volgen. Persoonlijk en direct luisteren naar de beleefde geloofsgeschiedenis, met alle zijn hoogten en laagten, is onvervangbaar. Het lezen in boeken, het zien in films, het naspeuren op internet, is nuttig maar nooit hetzelfde. Deze overdracht – wat de echte en eigenlijke ‘traditie’ is, de concrete overdracht van de oudere naar de jongeren! – deze overdracht ontbreekt aan de nieuwe generaties vandaag vaak en steeds meer. Waarom? Omdat deze nieuwe beschaving het idee koestert dat bejaarden wegwerpmateriaal zijn. Bejaarden worden verwijderd. Dat is brutaal! Neen, zo gaat men niet tewerk. Het directe verhaal, van mens tot mens, heeft bij de communicatie klanken en kleuren die geen enkel ander middel kan overnemen. Een bejaarde die lang geleefd heeft en de gave krijgt van een ‘helder en gevoelvol getuigenis’ over zijn geschiedenis, is een onvervangbare zegen. Zijn wij in staat deze gave van de bejaarden te onderkennen en te waarderen? Volgt de overdracht van het geloof – en van de zin van het leven – deze weg van het luisteren naar bejaarden? Ik kan een persoonlijke ervaring delen. De haat en de woede tegen de oorlog heb ik geleerd van mijn opa die in 1914 bij de Piave had gevochten. Hij heeft mij de woede tegen de oorlog overgedragen. Omdat hij mij het verhaal deed van het lijden van een oorlog. Dat leert men niet in boeken noch op een andere wijze. Men leert het door de overdracht van grootouders aan kleinkinderen. En dat is onvervangbaar. De overdracht van de levenservaring van grootouders aan kleinkinderen. Spijtig genoeg gebeurt het vandaag niet meer en men denkt dat grootouders wegwerpmateriaal zijn: neen!

In onze, zo ‘politiek correcte’, cultuur wordt deze weg op vele wijze onbegaanbaar: in gezin, maatschappij en in de christelijke gemeenschap zelf. Er zijn er zelfs die pleiten voor de afschaffing van geschiedenisonderwijs, als zou het gaan om overbodige informatie over niet langer actuele werelden die bronnen voor de kennis van het heden verbergt. Alsof we gisteren geboren werden!

Oprecht getuigenis

Anderzijds mist de overdracht van het geloof soms de bewogenheid eigen aan een doorleefd gebeuren. Het geloof doorgeven is geen kwestie van bla-bla-bla. Het is spreken over ervaring met geloof. Is dat de reden waarom het moeilijk aantrekkingskracht uitoefent om liefde voor altijd te kiezen, trouw aan het gegeven woord, volharding in de toewijding, medelijden met gewonde en bevuilde gezichten? Zeker, levensgeschiedenissen moeten omgevormd worden tot getuigenis en getuigenis moet oprecht zijn. Een ideologie die de geschiedenis in haar schemata dwingt is zeker niet oprecht. Propaganda die de geschiedenis aanpast aan de promotie van de eigen groep is niet oprecht. Het is niet oprecht van de geschiedenis een rechtbank te maken om heel het verleden te veroordelen en elke toekomst te ontmoedigen. Oprecht zijn betekent: de geschiedenis verhalen zoals het is en slechts wie het beleefd heeft kan het goed verhalen.

Volkstaal

De evangelies verhalen op eerlijke wijze de gewijde geschiedenis van Jezus zonder de vergissingen, het onbegrip en zelfs het verraad vanwege de leerlingen te verbergen. Dit is geschiedenis, dit is waarheid, dit is getuigenis. Dat is de gave van het geheugen die de ‘ouderen’ van de Kerk doorgeven, vanaf het begin wordt het “van hand tot hand” aan de volgende generatie doorgegeven. Het is goed ons de vraag te stellen: in welke mate waarderen wij deze wijze van doorgeven van het geloof door overdracht van getuigenis van de ouderen in de gemeenschap aan de jongeren die openstaan voor de toekomst? Ik denk nu aan iets dat ik al vaak gezegd heb en dat ik nu wil herhalen. Hoe geeft men het geloof door? Ziehier, een boek, bestudeer het: neen. Zo kan men het geloof niet doorgeven. Het geloof wordt doorgegeven in volkstaal, dat wil afzeggen in de taal van het gezin, van grootouders en kleinkinderen. Van ouders en kleinkinderen. Het geloof wordt steeds in de volkstaal doorgegeven, in de vertrouwelijke volkstaal van de ervaring die men met de jaren aanleert.

Beleefde ervaring

Soms overkomt het mij na te denken over deze eigenaardige ongerijmdheid. De catechismus voor de christelijke initiatie put overvloedig uit het woord van God en levert nauwkeurige informatie over dogma’s, over moraal, over geloof en over de sacramenten. Vaak ontbreekt echter een kennis van de Kerk die ontspringt aan het luisteren en aan het getuigenis van de werkelijke geschiedenis van het geloof en van het leven van de kerkelijke gemeenschap, vanaf het begin tot op onze dagen. Als kind leert men het woord van God in het catecheselokaal. Maar de Kerk ‘leert’ men als jongeren in de klaslokalen en in de ‘media’ van de algemene informatie.

Het verhaal van de geloofsgeschiedenis zou echter moeten zijn zoals het lied van Mozes, zoals het getuigenis van de evangelies en van de Handelingen van de Apostelen. Met andere woorden, een geschiedenis die erin slaagt met ontroering de zegeningen van God en met oprechtheid onze tekortkomingen op te roepen. Het zou mooi zijn, mocht, vanaf het begin, in onze catechese ook de gewoonte bestaan om te luisteren naar de beleefde ervaring van de bejaarden, het heldere getuigenis over de van God ontvangen zegeningen die we moeten bewaren en het oprechte getuigenis van onze gemiste trouw die we moeten herstellen en verbeteren.

Het geloof in volkstaal, in de vertrouwde volkstaal, de volkstaal die overgaat van bejaarden op jongeren. Met andere woorden, geleid door de Heer Jezus, gaan bejaarden en jongeren samen binnen in zijn Rijk van leven en liefde. Wel allen samen. Allen als gezin, met die grote schat van het geloof overgeleverd in de volkstaal.

Terug naar overzicht