16-6-2021 Audiëntie – Het heil van Jezus is niet af en toe maar totaal
Slot van de reeks over het gebed

Het heil van Jezus is geen “bijkomstig heil – dat mij redt van ziekte of uit een ogenblik van ontmoediging – maar is het totale heil, het heil van de Messias, degene die mij doet hopen op de definitieve overwinning van het leven op de dood”, zegt paus Franciscus.
Hij besluit zijn catechesereeks over het gebed met een overweging van het gebed van Jezus op het kruis, waar Hij “de absolute voorspreker” is: “Hij bidt voor de anderen, Hij bidt voor iedereen, ook voor hen die Hem veroordelen, zonder dat iemand, behalve een arme misdadiger, partij voor Hem kiest”, benadrukt de paus.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Wij hebben er in deze catechesereeks meermaals aan herinnerd dat het gebed één van de meest opvallende kenmerken is van het leven van Jezus: Jezus bad, Hij bad veel. Tijdens Zijn zending dompelt Jezus er zich in onder, want het gesprek met de Vader is de gloeiende kern van heel Zijn leven.

De Evangelies getuigen dat het gebed van Jezus nog intenser werd in het uur van Zijn lijden en dood. Deze hoogtepunten van Zijn leven zijn de centrale kern van de christelijke verkondiging: deze laatste uren die Jezus in Jeruzalem beleefde zijn de kern van het Evangelie, niet alleen omdat de evangelisten aan dit verhaal in verhouding meer plaats geven, maar ook omdat het gebeuren van de dood en de verrijzenis – als een bliksemschicht – licht werpt op al het overige van de geschiedenis van Jezus. Hij was geen filantroop die zorg droeg voor het lijden en de ziekten van de mens. Hij was veel meer. In Hem is niet alleen goedheid: er is iets meer, er is het heil, en geen bijkomstig heil – dat mij redt van ziekte of uit een ogenblik van ontmoediging – maar er is het totale heil, het messiaanse heil, dat doet hopen op de definitieve overwinning van het leven op de dood.

In de dagen van Zijn laatste Pasen, vinden wij Jezus dus helemaal ondergedompeld in gebed. Hij bidt op een dramatische wijze in de hof van Getsemane – wij hebben het gehoord – belaagd door dodelijke angst. Nochtans richt Jezus zich, juist op dat moment, tot God en noemt Hem “Abba”, Vader (cf Mc 14,36). Dit Aramese woord – dat was Jezus’ taal – drukt vertrouwelijkheid, vertrouwen uit. Juist toen Hij voelde dat de duisternis rond Hem dichter werd, ging Jezus er met dit woordje doorheen: “Abba”, Vader.

Jezus bidt ook op het kruis, onduidelijk omhuld door de stilte van God. Toch ontluikt op Zijn lippen nogmaals het woord “Vader”. Dat is het meest onverschrokken gebed, want op het kruis is Jezus de absolute voorspreker: Hij bidt voor de anderen, Hij bidt voor iedereen, ook voor hen die Hem veroordelen, zonder dat iemand, behalve een arme misdadiger, partij voor Hem kiest. Iedereen was tegen Hem of was onverschillig, alleen deze misdadiger erkent Zijn macht. “Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen” (Lc 23,34). In het midden van het drama, in het bittere verdriet van ziel en lichaam, bidt Jezus met de woorden van de psalmen, met de armen in de wereld, in het bijzonder degenen die door iedereen vergeten worden, spreekt Hij de tragische woorden van Psalm 22: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” (v. 2). Hij voelde verlatenheid en bad. Op het kruis voltrekt zich de gave van de Vader, die de liefde offert, dat wil zeggen dat ons heil zich voltrekt. En nogmaals, Hij noemt Hem “Mijn God”, “Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest”: dat wil zeggen dat alles in de drie uren op het kruis, gebed is.

Jezus bidt dus in de beslissende uren van het lijden en de dood. En met de verrijzenis zal de Vader het gebed verhoren. Het gebed van Jezus is innig, het gebed van Jezus is uniek en wordt ook het model voor ons gebed. Jezus heeft voor iedereen gebeden, Hij bidt ook voor mij, voor ieder van ons. Ieder van ons kan zeggen: Jezus heeft op het kruis voor mij gebeden. Hij heeft gebeden. Jezus kan tot ieder van ons zeggen: Ik heb voor u gebeden op het laatste avondmaal en op het kruishout. Zelfs in ons pijnlijkste leed, zijn wij nooit alleen. Het gebed van Jezus is met ons. En nu, vader, hier, terwijl wij dit horen, bidt Jezus voor ons? – Ja, Hij blijft bidden opdat Zijn woord ons zou helpen om door te gaan. Maar men moet bidden en zich herinneren dat Hij voor ons bidt.

Dit lijkt mij het mooiste om zich te herinneren. Het is de laatste catechese in deze reeks over het gebed: zich de genade herinneren waarvoor wij niet alleen bidden, maar die bij wijze van spreken, voor ons “gebeden” werd, wij zijn al opgenomen in het gesprek van Jezus met de Vader, in de gemeenschap van de Heilige Geest. Jezus bidt voor mij: ieder van ons kan dit in zijn hart leggen. Men mag het niet vergeten. Ook in de moeilijkste ogenblikken. Wij zijn al opgenomen in het gesprek van Jezus met de Vader, in de gemeenschap van de Heilige Geest. Wij zijn in Jezus Christus gewild, en ook in het uur van het lijden, de dood en de verrijzenis werd alles voor ons geofferd. Met het gebed en het leven, rest ons niets anders dan moed te hebben en hoop, en met deze moed en hoop, het gebed van Jezus horen en doorgaan. Moge ons leven een eerbetuiging zijn aan God in het besef dat Hij voor mij tot de Vader bidt, dat Jezus voor mij bidt.

Terug naar overzicht