7-11-2021 Angelus – Hoe belangrijk is het, het heilige te bevrijden van zijn banden met het geld!

“In l’#EvangileduJour (Mc 12, 38-44), stelt Jezus ons de arme weduwe voor als voorbeeld van geloof: haar munten klinken mooier dan de grote offergaven van de rijken, omdat zij de uitdrukking zijn van een leven dat oprecht en met een onvoorwaardelijk vertrouwen aan God gewijd is.” Dit schrijft paus Franciscus in een tweet op deze zondag, een samenvatting van zijn commentaar op het Evangelie, voor de Angelustoespraak.
De paus nodigt uit “naar de arme weduwe te kijken”: “hoe belangrijk is het, het heilige te bevrijden van zijn banden met het geld!”.

Dierbare broeders en zusters, goeiedag!

Het tafereel dat beschreven wordt in het Evangelie van vandaag, speelt zich af in de Tempel van Jeruzalem. Jezus kijkt, Hij kijkt naar wat op die plaats gebeurt, de meest sacrale van alle plaatsen, en ziet dat de schriftgeleerden graag opgemerkt, begroet, geëerd worden en ereplaatsen hebben. En Jezus voegt eraan toe dat “zij de huizen der weduwen opslokken terwijl ze lange gebeden verrichten” (Mc 12,40). Tegelijk bemerkt Zijn blik een ander tafereel: een arme weduwe, juist één van de degenen die door de machtigen uitgebuit worden. Zij werpt in de offerkist van de Tempel “alles waar ze van leven moest” (v. 44). Dat zegt het Evangelie. Zij werpt in de offerkist alles waar zij van leven moet. Het Evangelie plaatst ons voor dit aangrijpende contrast: de rijken die van hun overvloed geven om gezien te worden, en een arme vrouw die zonder zich te laten zien heel het beetje geeft dat zij bezit. Twee symbolen van menselijke gedragingen.

Jezus kijkt naar de twee taferelen. En het is precies dit werkwoord – “kijken” – dat heel Zijn onderricht samenvat: voor degenen die het geloof dubbelhartig beleven, zoals de schriftgeleerden, dient men zich te hoeden om niet zoals zij te worden; terwijl men naar de weduwe moet kijken om haar als voorbeeld te nemen. Laat ons daar bij stilstaan: zich hoeden voor de schijnheiligen en naar de arme weduwe kijken.

Vooreerst, zich hoeden voor de hypocrieten, dat wil zeggen zijn leven niet bouwen op de cultus van de schijn, het uiterlijke, van overdreven zorg voor zijn imago. En vooral, erop letten het geloof niet om te buigen naar onze belangen. Deze schriftgeleerden bedekten hun ijdele glorie met de naam van God en erger nog, zij gebruikten de godsdienst om hun zaken te regelen door misbruik te maken van hun gezag en door de armen uit te buiten.

Hier zien wij deze zo verkeerde houding die wij ook vandaag op nog zo veel plaatsen zien: het klerikalisme, het feit boven de kleinen te staan, hen uit te buiten, hen te “slaan”, zich volmaakt te voelen. Dat is het kwaad van het klerikalisme. Het is een waarschuwing voor alle tijden en voor iedereen, voor de Kerk en de samenleving: nooit profiteren van zijn rol om anderen te verpletteren, nooit winst maken op de huid van de zwaksten! En waakzaam zijn, om niet ijdel te worden, om niet geobsedeerd te worden door de schijn, om het wezenlijke niet te verliezen en in oppervlakkigheid te leven. Stellen wij ons de vraag – het zal ons helpen: willen wij in wat wij zeggen en doen, gewaardeerd en begunstigd worden of willen wij een dienst betonen aan God en onze naaste, vooral aan de zwakste? Laat ons letten op onoprechtheid van hart, op hypocrisie – een gevaarlijke ziekte voor de ziel! Het is een manier om dubbel te denken, dubbel te oordelen, zich zo tonen en anders zijn, anders denken. Dubbel, dubbelhartige mensen.

Om deze ziekte te genezen, zegt Jezus ons naar de arme weduwe te kijken. De Heer klaagt de uitbuiting van deze vrouw aan, die om een offergave te kunnen brengen, terug naar huis moet zonder zelfs het weinige dat zij heeft om van te leven. Hoe belangrijk is het, het heilige te bevrijden van zijn banden met het geld! Jezus had het elders ook al gezegd: men kan geen twee meesters dienen. Ofwel dient men God, en wij denken dat hij dan zegt, ofwel de duivel, maar nee, Hij zegt God of het geld. Geld is een meester en Jezus zegt dat wij hem niet mogen dienen. Maar tegelijk looft Jezus het feit dat deze weduwe al wat zij heeft, in de offerkist werpt. Er rest haar niets, maar zij vindt alles in God. Zij is niet bang het weinige dat zij heeft, te verliezen omdat zij vertrouwen heeft in het vele van God en dit vele van God vergroot de vreugde van wie geeft. Dat doet ons denken aan die andere weduwe – die van de profeet Elia – die het laatste broodje wou bakken met de laatste bloem en de laatste olie die zij had. Elia vraagt haar te eten en zij geeft het hem. En de bloem raakte niet op. Een wonder (cf 1 Kon 17,9-16). De Heer gaat altijd verder dan de edelmoedigheid van de mensen. Hij is edelmoediger. En zo stelt Jezus haar tot voorbeeld van geloof: zij gaat niet naar de Tempel om haar geweten te sussen, zij bidt niet om gezien te worden, zij stelt haar geloof niet ten toon, maar geeft met haar hart, edelmoedig en gratuit. Deze muntjes klinken mooier dan de grote offergaven van de rijken, omdat zij een leven uitdrukken dat oprecht aan God gewijd is, een geloof dat niet van de schijn leeft maar van onvoorwaardelijk vertrouwen. Leren wij van haar geloof zonder uiterlijke smuk, maar innerlijk oprecht; een geloof door nederige liefde voor God en de broeders.

En keren wij ons nu naar de Maagd Maria die met een nederig en transparant hart, van heel Haar leven een gave maakte voor God en Zijn volk.

Terug naar overzicht