15-3-2020 Angelus – Het verlangen naar Christus, Bron van levend water, in zich aanwakkeren
De ontmoeting van Jezus en de Samaritaanse vrouw

“Vragen wij de genade in ons het verlangen naar Christus aan te wakkeren, de Bron van levend water, de Enige die de dorst in ons hart naar leven en liefde kan verzadigen.”
Vanuit de privé bibliotheek van het apostolisch paleis in het Vaticaan en in rechtstreekse verbinding door streaming, gaf de paus commentaar bij het Evangelie over de ontmoeting tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de put van Jacob. Nadien ging hij naar het bureau ernaast om Rome en de enkele aanwezigen vanuit het venster te zegenen.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Op dit ogenblik loopt de Mis ten einde die de aartsbisschop van Milaan in de Polykliniek opdraagt voor de zieken, dokters, verplegers en vrijwilligers. De aartsbisschop staat dicht bij zijn volk en ook dicht bij God door zijn gebed. De foto van voorbije week komt mij terug voor de geest: hij alleen op het dak van de kathedraal, in gebed tot de Heilige Maagd.

Ik zou ook alle priesters voor hun creativiteit willen bedanken. Vele berichten over die creativiteit bereiken mij vanuit Lombardije. Het is waar, Lombardije is zwaar getroffen. Priesters bedenken duizend manieren om dicht bij hun volk te staan, zodat de mensen zich niet alleen voelen; priesters met apostolische ijver, die goed begrepen hebben dat men ten tijde van een pandemie geen “don Abbondio” moet spelen. Dank aan de priesters.

De Evangeliepassage van deze derde zondag in de Vasten, presenteert de ontmoeting van Jezus met een Samaritaanse vrouw (cf Joh 4,5-42). Hij is met Zijn leerlingen op weg en houdt in Samaria halt bij een waterput. De Samaritanen werden door de joden zeer geminacht en als ketters, als tweederangsburgers beschouwd. Jezus is moe, Hij heeft dorst. Een vrouw komt water putten en Hij vraagt haar: “Geef Mij te drinken” (v. 7).

Zo gooit Hij iedere barrière omver en begint een gesprek waarin Hij aan deze vrouw het mysterie van het levend water openbaart, dat wil zeggen van de Heilige Geest, Gods gave. De vrouw reageert verrast en Jezus antwoordt haar: “Als ge enig begrip hadt van de gave Gods en wist wie het is, die u zegt: Geef Mij te drinken, zoudt ge het aan Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water hebben gegeven” (v. 10).

Kern van dit gesprek is het water. Enerzijds, water als wezenlijk element om te leven, dat de dorst van het lichaam stilt en het leven in stand houdt. Anderzijds, water als symbool van Gods genade, die het eeuwig leven geeft. In de traditie van de Bijbel, is God de bron van levend water – dat zeggen de psalmen en de profeten: zich van Hem en Zijn Wet verwijderen, veroorzaakt de ergste droogte. Dat is de ervaring van het volk van Israël in de woestijn. Op de lange weg naar de vrijheid, protesteert het, stikkend van de dorst, tegen Mozes en tegen God omdat er geen water is. Omdat God het wil, doet Mozes dan water opwellen uit een rots, als teken van Gods voorzienigheid die Zijn volk begeleidt en leven geeft (cf Ex 17,3-7).

De apostel Paulus interpreteert deze rots als een symbool van Christus en zelfs als een mysterieuze figuur van Zijn aanwezigheid te midden van het volk Gods op weg (cf 1 Kor 10,4). Christus is namelijk de Tempel waaruit, volgens het visioen van de profeten, de Heilige Geest opwelt die zuivert en leven geeft. Wie dorst heeft naar heil, kan vrij bij Jezus putten en de Geest zal in hem of haar een bron worden van vol en eeuwig leven. De belofte van levend water die Jezus aan de Samaritaanse deed, is in Zijn Pasen werkelijkheid geworden: “bloed en water” komen uit Zijn doorboorde zijde (Joh 19,34). Christus, het geslachte en verrezen Lam, is de bron waaruit de Heilige Geest stroomt, die de zonden vergeeft en tot nieuw leven wekt.

Deze gave is tevens de bron van het getuigenis. Zoals de Samaritaanse, voelt iedereen die Jezus ontmoet, de behoefte over Hem aan anderen te vertellen, zodat iedereen zou belijden dat Jezus “werkelijk de redder van de wereld is” (Joh 4,42), wat de andere inwoners van het dorp daarna inderdaad tot de vrouw zeggen. Ook wij, door het doopsel tot nieuw leven gewekt, zijn geroepen om te getuigen van het leven en de hoop die in ons zijn. Als ons zoeken en onze dorst in Christus hun volledige verzadiging vinden, tonen wij dat het heil niet in de dingen van deze wereld ligt, maar in Degene die ons bemind heeft en altijd bemint, Jezus onze Redder, in het levend water dat Hij ons geeft.

Moge de Allerheiligste Maagd Maria ons helpen het verlangen naar Christus, de Bron van levend water aan te wakkeren, de Enige die de dorst naar leven en liefde in ons hart kan verzadigen.

Terug naar overzicht