8-5-2020 Hij is er altijd

Jezus spreekt met Zijn leerlingen tijdens het laatste avondmaal (cf Joh 14,1-6). Jezus is bedroefd. Iedereen is bedroefd. Jezus heeft gezegd dat Hij door één van hen zou verraden worden (cf 13,21) en iedereen voelt aan dat er onheil voor de deur staat. Jezus begint de Zijnen te troosten: want één van de zendingen, één van de “werken” des Heren, is te troosten. De Heer troost Zijn leerlingen en wij zien hier hoe Jezus dat doet. Er zijn verschillende manieren om te troosten, heel authentiek, zeer nabij of eerder formeel – zoals telegrammen van medeleven die niemand troosten, maar eerder geveinsd zijn, een formaliteit. Maar hoe troost de Heer? Het is belangrijk dat te weten opdat ook wij in momenten van droefheid, de ware vertroosting van de Heer zouden leren.

In deze Evangeliepassage zien wij dat de Heer troost door nabijheid, met de waarheid en met hoop. Het zijn de drie sporen van de vertroosting door de Heer. Nabij, nooit afstandelijk. Ik ben er. Dat mooie woord: Ik ben er. Ik ben hier, bij u. Dikwijls zonder woorden. Maar wij weten dat Hij er is. Hij is er altijd. Deze nabijheid is de stijl van God. Ook in de menswording komt Hij ons nabij. De Heer troost door Zijn nabijheid. En Hij spreekt geen lege woorden, dan verkiest Hij eerder de stilte. De kracht van nabijheid, van aanwezigheid. Weinig woorden, maar nabij.

Een tweede spoor van Jezus’ nabijheid, van Zijn manier om te troosten, is de waarheid: Jezus spreekt de waarheid. Hij zegt geen formele dingen die leugenachtig zijn. Wees maar gerust, alles gaat voorbij, er zal niets gebeuren … Nee, Hij zegt de waarheid. Hij verbergt ze niet. Want Hij zegt zelf in deze passage: “Ik ben de waarheid” (cf 14,6). En de waarheid is: Ik ga weg, dat wil zeggen, Ik ga sterven (cf vv. 2-3). Wij staan tegenover de dood. Dat is de waarheid. Hij zegt het simpel en zacht, zonder te kwetsen: wij staan tegenover de dood. Hij verbergt de waarheid niet.

En dat is het derde spoor: Jezus troost en geeft hoop. Ja, het is een slecht moment, maar “laat uw hart niet verontrust worden (…) gelooft ook in Mij” (v. 1). Ik zeg u één ding: “In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen (…) Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden” (v. 2). Hij zal als eerste de deur opendoen, de deur waardoor wij allemaal zullen gaan, hoop ik: “als Ik ben heengegaan en een plaats voor u heb bereid, kom Ik terug om u op te nemen bij Mij, opdat ook gij zult zijn waar Ik ben” (v. 3). De Heer keert telkens terug als iemand van ons deze wereld aan het verlaten is. “Ik kom terug om u op te nemen”: hoop. Hij zal terugkomen, ons bij de hand nemen en meenemen. Hij zegt niet: ge zult niet lijden, het is niets. Nee. Hij zegt de waarheid: Ik ben bij u; de waarheid is dat het een slecht moment is, er is gevaar en dood; maar laat uw hart niet verontrust zijn, blijf in vrede, deze vrede die de basis is van iedere vertroosting, want Ik zal komen en u bij de hand nemen en Ik zal u brengen waar Ik ben.

Het is niet gemakkelijk zich door de Heer te laten troosten. Zo dikwijls worden wij in moeilijke momenten boos op de Heer en laten wij Hem niet dichterbij komen en tot ons spreken met Zijn zachtheid, nabijheid, waarheid en hoop. Vragen wij de genade te leren ons door de Heer te laten troosten. De vertroosting van de Heer is waarheid, geen bedrog, geen verdoving, nee. Zij is nabij, waar en opent voor ons de deur van de hoop.

Terug naar overzicht