9-2-2020 Angelus – Hoe een leerling zout en licht is
Niet bang zijn om in de wereld te leven

“Jezus nodigt ons uit niet bang te zijn om in de wereld te leven”, zegt paus Franciscus. “Tegenover geweld, onrechtvaardigheid en onderdrukking mag een christen niet op zichzelf terugplooien en zich evenmin in veiligheid verbergen”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
In het Evangelie van vandaag (Mt 5,13-16), zegt Jezus tot Zijn leerlingen: “gij zijt het zout der aarde (…). Gij zijt het licht der wereld” (vv. 13-14). Hij gebruikt symbolische taal om aan iedereen die Hem wil volgen, enkele criteria te geven om in de wereld aanwezig te zijn en te getuigen.

Het eerste beeld: zout. Zout is een element dat smaak geeft en voedingswaren behoedt tegen bederf. Een leerling is dus geroepen om te waken over de gevaren, de aanvretende kiemen die het leven van de mensen bederven, die hen ver houdt van de samenleving. Het gaat erom weerstand te bieden aan de morele decadentie, aan de zonde, door te getuigen van waarden als eerlijkheid en broederlijkheid, zonder toe te geven aan de verleiding van de wereld zoals carrièremakerij, macht en rijkdom. Een leerling is zout wanneer hij ondanks de dagelijkse mislukkingen – en die hebben wij allemaal – het stof van zijn fouten afschudt en opnieuw begint, moedig en geduldig, alle dagen, en gesprek en ontmoeting zoekt met anderen. Een leerling is zout wanneer hij niet uit is op consensus en applaus, maar wanneer hij een nederige, constructieve aanwezigheid wil zijn, trouw aan het onderricht van Jezus, die niet in de wereld gekomen is om gediend te worden maar om te dienen. Zo’n houding is broodnodig!

Het tweede beeld dat Jezus aan Zijn leerlingen geeft, is dat van het licht: “Gij zijt het licht der wereld”. Licht verdrijft de duisternis en maakt het mogelijk dat men ziet. Jezus is het Licht dat de duisternis verdreven heeft, maar de duisternis blijft toch nog bestaan in de wereld en in enkelingen. Het is de plicht van de christen ze te verdrijven door het licht van Christus te laten schitteren en Zijn Evangelie te verkondigen. Het gaat om een uitstraling die ook uit onze woorden voortvloeit, maar die vooral moet ontspringen aan “het goede” dat men doet (v. 16). Een leerling en een christengemeenschap zijn licht in de wereld wanneer zij de anderen bij God brengen, door voor iedereen een hulp te zijn om Zijn goedheid en barmhartigheid te ervaren. Een leerling van Jezus is licht wanneer hij zijn geloof weet te beleven buiten ommuurde ruimtes, wanneer hij bijdraagt tot het wegwerken van vooroordelen, kwaadsprekerij achterwege laat en het licht van de waarheid brengt in situaties die bezoedeld zijn door hypocrisie en leugen. Licht brengen. Doch, niet mijn licht maar het licht van Jezus: wij zijn instrumenten om het licht van Jezus tot bij iedereen te brengen.

Jezus nodigt ons uit niet bang te zijn om in de wereld te leven, zelfs als men daar soms conflict en zondige omstandigheden tegenkomt. Tegenover geweld, onrechtvaardigheid, onderdrukking mag een christen niet op zichzelf terugplooien en zich evenmin in veiligheid verbergen. Ook de Kerk mag zich niet opsluiten of haar zending om te missioneren en dienstbaar te zijn, opgeven. Jezus heeft op het Laatste Avondmaal aan de Vader gevraagd, de leerlingen niet uit de wereld weg te nemen, maar hen daar te laten, in de wereld, en te beschermen tegen de geest van de wereld. De Kerk zet zich edelmoedig en met tederheid in voor kleinen en armen: dat is niet de geest van de wereld, dat is haar licht, haar zout. De Kerk hoort de schreeuw van kleine en uitgestoten mensen, omdat zij zich ervan bewust is een gemeenschap te zijn die pelgrimeert, geroepen om de geschiedenis verder te zetten van de heilzame aanwezigheid van Jezus Christus.

Moge de Maagd Maria ons helpen, zout en licht te zijn te midden van de volken, door aan iedereen de Blijde Boodschap van Gods liefde te brengen door ons leven en ons woord.

Terug naar overzicht