17-1-2021 Angelus – Ik heb de zin van mijn leven gevonden

“Gods roeping is liefde en het antwoord dat men Hem geeft, is alleen uit liefde”, zegt paus Franciscus, die waarschuwt voor “afwijzing” of “angst”. Maar voor deze roeping, “is er een ontmoeting”, die “in de herinnering gegrift blijft”. Dan komt het verlangen om van deze ontmoeting te getuigen: “Ik heb de Liefde ontmoet”, “ik heb de zin van mijn leven gevonden”. In één woord: “ik heb God gevonden”.
De roeping door de Heer, “kan op duizend manieren tot ons komen, zelfs door personen, blijde of droevige gebeurtenissen”. En de paus insisteert: “Elke roeping door God is een initiatief van Zijn liefde. Hij is het die altijd het initiatief neemt, altijd, Hij roept u. God roept tot leven, Hij roept tot geloof, en Hij roept tot een bijzondere levensstaat”.
“De grootste vreugde voor iedere gelovige is op die roeping een antwoord te geven, zichzelf helemaal te geven ten dienste van God en van zijn broeders”, zegt hij nog.
De paus nodigt uit zich deze roeping in herinnering te brengen: “Voor ieder van ons, is er in het leven een ogenblik geweest waarop God zich sterker heeft laten voelen, als een roeping. Denken wij aan dat ogenblik terug”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Het Evangelie van deze tweede zondag door het jaar (Joh 1,35-42) stelt de ontmoeting voor van Jezus en Zijn eerste leerlingen. Het tafereel speelt zich af bij de rivier de Jordaan, daags na de doop van Jezus. Het is Johannes de Doper zelf die aan twee van hen de Messias aanwijst met de woorden: “Zie het Lam Gods” (v. 36). En zij vertrouwen allebei het getuigenis van de Doper en volgen Jezus. Hij bemerkt het en vraagt hun: “Wat verlangt gij?” en zij vragen Hem: “Meester, waar verblijft ge?” (v. 38).

Jezus antwoordt niet: Ik woon in Kafarnaüm of in Nazareth, maar Hij zegt: “Gaat mee om het te zien” (v. 39). Geen visitekaartje, maar een uitnodiging voor een ontmoeting. Beiden volgen Hem en blijven die namiddag bij Hem. Het is niet moeilijk zich hen voor te stellen, neergezeten, Hem vragen stellend en vooral luisterend, terwijl zij hun hart warm voelen worden naarmate de Meester spreekt. Zij ervaren de schoonheid van de woorden die aan hun grootste verwachting beantwoordt. En terwijl de avond valt, ontdekken zij plots dat in hen het licht oplaait dat alleen God kan geven. Iets trekt hun aandacht: één van de leerlingen schrijft zestig jaar later of misschien nog meer, in het Evangelie: “Het was ongeveer het tiende uur” (ongeveer vier uur in de namiddag), (Joh 1,39) – hij vermeldt het uur. Dat doet ons nadenken: iedere authentieke ontmoeting met Jezus blijft in het geheugen gegrift, men vergeet ze niet. Je kunt vele ontmoetingen vergeten, maar de ware ontmoeting met Jezus blijft altijd present. Deze twee herinneren zich zelfs na zoveel jaren het uur, zij zijn deze zo mooie, zo volkomen ontmoeting, die hun leven veranderd heeft, niet vergeten. Wanneer zij weggaan en naar hun broers terugkeren, loopt hun hart, als een sterk gezwollen rivier, over van deze vreugde, van dit licht. Eén van de twee, Andreas, zegt tegen zijn broer Simon – die Jezus, Petrus zal noemen: “Wij hebben de Messias gevonden” (v. 41). Zij zijn weggegaan in de zekerheid dat Jezus de Messias was.

Laat ons een ogenblik stilstaan bij de ervaring van de ontmoeting met Christus, die vraagt bij Hem te blijven. Elke roeping door God is een initiatief van Zijn liefde. Hij is het die altijd het initiatief neemt, Hij roept u. God roept tot leven, Hij roept tot geloof, en Hij roept tot een bijzondere levensstaat. De eerste roeping door God is de roeping tot het leven, waardoor Hij een persoon van ons maakt. Het is een individuele roeping want God maakt de dingen niet in serie. Dan roept God ons tot het geloof en tot deelname aan Zijn familie, als kinderen van God. Tenslotte roept God ons tot een bepaalde levensstaat: om onszelf te geven op de weg van het huwelijk, van het priesterschap of het gewijde leven. Het zijn verschillende manieren om het plan van God, dat altijd een liefdesplan is, met ieder van ons te realiseren. En de grootste vreugde voor iedere gelovige is deze roeping te beantwoorden, zichzelf helemaal te geven ten dienste van God en van zijn broeders.

Ten overstaan van deze roeping door de Heer, die op duizend manieren tot ons kan komen, zelfs door personen, blijde of droevige gebeurtenissen, kunnen wij soms een houding aannemen van afwijzing – nee, ik ben bang … – omdat ze ons in tegenstrijd lijkt met onze verlangens. Ofwel een houding van angst, omdat wij ze te veeleisend en ongemakkelijk vinden – oh, dat lukt mij nooit, beter niet, beter een rustig leven … God daar, ik hier. Maar Gods roeping is liefde en het antwoord geeft men alleen uit liefde. Dat is de taal: het antwoord op een roeping die van de liefde komt, kan alleen liefde zijn. In het begin is er een ontmoeting, of eerder, de ontmoeting met Jezus, die ons over de Vader spreekt, die ons Zijn liefde doet kennen. En dan, welt ook in ons spontaan het verlangen op Hem mee te delen aan de mensen van wie wij houden: ik heb de Liefde ontmoet, ik heb de zin van mijn leven gevonden. In één woord: ik heb God gevonden.

Moge de Maagd Maria ons helpen van ons leven een lofzang te maken tot God, in antwoord op Zijn roeping en in de nederige en blije vervulling van Zijn wil. Maar denken wij daaraan: voor ieder van ons is er in het leven een ogenblik geweest waarop God zich sterker heeft laten voelen, als een roeping. Denken wij aan dat ogenblik terug. Keren wij tot dat ogenblik terug, want de herinnering aan dat ogenblik vernieuwt ons altijd in de ontmoeting met Jezus.

Terug naar overzicht