2-2-2020 Angelus – Immobilisme past niet bij christelijk getuigenis maar zich kunnen verwonderen bevordert de religieuze ervaring

“Immobilisme past niet bij het christelijk getuigenis noch bij de zending van de Kerk”, verklaart paus Franciscus in zijn commentaar bij het Evangelie op het feest van de Opdracht van Jezus in de Tempel van Jeruzalem door Maria en Jozef, of het feest van Lichtmis.
De paus doet opmerken dat de vier personen die het Kind Jezus omringen, “in beweging” zijn en vol “verbazing”.
Hij actualiseert de boodschap van het Evangelie voor vandaag: “De wereld heeft christenen nodig die zich in beweging laten brengen, die het niet moe worden de wegen van het leven op te gaan, om aan iedereen het troostvolle woord van Jezus te brengen. Elke gedoopte heeft de roeping van de verkondiging gekregen, een zending om te evangeliseren! Parochies en kerkgemeenschappen zijn geroepen om het engagement van jongeren, gezinnen en bejaarden aan te moedigen, zodat iedereen een christelijke ervaring kan opdoen en het leven en de zending van de Kerk op de voorlinie kan meemaken”.
Wat de bekwaamheid betreft om zich te verwonderen, te verbazen, benadrukt de paus dat zij de ontmoeting met God in de hand werkt: “Zich kunnen verwonderen over de dingen rondom ons, werkt de religieuze ervaring in de hand en maakt de ontmoeting met de Heer vruchtbaar. De onbekwaamheid om ons te verwonderen, maakt ons integendeel onverschillig en vergroot de afstand tussen de weg van het geloof en van het dagelijks leven”.

Vandaag vieren wij het feest van de Opdracht van de Heer: de pasgeboren Jezus die door de Maagd Maria en de heilige Jozef opgedragen werd in de Tempel. De dag van het godgewijd leven valt ook op deze dag, en herinnert aan de grote schat in de Kerk van hen die de Heer van nabij volgen door de evangelische raden.

Het Evangelie (Lc 2,22-40) vertelt dat het Kind veertig dagen na Zijn geboorte, door Zijn ouders naar Jeruzalem gebracht wordt, om het toe te wijden aan God, zoals de joodse Wet het voorschrijft. In de beschrijving van het traditionele ritueel, vestigt dit gebeuren onze aandacht op het voorbeeld van bepaalde personen. Zij worden gegrepen op het ogenblik dat zij de Heer ontmoeten daar waar Hij aanwezig komt en dicht bij de mensen is. Het zijn Maria en Jozef, Simeon en Hanna, die een voorbeeld zijn van onthaal en van de gave van zijn leven aan God. Deze vier waren niet gelijk, zij waren totaal verschillend, maar zochten allemaal God en lieten zich leiden door de Heer. De evangelist Lucas beschrijft hen in een dubbele houding: een houding van beweging en een houding van verbazing.

De eerste houding is beweging. Maria en Jozef gaan op weg naar Jeruzalem; Simeon wordt gedreven door de Geest en gaat naar de Tempel, terwijl Hanna God onophoudelijk dient, dag en nacht. Zo tonen de vier protagonisten van deze passage uit het Evangelie, dat het christenleven dynamisme vraagt en de wil om op weg te gaan onder leiding van de Heilige Geest. Immobilisme past niet bij het christelijk getuigenis noch bij de zending van de Kerk. De wereld heeft christenen nodig die zich in beweging laten brengen, die het niet moe worden de wegen van het leven op te gaan, om aan iedereen het troostvolle woord van Jezus te brengen. Elke gedoopte heeft de roeping van de verkondiging gekregen, een zending om te evangeliseren! Parochies en kerkgemeenschappen zijn geroepen om het engagement van jongeren, gezinnen en bejaarden aan te moedigen, zodat iedereen een christelijke ervaring kan opdoen en het leven en de zending van de Kerk op de voorlinie kan meemaken.

De tweede houding waarin de heilige Lucas de vier personen van het verhaal toont, is verbazing. Maria en Jozef “stonden verbaasd over wat van Hem gezegd werd” (v. 33). Verbazing is ook de uitdrukkelijke reactie van de oude Simeon, die in het Kind Jezus met eigen ogen het heil ziet dat God voor Zijn volk bewerkt: het heil dat hij al jaren verwachtte. En hetzelfde geldt voor Hanna, die God dankte (cf. v. 38) en de mensen over Jezus sprak. Het was een heilig gesprek, zij sprak goed, zij sprak over goede dingen, niet over slechte. Zij sprak, zij verkondigde: een heilige die van de ene vrouw naar de andere ging om hen Jezus te laten zien.

Deze gelovige figuren zijn door verbazing geslagen, omdat zij zich laten grijpen en betrekken bij de gebeurtenissen die zich voor hun ogen afspelen. Ons kunnen verbazen over de dingen rondom ons, werkt de religieuze ervaring in de hand en maakt de ontmoeting met de Heer vruchtbaar. De onbekwaamheid om ons te verwonderen, maakt ons integendeel onverschillig en vergroot de afstand tussen de weg van het geloof en van het dagelijks leven.

Moge de Maagd Maria ons helpen elke dag in Jezus Gods gave voor ons te zien, en ons door Hem te laten impliceren in de beweging van de gave, met blije verbazing, zodat heel ons leven een lofzang wordt tot God, ten dienste van onze broeders.

Terug naar overzicht