1-1-2022 Angelus – In een kribbe gelegd, bemoedigt God ons met tederheid

“Het nieuwe jaar begint met God die, in de armen van Zijn moeder in een kribbe gelegd, ons bemoedigt met tederheid”, zegt paus Franciscus. “Wij hebben die aanmoediging nodig”, want “door de pandemie leven wij nog in onzekere en moeilijke tijden”.
Op deze eerste dag van het jaar, die ook de 55e Werelddag voor de Vrede is, nodigt de paus ons uit niet bang te zijn als wij “onze zwakheid en kwetsbaarheid ervaren”.
Door het Kind Jezus “onder onze ogen, zonder een woord” in de kribbe te leggen, geeft Maria ons een verbazende boodschap: God is nabij, in handbereik. Hij komt niet met de macht van iemand die gevreesd wil worden, maar met de kwetsbaarheid van iemand die vraagt bemind te worden; Hij oordeelt niet van hoog op een troon, maar kijkt naar ons op als een broeder of eerder als een zoon”.
“Wij kunnen vrede maar werkelijk opbouwen als wij ze in ons hart hebben”, “als wij ze ontvangen van de Prins van de vrede”, benadrukt de paus. Maar vrede is ook “ons engagement”: zij vereist dat wij “de eerste stap” doen, “concrete gebaren”, door “aandacht voor de kleinsten”, “bevordering van de rechtvaardigheid”, “de moed van de vergeving die het vuur van de haat dooft”.

Dierbare broeders en zusters, goeiedag! Gelukkig Nieuwjaar!

Laat ons dit nieuwe jaar beginnen met vertrouwen op Maria, de Moeder van God. Het Evangelie uit de liturgie van deze dag spreekt over Haar, door ons te verwijzen naar de verrukking van de kribbe. De herders vertrekken onmiddellijk naar de grot en wat vinden zij? De tekst zegt: “Maria en Jozef en het pasgeboren kind, dat in de kribbe lag” (Lc 2,16). Laat ons hierbij stilstaan en stellen wij ons Maria voor die, als een tedere en zorgzame mama, Jezus in de voederbak gelegd heeft. In dit gebaar kunnen wij een gave zien voor ons: de Maagd Maria bewaart Haar Kind niet voor zichzelf, maar biedt Het ons aan. Zij houdt Het niet alleen in de armen, maar legt Het neer en nodigt ons uit ernaar te kijken, Het te aanvaarden en te beminnen. Dat is het moederschap van Maria: het Kind dat geboren is, geeft Zij aan ons allen. Zo is Zij altijd: Zij geeft Haar Zoon, verwijst naar Haar Zoon, bewaart Haar Zoon nooit voor zich alsof Hij Haar toebehoort. Nee. En zo is dat heel het leven van Jezus.

Door Het onder onze ogen, zonder een woord, neer te leggen, geeft Zij een verbazende boodschap: God is nabij, in handbereik. Hij komt niet met de macht van iemand die gevreesd wil worden, maar met de kwetsbaarheid van iemand die vraagt bemind te worden. Hij oordeelt niet van hoog op een troon, maar kijkt naar ons op als een broeder of eerder als een zoon. Hij wordt klein en arm geboren zodat niemand zich moet schamen voor zichzelf: juist als wij onze zwakheid en kwetsbaarheid ervaren, is God nog meer nabij omdat Hij zich zwak en kwetsbaar getoond heeft aan ons. Hij is het Goddelijk Kind dat geboren wordt!

Het nieuwe jaar begint dus met God die in de armen van Zijn moeder in een kribbe gelegd, ons bemoedigt met tederheid. Wij hebben die aanmoediging nodig. Door de pandemie leven wij nog in onzekere en moeilijke tijden. Velen zijn bang voor de toekomst en gaan gebukt onder sociale toestanden, persoonlijke problemen, de gevaren van de ecologische crisis, onrechtvaardigheid en een verstoord, planetair economisch evenwicht. Als ik naar Maria kijk met Haar Kind in de armen, denk ik aan de jonge moeders en hun kinderen, die vluchten voor oorlog of hongersnood of in vluchtelingenkampen afwachten. Het zijn er vele! Als wij naar Maria kijken die Jezus tot ieders beschikking in de voederbak legt, denken wij dan aan onze veranderende wereld en dat het leven van allen slechts verbetert als wij ons ter beschikking van de anderen stellen, zonder te wachten of zij het eerst beginnen. Als wij bewerkers worden van broederlijkheid, zullen wij ook de draden kunnen herstellen van een wereld die verscheurd is door oorlog en geweld.

Wij vieren vandaag de Werelddag voor de Vrede. Vrede is “zowel een gave van boven als de vrucht van gemeenschappelijk engagement” (Boodschap voor de 55e Werelddag van de Vrede, 1). Een gave van boven: zij moet aan Jezus gevraagd worden want alleen zijn wij niet in staat ze te bewaren. Wij kunnen vrede maar werkelijk opbouwen als wij ze in ons hart hebben, als wij ze ontvangen van de Prins van de vrede. Maar vrede is ook ons engagement. Zij vereist dat wij de eerste stap doen, zij vraagt concrete gebaren. Zij wordt opgebouwd door aandacht voor de kleinsten, bevordering van de rechtvaardigheid, de moed van de vergeving die het vuur van de haat dooft. En zij heeft ook een positieve kijk nodig: dat men – in de Kerk en de samenleving – niet naar het kwaad kijkt dat ons verdeelt maar naar het goede dat ons kan verenigen! Het dient tot niets zich te laten terneerslaan en te klagen. Om vrede op te bouwen moet men de mouwen oprollen. Moge de Moeder Gods, Koningin van de Vrede, bij het begin van dit jaar, eensgezindheid bekomen voor ons hart en voor de hele wereld.

Terug naar overzicht