2021-06-03 Audiëntie – Jezus, voorbeeld en ziel van ieder gebed

“Vader, als ik in staat van doodzonde ben, is de liefde van Jezus er dan? – Ja – En blijft Jezus voor mij bidden? – Ja – Maar als ik heel lelijke dingen gedaan heb en vele zonden, blijft Jezus dan van mij houden? – Ja.” Dit gesprek behoort tot de algemene audiëntie van de 2e juni 2021.
“Het maakt indruk te weten dat de liefde van Jezus niet ophoudt op een ogenblik van zwakheid.” En de paus insisteert: “Wij moeten daar altijd aan denken: Jezus bidt voor mij, Hij bidt nu voor mij bij de Vader … Die zekerheid moeten wij hebben”.
“Telkens de weg steiler wordt, moeten we intenser bidden”, zegt de paus nog.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

De Evangelies tonen ons dat het gebed fundamenteel is voor de band van Jezus met Zijn leerlingen. Dat blijkt al bij de keuze van hen die de apostelen zullen worden. Lucas plaatst hun uitverkiezing in een context van gebed: “In die dagen ging Hij naar het gebergte om te bidden en bracht de nacht door in gebed tot God. Bij het aanbreken van de dag riep Hij zijn leerlingen bij zich en koos er twaalf uit, aan wie Hij tevens de naam van apostel gaf” (6,12-13). Jezus koos hen na een nacht van gebed. Het lijkt dat gebed, het gesprek van Jezus met de Vader, het enige criterium is voor deze keuze. Als men ziet hoe deze mannen zich nadien zullen gedragen, lijkt het dat de keuze niet van de beste was, want zij zijn allemaal op de vlucht gegaan, zij hebben Hem voor Zijn lijden in de steek gelaten; maar juist dat, vooral de aanwezigheid van Judas, de toekomstige verrader, toont dat deze namen in Gods plan geschreven stonden.

Gebed voor Zijn vrienden komt in het leven van Jezus constant terug. De apostelen worden soms reden tot bezorgdheid voor Hem, maar omdat Hij ze, na het gebed, van de Vader gekregen heeft, draagt Jezus hen op dezelfde manier in Zijn hart, ook met hun fouten, met hun vallen. In dat alles ontdekken wij dat Jezus een leraar en vriend is, altijd beschikbaar om de bekering van de leerling geduldig af te wachten. De hoogste top van deze geduldige verwachting is de liefdevolle sluier die Jezus rond Petrus weeft. Op het laatste avondmaal, zegt Hij hem: “Simon, Simon, weet dat de satan heeft geëist u allen te ziften als tarwe. Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken. Wanneer ge eenmaal tot inkeer gekomen zijt, versterk dan op uw beurt uw broeders” (22,31-32). Het maakt indruk te weten dat de liefde van Jezus niet ophoudt op een ogenblik van zwakheid. “Maar vader, als ik in staat van doodzonde ben, is de liefde van Jezus er dan? – Ja – En blijft Jezus voor mij bidden? – Ja – Maar als ik heel lelijke dingen gedaan heb en vele zonden, blijft Jezus dan van mij houden? – Ja.” De liefde en het gebed van Jezus voor ieder van ons houden niet op, zij worden zelfs inniger en wij staan midden in Zijn gebed! Wij moeten daar altijd aan denken: Jezus bidt voor mij, Hij bidt nu voor mij bij de Vader en Hij toont Hem Zijn wonden om aan de Vader de prijs voor ons heil te laten zien. Dat is de liefde die Hij voor ons koestert. Maar op dit ogenblik denkt ieder van ons: bidt Jezus op dit ogenblik voor mij? Ja. Die zekerheid moeten wij hebben

Het gebed van Jezus komt nauwgezet terug op een cruciaal ogenblik van Zijn weg, het ogenblik waarop het geloof van de leerlingen beproefd wordt. Luisteren wij nog een keer naar de evangelist Lucas: “Toen Hij eens alleen aan het bidden was en zijn leerlingen bij hem kwamen, stelde Hij hun de vraag: ‘Wie zeggen de mensen, dat Ik ben?’ Zij antwoordden : ‘Johannes de Doper; anderen zeggen: Elia, en weer anderen: Een van de oude profeten is opgestaan’. Hierop zeide Hij tot hen: ‘Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?’ Nu antwoordde Petrus: ‘De Gezalfde van God’. Maar Hij verbood hun nadrukkelijk dit aan iemand te zeggen” (9,18-21). De grote fases van Jezus’ zending worden altijd voorafgegaan door gebed, niet terloops, maar intens en lang. Op die ogenblikken is er altijd gebed. Deze beproeving van het geloof lijkt voor de leerlingen een aankomstlijn en toch is zij een nieuw vertrekpunt, want van nu af aan is het alsof Jezus’ zending een wending neemt door hun open over Zijn lijden, dood en verrijzenis te spreken.

In dit perspectief, dat instinctief afkeer opwekt, zowel bij de leerlingen als wanneer wij het Evangelie lezen, is het gebed de enige bron van licht en kracht. Telkens de weg steiler wordt, moeten we intenser bidden.

Nadat Jezus aan Zijn apostelen aangekondigd heeft wat Hem in Jeruzalem te wachten staat, heeft de transfiguratie plaats. “Hij nam Petrus, Johannes en Jakobus met zich mee en besteeg de berg om er te bidden. Terwijl Hij in gebed was, veranderde zijn gelaat van aanblik en werden zijn kleren verblindend wit. En zie, twee mannen waren met Hem in gesprek; het waren Mozes en Elia die in heerlijkheid verschenen waren en spraken over zijn heengaan, dat Hij in Jeruzalem zou voltrekken” (Lc 9,28-31), dat wil zeggen Zijn lijden. Deze geanticipeerde manifestatie van de heerlijkheid van Jezus heeft dus plaats in het gebed, terwijl de Zoon van God ondergedompeld was in een samenzijn met de Vader en volledig instemde met Zijn wil van liefde, met Zijn heilsplan. En uit dit gebed komt een helder woord voor de drie betrokken leerlingen: “Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem” (9,35). Het is uit het gebed dat de uitnodiging komt om naar Jezus te luisteren, altijd vanuit het gebed.

Uit deze vluchtige blik doorheen het Evangelie, komt naar voor dat Jezus niet alleen wil dat wij bidden zoals Hij bidt, maar ook dat Hij ons verzekert dat zelfs wanneer onze pogingen om te bidden helemaal nutteloos en ondoeltreffend zouden zijn, wij altijd op Zijn gebed kunnen rekenen. Wij moeten daarvan bewust zijn: Jezus bidt voor mij. Ooit vertelde een goede bisschop mij dat hij op een heel moeilijk ogenblik in zijn leven, in een grote beproeving, een donker ogenblik, naar boven in de basiliek keek en deze zin zag staan: “Petrus, Ik zal voor u bidden”. En dat gaf hem kracht en moed. Dat gebeurt telkens iemand van ons weet dat Jezus voor hem bidt. Jezus bidt voor ons. Op dit ogenblik. Oefen uw geheugen door dit te herhalen. Bij een moeilijkheid, bij verstrooidheid: Jezus is voor u aan het bidden. Maar vader, is dat waar? Het is waar, Hij heeft het zelf gezegd. Vergeten wij het niet: wat ieder van ons in het leven ondersteunt, is het gebed van Jezus voor iedereen met voornaam en familienaam, bij de Vader, en Hij toont Hem de wonden die de prijs zijn voor ons heil.

Ook al is ons gebed niet meer dan gestamel, al wordt het gecompromitteerd door een wankel geloof, wij mogen nooit ophouden Hem te vertrouwen. Ik kan niet bidden, maar Hij bidt voor mij. Gedragen door het gebed van Jezus, steunen onze lauwe gebeden op arendsvleugelen en gaan tot in de Hemel. Vergeten wij het niet: Jezus is voor mij aan het bidden. Nu? Nu. In het ogenblik van de beproeving, in het ogenblik van de zonde, ook dan, is Jezus voor mij aan het bidden, met veel liefde.

Terug naar overzicht