10-5-2020 Regina Coeli – Jezus, wat denkt Gij van mijn keuze?

Wij leven niet zonder doel en zonder bestemming

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

In het Evangelie van vandaag (cf Joh 14,1-12) horen wij het begin van de afscheidsrede van Jezus. Het zijn woorden die Hij tot Zijn leerlingen spreekt op het einde van het laatste avondmaal, juist voor Hij Zijn lijden ingaat. Op zo een dramatisch ogenblik, begint Jezus aldus: “Laat uw hart niet verontrust worden. Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij” (v. 1). Hij zegt het ook tot ons, in de drama’s van ons leven. Maar wat doen, opdat ons hart niet verontrust zou worden? Want het hart wordt verontrust.

De Heer wijst op twee remedies tegen onrust. De eerste is: “gelooft ook in Mij” (v. 1). Men zou zeggen een eerder theoretische, abstracte raadgeving. Maar Jezus wil ons in tegendeel iets precies zeggen. Hij weet dat de ergste angst en onrust in het leven, ontstaat uit het gevoel er niet te geraken, het gevoel van eenzaamheid en geen referenties te hebben voor wat er gaande is. Deze angst waarin de ene moeilijkheid na de andere zich opstapelt, kan niet op zijn eentje voorbijgaan. Wij hebben de hulp van Jezus nodig en daarom vraagt Jezus in Hem te geloven, dat wil zeggen niet op onszelf te steunen maar op Hem. Want bevrijding van onrust gebeurt door vertrouwen. Vertrouwen stellen in Jezus, is de sprong die we moeten maken. Daar ligt de bevrijding van onrust. Jezus is verrezen en leeft om ons altijd ter zijde te staan. Dan mogen wij Hem zeggen: Jezus, ik geloof dat Gij verrezen zijt en dat Gij naast mij staat. Ik geloof dat Gij naar mij luistert. Ik geef U wat mij onrustig maakt, mijn zorgen: ik geloof in U en ik vertrouw mij aan U toe.

Jezus spreekt nog over een tweede remedie tegen onrust: “In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen. (…) Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden” (v. 2). Dit is wat Jezus voor ons gedaan heeft: Hij heeft voor ons een plaats bereid in de Hemel. Hij heeft onze mensheid op zich genomen om ze over de dood heen te brengen, op een nieuwe plaats, in de Hemel, opdat wij zouden zijn waar Hij is. Dat is de zekerheid die ons troost: er is voor iedereen plaats gereserveerd. Ook voor mij. Ieder van ons mag zeggen: er is plaats voor mij. Wij leven niet zonder doel en zonder bestemming. Wij worden verwacht, wij zijn kostbaar. God bemint ons, wij zijn Zijn kinderen. En hij heeft voor ons de waardigste en mooiste plaats bereid: het Paradijs. Vergeten wij het niet: het verblijf dat ons verwacht, is het Paradijs. Hier zijn wij op doorweg. Wij zijn gemaakt voor de Hemel, voor het eeuwig leven, om voor altijd te leven. Voor altijd: dat kunnen wij ons zelfs niet voorstellen. Maar nog mooier is te bedenken dat het “voor altijd” helemaal in vreugde zal verlopen, in totale gemeenschap met God en de anderen, zonder nog enige traan, wroeging, verdeeldheid en onrust.

Maar hoe in het Paradijs komen? Wat is de weg? Dat is de doorslaggevend woord van Jezus. Hij zegt vandaag: “Ik ben de weg” (v. 6). Om naar de Hemel te gaan, is Jezus de weg: een levende band met Hem, Hem navolgen in de liefde, Zijn stappen volgen. En ik, christen, jij, christen, ieder van ons, christen, wij kunnen ons afvragen: welke weg volg ik? Er zijn wegen die niet naar de Hemel leiden:  die van de geest van de wereldse, van zelfbevestiging, van egoïstische macht. En er is de weg van Jezus, de weg van nederige liefde, gebed, zachtmoedigheid, vertrouwen, dienstbaarheid aan de anderen. Niet de weg waarop ik de protagonist ben, maar de weg van Jezus, de Protagonist van mijn leven. Het is elke dag verder gaan en Hem vragen: Jezus, wat denkt Gij van mijn keuze? Wat zoudt Gij in deze situatie doen, met die personen? Het zal ons goed doen aan Jezus, die de Weg is, de wegwijzers naar de Hemel te vragen. De Heilige Maagd Maria, Koningin van de Hemel, helpt ons Jezus te volgen, die voor ons het Paradijs heeft geopend.

Terug naar overzicht