24-10-2021 Angelus – Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!
Laten wij ons dit gebed vandaag eigen maken

“Jezus, heb medelijden met mij!” Een gebed om ons vandaag eigen te maken. Herhalen wij het. Alles kan gevraagd worden aan Jezus, die alles kan. Hij wacht ongeduldig om Zijn genade en Zijn vreugde in ons hart uit te storten. In deze tweet geeft paus Franciscus de kern van zijn commentaar bij het Evangelie van deze zondag.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Het Evangelie uit de liturgie van vandaag spreekt over Jezus die bij het verlaten van Jericho, het zicht teruggeeft aan Bartimeüs, een blinde die langs de weg bedelt (cf Mc 10,46-52). Het is een belangrijke ontmoeting, de laatste voordat de Heer Jeruzalem binnengaat voor het Paasfeest. Bartimeüs had het zicht verloren, maar niet zijn stem! Inderdaad, wanneer hij hoort dat Jezus gaat voorbijkomen, begint hij te roepen: “Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!” (v. 47). Hij roept. Dat roept hij. De leerlingen en de menigte ergeren zich daarover en manen hem aan te zwijgen. Maar hij roept nog harder: “Zoon van David, heb medelijden met mij!” (v. 48). Jezus hoort het en blijft onmiddellijk staan. God hoort de roep van de armen altijd en Hij is helemaal niet verstoord door de stem van Bartimeüs, integendeel, Hij geeft zich rekenschap dat ze vol geloof is, geloof dat niet bang is aan te dringen, bij Gods hart aan te kloppen, ondanks het onbegrip en de verwijten … En daar ligt de wortel van het wonder. Inderdaad, Jezus zegt: “Uw geloof heeft u gered” (v. 52).

Het geloof van Bartimeüs klinkt in zijn smeekbede door. Het is geen bedeesd en conventioneel gebed. Hij noemt de Heer eerst: “Zoon van David”. Dat wil zeggen dat hij Hem erkent als de Messias, de Koning die in de wereld komt. Hij noemt Hem ook bij Zijn naam en met vertrouwen: “Jezus”. Hij is niet bang van Hem, hij houdt geen afstand. En dan roept hij uit de grond van zijn hart, tot God, die zijn drama kent: “heb medelijden met mij!”. Alleen deze bede: “heb medelijden met mij!”. Hij vraagt Hem geen geld, zoals aan de voorbijgangers. Nee. Aan Hem die alles kan, vraagt hij alles. Aan de mensen vraagt hij kleingeld, aan Jezus die alles kan, vraagt hij alles: “heb medelijden met mij, heb medelijden met al wat ik ben”. Hij vraagt geen genade, maar dient zichzelf aan: hij vraagt erbarmen met zijn persoon, met zijn leven. Dat is geen kleine vraag, maar het is mooi want hij smeekt om medelijden, dat wil zeggen compassie, Gods barmhartigheid, Zijn tederheid.

Bartimeüs gebruikt niet veel woorden. Hij zegt het wezenlijke en vertrouwt zich toe aan de liefde van God, die zijn leven kan doen opbloeien door te doen wat voor mensen onmogelijk is. Daarom vraagt hij aan de Heer geen aalmoes, maar manifesteert hij alles, zijn blindheid en zijn lijden, dat meer is dan niet kunnen zien. Blindheid was slechts het topje van de ijsberg, maar in zijn hart moeten kwetsuren, vernederingen, gebroken dromen, fouten, wroeging geweest zijn. Hij bad met het hart. En wij? Wanneer wij aan God een genade vragen, leggen wij in ons gebed dan ook onze eigen geschiedenis, onze kwetsuren, vernederingen, gebroken dromen, fouten, wroeging?

“Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!” Maken wij ons dat gebed vandaag eigen. En stellen wij ons de vraag: hoe staat het met mijn gebed? Dat ieder zich die vraag stelt: hoe staat het met mijn gebed? Is het moedig, is het met aandrang zoals dat van Bartimeüs, kan het de Heer “aangrijpen” die voorbijgaat, of stelt het zich tevreden met af en toe een formele groet wanneer ik eraan denk? Die lauwe gebeden, ze helpen helemaal niet. En dan: is mijn gebed wezenlijk? Ligt mijn hart erin ten overstaan van de Heer? Breng ik Hem de geschiedenis en de gezichten van mijn leven? Of heeft het bloedarmoede, is het oppervlakkig, een ritueel zonder affectie en zonder hart? Wanneer geloof levendig is, komt het gebed uit het hart: het vraagt geen kleine veranderingen, het herleidt zich niet tot de behoeften van het ogenblik. Aan Jezus die alles kan, moet men alles vragen. Vergeet dat niet. Men moet alles vragen aan Jezus die alles kan, en met aandrang. Hij is ongeduldig om Zijn genade en Zijn vreugde in ons hart uit te storten, doch helaas zijn wij het die op afstand blijven, misschien door aarzeling, luiheid of ongeloof.

Velen van ons die bidden, geloven niet dat de Heer het wonder kan doen. Deze geschiedenis – die ik heb meegemaakt – komt mij voor de geest: een papa aan wie de dokters gezegd hadden dat zijn dochtertje van negen jaar de nacht niet ging halen; hij was in het ziekenhuis, hij heeft een bus genomen en zeventig km gereden tot aan het heiligdom van de Maagd Maria. Het was gesloten en hij heeft heel de nacht gebeden, vastgeklampt aan het portaal: Heer, red haar! Heer, houd haar in leven! Hij heeft heel de nacht, uit de grond van zijn hart tot de Maagd Maria gebeden en tot God geroepen. Daarna is hij ’s morgens teruggekeerd naar het ziekenhuis. Hij vond zijn vrouw in tranen en dacht: zij is dood. En zijn vrouw zei: men weet niet hoe, maar de dokters zeggen dat het vreemd is, zij lijkt genezen. Het roepen van deze man die alles vroeg, werd gehoord door de Heer, die hem alles gegeven heeft. Dat is geen verhaal; ik heb dat in een vorig bisdom meegemaakt. Hebben wij die moed in het gebed? Vragen wij alles aan Hem die ons alles kan geven, zoals Bartimeüs, een groot leraar, een groot leraar in het gebed. Moge hij, Bartimeüs, voor ons een voorbeeld zijn door zijn concreet geloof, dat aandringt en moedig is. En moge de Maagd Maria, de biddende Maagd, ons leren ons tot God te richten met heel ons hart, met het vertrouwen dat Hij aandachtig naar elk gebed luistert.

Terug naar overzicht