11-10-2021 Angelus – Laat je door Jezus beminnen, daar begint geloof

Paus Franciscus nodigt uit het geloof achterwege te laten dat het schema volgt: “ik moet – ik doe – ik krijg”. En zich door de liefdevolle blik van Christus te laten bereiken: “laat je door Hem beminnen, daar begint geloof, laat je beminnen door Hem die Vader is”.
De paus gaf commentaar bij het Evangelie over de rijke man in het Evangelie volgens Marcus. Hij nodigt uit over te gaan van een “commerciële mentaliteit naar de mentaliteit van de gratuite gave, van het moeten naar de gave”: “Als het in hoofdzaak om een plicht gaat of wisselgeld, dan zitten we fout, want het heil is een gave, geen plicht, het is gratuit en niet te koop”.
“Moge de Maagd Maria, die een totaal ja aan God gegeven heeft, een ja zonder maar – het is niet gemakkelijk ja te zeggen zonder maar; de H. Maagd heeft dat gedaan, een ja zonder maar – ons de schoonheid leren smaken om van het leven een gave te maken”, besluit de paus.

Dierbare broeders en zusters, goeiedag!
De liturgie van vandaag toont ons de ontmoeting tussen Jezus en een man die “veel goederen bezat” (Mc 10,22) en die de geschiedenis is binnengegaan als “de rijke jongeman” (cf Mt 19,20-22). Wij kennen zijn naam niet. Het Evangelie van Marcus spreekt in feit over hem als over “iemand”, zonder zijn leeftijd en naam te vermelden, en zo suggereert hij dat wij ons allemaal in deze man kunnen zien, zoals in een spiegel. Zijn ontmoeting met Jezus is voor ons namelijk een test van ons geloof. Als ik dat lees, test ik mijn geloof.

Deze man begint met een vraag: “Wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?” (v. 17). Bemerk de werkwoorden die hij gebruikt: moeten doen – om te verwerven. Daarin ligt zijn godsdienstigheid: een plicht, doen om te hebben – ik doe iets om te krijgen wat ik nodig heb. Maar dat is een handelsrelatie met God, een do ut des. Geloof daarentegen is geen koel en mechanisch ritueel, een “ik moet – ik doe – ik krijg”. Het is een kwestie van vrijheid en liefde. Geloof is een kwestie van vrijheid, een kwestie van liefde. Dit is de eerste test: wat is geloof voor mij? Als het vooreerst gaat om een plicht of wisselgeld, dan zitten we verkeerd, want het heil is een gave en geen plicht, het is gratuit en niet te koop. Het eerste dat we moeten doen is ons ontdoen van een commercieel en mechanisch geloof, dat een verkeerd beeld van God insinueert, een God die boekhouder is, een controleur, geen vader. Deze commerciële geloofsrelatie komt men dikwijls tegen in het leven: ik doe dit opdat God mij dat geeft.

Tweede passage. Jezus helpt deze “iemand” door hem het ware gelaat van God te tonen. Inderdaad, zegt de tekst, “Jezus keek hem liefdevol aan” (cf v. 21): dat is God! Daar ontstaat geloof en wordt het herboren: niet door plicht, niet door iets dat moet gedaan of betaald worden, maar door een liefdevolle blik om aan te nemen. Dan wordt het christenleven mooi, als het niet gebaseerd is op onze capaciteiten en plannen, maar op de blik van God. Is je geloof moe? Is mijn geloof moe? Wil je het versterken? Zoek dan de blik van God: ga in aanbidding, laat je vergeven in de biecht, plaats je tegenover het kruisbeeld. Kortom, laat je door Hem beminnen, daar begint het geloof: laat je beminnen door Hem die Vader is.

Na de vraag en de blik, is er de derde en laatste passage: een uitnodiging van Jezus, die zegt: “Eén ding ontbreekt u” (v. 21). Dat is misschien wat ons ook ontbreekt. Dikwijls doen wij het strikt noodzakelijke, terwijl Jezus ons uitnodigt tot wat maximum mogelijk is. Hoe dikwijls stellen wij ons tevreden met plichten – voorschriften, bepaalde gebeden en dergelijke – terwijl God, die ons het leven geeft, van ons een levenselan vraagt! In het Evangelie van vandaag zien wij duidelijk deze overgang van plicht naar gave. Jezus begint met te herinneren aan de geboden: “Gij zult niet doden, gij zult geen echtbreuk plegen, gij zult niet stelen, …” en zo verder (v. 19) en komt tot het positieve voorstel: “ga, verkoop en volg Mij” (cf v. 21). Geloof kan zich niet beperken tot het nee, want het christenleven is een ja, een ja uit liefde.

Dierbare broeders en zusters, geloof zonder gave, geloof dat niet gratuit is, is een onvolledig geloof, een zwak, ziek geloof. Men zou het kunnen vergelijken met rijkelijk en voedzaam voedsel dat geen smaak heeft, of een min of meer goed gespeelde match zonder goal: nee, dat werkt niet, dat heeft geen “zout”. Geloof zonder gave, geloof dat niet gratuit is, geloof zonder werken van naastenliefde maakt ons uiteindelijk droevig: zoals deze man die, al wordt hij liefdevol door Jezus bekeken, “ontsteld” en “ontdaan” naar huis gaat (v. 22). Wij kunnen ons vandaag de vraag stellen: hoe staat het met mijn geloof? Ervaar ik het als iets mechanisch, als een plicht of uit eigenbelang? Laat ik het voeden door mij door Jezus te laten aankijken en beminnen? … Zich door Jezus laten aankijken en beminnen … En beantwoord ik die aantrekking door Hem met onbaatzuchtigheid, edelmoedigheid, met heel mijn hart?

Moge de Maagd Maria, die een totaal ja aan God gegeven heeft, een ja zonder maar – het is niet gemakkelijk ja te zeggen zonder maar; de Heilige Maagd heeft het gedaan, een ja zonder maar – ons de schoonheid leren smaken om van het leven een gave te maken.

Terug naar overzicht