22-6-2022 Leren afscheid nemen met de glimlach is de wijsheid van bejaarden

In zijn catechese over de oude dag in de audiëntie inspireerde de paus zich op het gesprek van Jezus met Petrus (Joh 21).

Geliefde broeders en zusters, welkom en goedendag!

Op onze catecheseweg over de oude dag, bezinnen we ons vandaag op de dialoog van de verrezen Heer en Petrus aan het einde van het Johannesevangelie (21, 15-23). Het is een ontroerend gesprek, waaruit al de liefde van Jezus voor zijn leerlingen duidelijk wordt en de verheven menselijkheid van zijn relatie met hen, in het bijzonder met Petrus. Het is een tedere, maar niet melige relatie, zij is direct, sterk, vrij, open. Een relatie van mannen en in waarheid. Op die wijze eindigt het evangelie volgens Johannes, zo spiritueel, zo verheven, met een vurige vraag en liefdesaanbod van Jezus en Petrus die op heel natuurlijke wijze doorweven wordt met een discussie tussen hen. De evangelist waarschuwt ons: hij brengt getuigenis over de waarheid van feiten (cf. Joh 21, 24). Het is daarin dat de waarheid moet gezocht worden.

Gesuikerde openbaring

We kunnen ons de vraag stellen: zijn wij bekwaam het karakter te bewaren van deze relatie van Jezus met zijn leerlingen, met haar zo open stijl, zo vrijmoedig, zo direct, zo menselijk echt? Hoe is onze relatie met Jezus? Is ze zoals die van de apostelen met Hem? Komen we vaak niet in de bekoring het getuigenis van het Evangelie op te sluiten in een klontje gesuikerde openbaring, waaraan we onze verering aanpassen? Deze houding, die eerbiedig schijnt, is in feite ver verwijderd van de ware Jezus en wordt zelfs de aanzet voor een zeer abstracte geloofsweg, erg ik-gericht, heel werelds en dat is niet de weg van Jezus. Jezus is het Woord van God dat is mens geworden. Hij gedraagt zich als mens, Hij spreekt als mens tot ons, God – mens. Met die tederheid, met die vriendschap, met die nabijheid.

Jezus is niet zoals het zoetige beeld van de prentjes, neen. Jezus is van onze soort, Hij is ons nabij.

Broosheid

Tijdens de discussie van Jezus met Petrus treffen we twee passages aan die juist handelen over de oude dag en de duur van de tijd: de tijd van het getuigenis, de tijd van het leven. De eerste stap is een waarschuwing van Jezus aan Petrus: op jeugdige leeftijd was je zelfredzaam, op je oude dag zal je niet langer meester zijn over jezelf en over je leven. Zeg maar dat je in een buggy zal vervoerd worden! Dat is de realiteit, zo is het leven. Op je oude dag krijg je te maken met allerlei kwalen en die moeten we aanvaarden zoals ze ons overkomen, niet? We bezitten niet langer de kracht van de jeugd! En ook je getuigenis – zegt Jezus – zal getekend zijn door deze zwakheid. Ook in je zwakheid, in je ziekte en sterven. Een tekst van Sint Ignatius van Loyola zegt het mooi: Zoals tijdens het leven moeten we ook van Jezus getuigen bij het sterven.

Het levenseinde moet het levenseinde van leerlingen zijn: van leerlingen van Jezus.

De Heer immers spreekt met ons aangepast aan onze leeftijd. De evangelist voegt er zijn beschouwingen aan toe en legt uit dat Jezus het heeft over het uiterste getuigenis, dat van het martelaarschap en van de dood. Maar we mogen deze waarschuwing ook in meer algemene betekenis verstaan. Je getuigenis zal moeten leren zich te laten onderrichten en vormen door je broosheid’, door je machteloosheid, door je afhankelijkheid van anderen, zelfs bij het kleden en stappen. Maar jij volgt Mij (v.19). Het volgen van Jezus gaat steeds verder, bij goede gezondheid, bij slechte gezondheid, zelfredzaam of met fysieke niet-zelfredzaamheid. Het volgen van jezus is belangrijk: altijd Jezus volgen, te voet, rennend, traag, in een buggy, maar steeds: Hem volgen. De wijsheid van de navolging moet haar weg vinden om geloofsbelijdenis te blijven – daarom antwoordt Petrus: Ja Heer, Gij weet, dat ik U bemin (vv. 15.16.17) – ook met de beperkende omstandigheden van zwakheid en oude dag. Ik houd eraan met bejaarden te spreken en hen in de ogen te kijken: ze hebben schitterende ogen, ogen die meer vertellen dan woorden kunnen, het getuigenis van een leven. Dat is mooi, we moeten dat behoeden tot het einde toe. Zo Jezus volgen, vol leven.

Onderricht

Dit gesprek van Jezus en Petrus bevat een kostbaar onderricht voor alle leerlingen, voor ons, gelovigen. En ook voor alle bejaarden. Leren van onze broosheid om de samenhang te verwoorden van ons levensgetuigenis in levensomstandigheden die in grote mate afhankelijk zijn van anderen, in ruime mate afhankelijk van het initiatief van anderen. Bij ziekte en oude dag neemt de afhankelijkheid toe en zijn we niet langer zelfredzaam zoals eerst.

De afhankelijkheid van anderen neemt toe en ook dan rijpt het geloof, ook dan is Jezus met ons, ook dan borrelt de rijkdom op van het tijdens het leven goed beleefde geloof.

Spiritualiteit

Maar opnieuw moeten we ons de vraag stellen: beschikken we over een spiritualiteit die echt het seizoen – lang en gespreid – kan interpreteren van die tijd van de aan anderen, meer dan aan de kracht van onze zelfstandigheid, toevertrouwde zwakheid? Hoe blijft men trouw aan doorleefde navolging, aan de beloofde liefde, aan de gerechtigheid die gezocht werd in de tijd dat we nog bekwaam waren initiatief te nemen, in de tijd van de broosheid, in de tijd van de afhankelijkheid, van het afscheid nemen, in de tijd van het zich verwijderen van de hoofdrol in ons leven? Het is niet gemakkelijk afstand te nemen van de hoofdrol, dat is niet gemakkelijk.

Beproeving

Deze nieuwe tijd is ook een tijd van beproeving, voorzeker. Te beginnen met de bekoring – zeer menselijk, ongetwijfeld, maar ook zeer gevaarlijk – onze hoofdrol te bewaren. En soms moet de hoofdrolspeler minderen, moet neerbuigen, aanvaarden dat de oude dag je als hoofdrolspeler doet buigen. Maar je zult een andere wijze vinden om je uit te drukken, een andere wijze om in de familie op te treden, in de samenleving, in de vriendengroep. Dat is de nieuwsgierigheid van Petrus: En hij? vraagt Petrus wanneer hij ziet dat de veelgeliefde leerling hen volgde (cf. vv. 20-21). Je neus in andermans leven steken. Neen. Jezus zegt: Zwijg! Hoort hij echt tot mijn gevolg? Moet hij soms ‘mijn’ plaats innemen? Zal hij mijn opvolger zijn? Dat zijn vragen die tot niets dienen, niet helpen. Moet hij langer duren en mijn plaats innemen? Het antwoord van Jezus is vrijmoedig en zelfs bars: “Is dat uw zaak? Gij moet Mij volgen!” (v. 22). Als om te zeggen: wees bezorgd om jouw leven, om je huidige situatie en steek je neus niet in andermans zaken.

Gij moet Mij volgen. Dat is belangrijk: de navolging van Jezus, Jezus volgen in leven en dood, bij gezondheid en ziekte, bij voorspoed en successen en ook wanneer het moeilijk is, met veel slechte momenten van verval.

Wanneer we ons in het leven van andere willen mengen, zegt Jezus: Is dat uw zaak? Gij moet Mij volgen! Schitterend. Wij bejaarde moeten niet jaloers zijn op de jongeren die hun weg gaan, die onze plaats innemen, die langer duren dan wij. De eer van onze trouw aan de beloofde liefde, de trouw aan de navolging van het geloof dat we hebben beloofd, ook wanneer het afscheid van het lever naderbij komt, dat zijn de redenen tot bewondering vanwege de komende generaties en tot dankbare erkentelijkheid vanwege de Heer.

Leren afscheid nemen: dat is de wijsheid van de bejaarden. Maar wel, goed afscheid nemen, met de glimlach.

Leren afscheid nemen in gemeenschap, afscheid samen met de anderen. Het leven van de bejaarde is een afscheid, traag, traag. Een vreugdevol afscheid: ik heb het leven geleefd, ik heb mijn geloof bewaard. Dat is mooi, wanneer een bejaarde dit kan zeggen: Ik heb het leven geleefd, dit is mijn gezin; ik heb het leven geleefd, ik ben zondaar geweest maar ook wel doener. En de vrede die dan komt dat is het afscheid van de bejaarde.

Wederkerigheid

Zelfs de noodgedwongen werkeloze navolging, bestaande uit gevoelsmatige beschouwing en uit steels luisteren naar het woord van de Heer – zoals Maria, de zus van Lazarus – zal het beste deel van het leven worden, van het leven van ons, bejaarden. Moge dit deel ons nooit ontnomen worden (cf. Lc 10, 42). Laten kijken naar de bejaarden, bekijken we hen en laten we hen helpen zodat ze kunnen leven en hun levenswijsheid vertolken, dat zij ons het schone en goede dat ze hebben, kunnen schenken. Laten we naar hen kijken, laten we naar hen luisteren. En wij, bejaarden, laten we steeds met een glimlach de jongeren bekijken. Zij gaan hun weg, zij zetten verder wat wij hebben gezaaid, ook wat wij niet hebben gezaaid bij gebrek aan moed of gelegenheid. Zij zullen het verder zetten; Maar altijd in deze relatie van wederkerigheid: een bejaarde kan niet gelukkig zijn zonder naar de jongeren te kijken en de jongeren kunnen in het leven niet verder gaan zonder naar de bejaarden te kijken. Dankjewel.

Terug naar overzicht