25-5-2022 Met levenswijsheid tegen een samenleving van vermoeidheid

In zijn elfde catechese over de oude dag tijdens de algemene audiëntie sprak de paus over het boek Prediker.

Geliefde broeders en zusters, goedendag!

In ons nadenken over de oude dag – we gaan daarmee verder – laten we ons vandaag aanspreken door het boek Prediker, andermaal een juweel opgeslagen in de Bijbel. Bij een eerste lezing treft dat boek ons en brengt het ons in verwarring door zijn beroemde refrein: Alles is ijdelheid, dat voortdurend op en af gaat, alles is ijdelheid, alles is nevel, alles is rook, alles is leeg. Het verbaast ons dergelijke uitdrukkingen – die heel het bestaan in vraag stellen – in de Heilige Schrift aan te treffen. In werkelijkheid is het voortdurende heen en weer tussen zin en onzin van Prediker de ironische voorstelling van een kennis van het leven die loskomt van de gedrevenheid voor de rechtvaardigheid waarvoor Gods oordeel waarborg staat. Het slot van het boek wijst de uitweg: Vrees God en onderhoud zijn geboden; daar komt voor een mens alles op aan (12, 13). Dat is de raadgeving om dit probleem op te lossen.

Nutteloos

Ten aanzien van een werkelijkheid die bij momenten al haar tegendelen in zich lijkt te dragen – ook al heeft ze er hetzelfde lot voor, namelijk in het niets te eindigen – lijkt onverschilligheid ook aan ons het enige middel tegen een pijnlijke ontgoocheling. In ons komen vragen op als: hebben onze inspanningen de wereld wel veranderd?  Is iemand bij machte het verschil tussen rechtvaardig en onrechtvaardig door te drukken? Het schijnt allemaal nutteloos: waarom dan zoveel inspanningen doen?

Ontnuchtering

Dit negatieve aanvoelen kan in elk jaargetijde van het leven voorkomen. Maar er bestaat geen twijfel dat de oude dag deze ontmoeting met de ontnuchtering onoverkomelijk maakt. Ontnuchtering hoort bij de oude dag. En dus is de weerstand van de oude dag tegen de ontmoedigende gevolgen van deze ontnuchtering beslissend. Als de bejaarden, die alles hebben beleefd, hun gedrevenheid voor de rechtvaardigheid ongeschonden bewaren, dan is er hoop voor de liefde en ook voor het geloof. Voor de huidige wereld is de doorgang door deze crisis, een gezonde crisis, van beslissend belang. Waarom?

Omdat een cultuur die beweert alles te kunnen meten en te kunnen hanteren, uitmondt in een algemene ontmoediging over de zin, ontmoediging over de liefde, ontmoediging over het goede.

Einde in het niets

Deze ontmoediging ontneemt ons de wil tot handelen. Een zogenaamde waarheid die er zich toe beperkt de wereld vast te stellen, stelt ook haar onverschilligheid vast voor de tegenstellingen en levert ze over, zonder verlossing, aan stroom van de tijd en aan het einde in het niets. In deze vorm – gehuld in wetenschappelijkheid, maar tegelijk ook erg ongevoelig en amoreel – wordt de hedendaagse zoektocht naar de waarheid uitgedaagd helemaal afscheid te nemen van de gedrevenheid voor de rechtvaardigheid. Ze gelooft niet langer in haar doel, in haar belofte, in haar bevrijding.

Verlamming van de ziel

Voor onze moderne cultuur, die aan de exacte kennis van de dingen alles wil toevertrouwen, is de verschijning van deze cynische rede die kennis en onverantwoordelijkheid laat samengaan – een zeer zware tegenslag. Immers, een kennis die ons ontslaat van de moraliteit lijkt in eerste instantie een bron van vrijheid en energie, maar al snel wordt zij een verlamming van de ziel.

Lusteloosheid

Prediker ontmaskert, op ironische wijze, deze fatale bekoring van de almacht van het weten – een delirium van alwetendheid – die een machteloosheid van de wil meebrengt. Monniken uit de oudste christelijke traditie hebben zeer nauwkeurig deze ziekte van de ziel beschreven, en plots de ijdelheid van kennis zonder geloof en moraal ontdekt. De begoocheling van waarheid zonder gerechtigheid. Zij noemden dat lusteloosheid – accidia. Het is een bekoring voor alle mensen, ook voor bejaarden. Het is niet louter luiheid, het is meer. Het niet eenvoudig een depressie.

Veeleer is lusteloosheid het zich overgeven aan kennis van de wereld zonder gedrevenheid voor de rechtvaardigheid en het daarmee samenhangend handelen.

Samenleving van de vermoeidheid

Deze leegte aan zin en kracht, in het leven geroepen door dit weten, dat elke ethische verantwoordelijkheid afwijst alsook elk gevoel voor het werkelijke goede, is niet onschadelijk. Zij ontneemt niet slechts de krachten aan de wil tot het goede. Als weerslag opent zij de deur voor de agressiviteit van de machten van het kwaad. Het zijn de krachten van een op hol geslagen rede, cynisch geworden door een overdaad aan ideologie. Immers, met al onze vooruitgang, met al onze welvaart, zijn we een samenleving van de vermoeidheid geworden. Denk even hieraan: we zijn een samenleving van de vermoeidheid!

We zouden een algemeen welzijn moeten voortbrengen en we dulden een wetenschappelijk geselecteerde markt van de gezondheid.

We zouden een niet te overschrijden grens aan de vrede moeten stellen en we zien opeenvolgende steeds gruwelijker oorlogen tegen ongewapende mensen. De wetenschap gaat vooruit, natuurlijk, en dat is een goed. Maar de wijsheid van het leven is heel iets anders en lijkt in een patstelling.

Hekserijen

Ten slotte ontneemt deze niet-gevoelige en niet-verantwoordelijke rede zin en energie ook aan de kennis van de waarheid. Het is niet zonder reden dat onze tijd de tijd is van fake news, van de collectieve verafgoding en van de pseudowetenschappelijke waarheid. Dat is merkwaardig: in die cultuur van het weten, van alle dingen kennen, ook van de nauwkeurigheid van het weten, hebben zich vele hekserijen verspreid, gecultiveerde hekserijen. Het is hekserij met een zekere cultuur, maar die je naar een leven van bijgeloof voert. Aan de ene zijde vooruitgang met verstand bij het kennen van de dingen tot in hun wortels. Aan de andere zijde de ziel die andere dingen nodig heeft en de weg opgaat van de afgoderij en eindigt in hekserijen.

De oude dag kan van de ironische wijsheid van Prediker de kunst leren om de verborgen misleiding aan het licht te brengen van het delirium van een waarheid van de geest zonder gevoel voor rechtvaardigheid.

Bejaarden rijk aan wijsheid en humor doen goed aan de jongeren. Ze redden hen van de bekoring van de kennis van een wereld, triest en zonder de wijsheid van het leven. En ook nog, deze bejaarden brengen de jongeren opnieuw bij de belofte van Jezus: Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden (Mt 5, 6). Het zijn zij die in de jongeren de honger en dorst naar gerechtigheid zullen zaaien. Goede moed, wij bejaarden: goede moed en vooruit! We hebben een zeer grote zending in de wereld. Maar zoekt alsjeblieft, geen schuilplaats in dat weinig concrete idealisme, niet reëel, zonder wortels – laten we het duidelijk zeggen: in de hekserijen van het leven.

Terug naar overzicht