5-9-2021 Angelus – Naar Jezus luisteren en naar de anderen

“Hij laat doven horen en stommen spreken”: paus Franciscus overweegt het Evangelie van vandaag. Tegenover deze genezing van een doofstomme, nodigt de paus iedereen uit naar God en de anderen te “luisteren”. “Wij hebben allemaal oren, maar zijn dikwijls niet in staat te luisteren. Waarom? Broeders en zusters, er is inderdaad een innerlijke doofheid en wij kunnen vandaag aan Jezus vragen ze aan te raken en te genezen”, insisteert de paus.
Hij nodigt vooral priesters uit om te luisteren: “Een priester moet naar de mensen luisteren, niet gejaagd zijn, luisteren, … en zien hoe hij kan helpen, maar nadat hij hen gehoord heeft. En wij allemaal: eerst luisteren, dan antwoorden”.
“De genezing van het hart begint met te luisteren”, verklaart de paus en hij voegt erbij: “Wij horen dit woord van Jezus dat tot ons gericht wordt zoals op de dag van het doopsel: Effeta, ga open!” Open uw oren. “Jezus, ik verlang mij voor Uw woord open te stellen. Jezus, open mij om naar U te luisteren. Jezus, genees mijn hart voor geslotenheid, genees mijn hart van gejaagdheid, genees mijn hart van ongeduld”.

Dierbare broeders en zusters, goeiedag!

Het Evangelie van de liturgie van vandaag toont Jezus die een doofstomme geneest. In dat verhaal is de manier waarop de Heer dit wonderteken verricht, treffend. Zo doet Hij het: Hij neemt de doofstomme terzijde, steekt Zijn vingers in diens oren en raakt zijn tong met speeksel aan, kijkt vervolgens naar de Hemel, zucht en zegt: Effeta, wat betekent: ga open (cf Mc 7,33-34). Bij andere genezingen, voor even ernstige ziekten zoals verlamming of melaatsheid, stelt Jezus weinig gebaren. Waarom doet Hij dat nu allemaal, terwijl men Hem alleen vraagt de zieke de hand op te leggen (cf v. 32).? Waarom die handelingen? Misschien omdat de toestand van die persoon een aparte symbolische waarde heeft. Doofstom zijn is een ziekte, maar ook een symbool. En dit symbool heeft ons allemaal iets te zeggen. Waarover gaat het? Over doofheid. Deze man kon niet spreken omdat hij niet kon horen. Inderdaad, om de oorzaak van zijn ziekte te genezen, steekt Jezus Zijn vingers in diens oren, daarna in diens mond, maar eerst in de oren.

Wij hebben allemaal oren, maar zijn dikwijls niet in staat te luisteren. Waarom niet? Broeders en zusters, er is inderdaad een innerlijke doofheid en wij kunnen vandaag aan Jezus vragen ze aan te raken en te genezen. En deze innerlijke doofheid is erger dan de lichamelijke, want het is doofheid van het hart. In beslag genomen door gejaagdheid, door duizenden dingen om te zeggen en te doen, vinden wij de tijd niet om halt te houden en te luisteren naar degenen die met ons spreken. Wij lopen het gevaar ondoordringbaar te worden en geen plaats te laten voor degenen die nood hebben aan een luisterend oor: ik denk aan kinderen, jongeren, bejaarden, velen die niet zozeer behoefte hebben aan woorden en preken, maar aan een luisterend oor.

Stellen wij ons de vraag: hoe luister ik? Laat ik mij raken door het leven van de mensen, kan ik tijd geven aan degenen met wie ik leef om naar hen te luisteren? Dat geldt voor ons allemaal, maar in het bijzonder voor priesters. Een priester moet naar de mensen luisteren, niet gejaagd zijn, luisteren … en zien hoe hij kan helpen, maar na geluisterd te hebben.

En wij allemaal: eerst luisteren, dan antwoorden. Denken wij aan het gezinsleven: hoe dikwijls spreken wij zonder eerst te luisteren, en wij herhalen onze refreinen die altijd dezelfde zijn! Niet in staat te luisteren, zegt men altijd dezelfde dingen, of wacht men niet tot de ander uitgesproken is, zich uitgedrukt heeft, en men onderbreekt hem. Het tot stand komen van een gesprek gaat dikwijls niet via woorden, maar door stilte, niet onderbreken, opnieuw en geduldig naar de ander luisteren, naar zijn inspanningen, naar wat hij in zich draagt. De genezing van het hart begint met te luisteren. Luisteren, dat geneest het hart. Maar vader, er zijn vervelende mensen die altijd hetzelfde zeggen … – Luister naar hen. En dan, als zij gedaan hebben met spreken, zeg dan uw woordje, maar luister naar alles.

En zo is het ook met de Heer. Wij doen er goed aan Hem met vragen te overrompelen, maar we doen er beter aan eerst te luisteren. Jezus vraagt dat. In het Evangelie, als men Hem vraagt wat het eerste gebod is, antwoordt Hij: “Hoor, Israël”. Daarna voegt Hij er het eerste gebod aan toe: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart (…) en uw naaste als uzelf” (Mc 12,28-31). Maar eerst: “Hoor, Israël”. Luister! Herinneren wij ons dat wij naar de Heer geluisterd hebben? Wij zijn christen maar misschien vinden wij tussen de duizenden woorden die wij dagelijks horen, niet een paar seconden om enkele woorden van het Evangelie in ons te laten weerklinken.

Jezus is het Woord: als wij geen halt houden om naar Hem te luisteren, gaat Hij door. De heilige Augustinus zei: “ik ben bang dat de Heer voorbijgaat”. En zijn angst bestaat erin Hem te laten voorbijgaan zonder Hem te horen. Maar als wij tijd besteden aan het Evangelie, zullen wij een geheim ontdekken voor onze geestelijke gezondheid.

Dat is de remedie: elke dag een beetje stilte en luisteren, enkele nutteloze woorden minder en een beetje meer Gods Woord. Altijd met het Evangelie op zak, wat veel helpt. Wij horen dit woord van Jezus aan ons gericht, zoals op de dag van het doopsel: Effeta, ga open!” Open uw oren. Jezus, ik verlang mij voor Uw woord open te stellen. Jezus, open mij om naar U te luisteren. Jezus, genees mijn hart voor geslotenheid, genees mijn hart van gejaagdheid, genees mijn hart van ongeduld.

Moge de Maagd Maria, open om te luisteren naar het Woord dat in Haar mens geworden is, ons elke dag helpen om te luisteren naar Haar Zoon in het Evangelie en naar onze broeders en zusters met een volgzaam hart, een geduldig hart en een aandachtig hart.

Terug naar overzicht