7-2-2021 Angelus – Nabijheid, tederheid en medelijden, dat is de stijl van God

De paus geeft commentaar bij de genezing van de schoonmoeder van de apostel Petrus, waarover het Evangelie van deze zondag gaat: “er is zoveel zachtheid in deze eenvoudige handeling, die haast natuurlijk lijkt”.
De paus brengt de Wereldziekendag van 11 februari aanstaande voor de geest en benadrukt dat het ook de zending van de Kerk is: “Zorg dragen voor allerlei zieken, is geen optie voor de Kerk, nee, geen bijkomstigheid, nee. Zorg dragen voor allerlei zieken, maakt integraal deel uit van de zending van de Kerk, zoals bij Jezus. Deze zending is de tederheid van God bij de lijdende mensheid brengen”.
De paus nodigt uit “zich te laten genezen” door Christus: “Moge de Heilige Maagd ons helpen ons door Jezus te laten genezen – dat hebben wij altijd nodig, allemaal – om op onze beurt getuigen te kunnen zijn van Gods genezende tederheid”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Het Evangelie van vandaag (Mc 1,29-39) gaat over de genezing van de schoonmoeder van Petrus door Jezus en daarna van de vele zieken en lijdende mensen die zich rond Hem verdringen. De genezing van de schoonmoeder van Petrus is de eerste lichamelijke genezing waarover Marcus vertelt: de vrouw lag met koorts te bed. Jezus’ houding en gebaar voor haar, zijn symbolisch. “Hij ging naar haar toe, pakte ze bij de hand en deed haar opstaan” (v. 31), merkt de evangelist op. Er ligt zoveel zachtheid in dit eenvoudig gebaar, dat haast natuurlijk lijkt. “Zij werd vrij van koorts en bediende hen” (ibid.). De macht van Jezus om te genezen stoot op geen enkele weerstand en de genezen persoon herneemt haar gewone leven, denkt onmiddellijk aan de anderen en niet aan zichzelf – en dat is van belang, dat is een teken van echte “gezondheid”!

Die dag was een zaterdag. De mensen van het dorp wachten op de zonsondergang en dan, wanneer de sabbatsrust beëindigd is, gaan zij naar buiten en brengen alle zieken en bezetenen bij Jezus. En Hij, Hij geneest hen, maar verbiedt aan de demonen bekend te maken dat Hij de Christus is (cf vv. 32-34). Dus vanaf het begin, toont Jezus Zijn voorkeur voor mensen die lijden naar lichaam en geest: dat is de voorkeur van Jezus. Dat is de voorkeur van de Vader die Hij belichaamt en door woorden en werken manifesteert. Zijn leerlingen waren er de ooggetuigen van. Zij hebben het gezien en daarna hebben zij ervan getuigd.

Maar Jezus heeft niet alleen gewild dat zij toeschouwers zijn van Zijn zending. Hij heeft hen erin betrokken, Hij heeft hen gezonden, Hij heeft hen ook de macht gegeven de zieken te genezen en de duivels uit te drijven (cf Mt 10,1; Mc 6,7). En dat is zo zonder ophouden gebleven in het leven van de Kerk, tot op vandaag. Dat is belangrijk. Zorg dragen voor allerlei zieken, is geen optie voor de Kerk, nee, geen bijkomstigheid, nee. Zorg dragen voor allerlei zieken, maakt integraal deel uit van de zending van de Kerk, zoals bij Jezus. Deze zending is de tederheid van God bij de lijdende mensheid brengen.

Daaraan herinnert ons de Wereldziekendag binnen enkele dagen, op 11 februari. De realiteit die we in de hele wereld meemaken door de pandemie, maakt deze boodschap, deze essentiële zending van de Kerk, bijzonder actueel.

De stem van Job, die in de liturgie van vandaag te horen is, wordt nogmaals de vertolker van onze menselijke conditie, zo groot in waardigheid – onze menselijke conditie – zeer groot in waardigheid en tegelijk zo broos. Tegenover deze realiteit komt altijd de vraag op in ons hart: waarom? Op deze vraag geeft Jezus, het mens geworden Woord, geen uitleg. Hij geeft geen uitleg op dit: waarom zijn wij zo groot in waardigheid en zo broos in onze conditie? Jezus antwoordt op dit waarom niet met uitleg maar met liefde die zich buigt, die bij de hand neemt en doet opstaan, zoals bij de schoonmoeder van Petrus (cf Mc 1,31).

Zich buigen om de ander te doen opstaan. Vergeten wij niet dat de enige toegelaten manier om iemand uit de hoogte aan te kijken, is wanneer we hem de hand reiken om hem te helpen opstaan. De enige. Dat is de zending die Jezus aan de Kerk heeft toevertrouwd. De Zoon van God manifesteert Zijn heerschappij niet “uit de hoogte” naar beneden, niet op afstand, maar door zich te buigen, door de hand te reiken. Hij manifesteert Zijn heerschappij door nabijheid, tederheid en medelijden. Nabijheid, tederheid en medelijden, dat is de stijl van God. God komt nabij. Hij komt nabij met tederheid en medelijden. Hoe dikwijls lezen we in het Evangelie niet dat Hij medelijden gevoelt ten overstaan van een gezondheidsprobleem of welk probleem ook. Het medelijden van Jezus, de nabijheid van God in Jezus. Dat is de stijl van God.

Het Evangelie van vandaag herinnert er ons ook aan dat dit medelijden zijn wortels heeft in de vertrouwensrelatie met de Vader: want voor de dageraad en na zonsondergang trok Jezus zich terug en bleef Hij alleen om te bidden (cf v. 35). Daaruit haalde Hij de kracht voor Zijn optreden, door te verkondigen en te genezen.

Moge de Heilige Maagd ons helpen ons door Jezus te laten genezen – wij hebben dat altijd nodig, allemaal – om op onze beurt te kunnen getuigen van Gods tederheid die geneest.

Terug naar overzicht