30-6-2021 Audiëntie – Als we God volgen, is niets in het leven toevallig

In zijn catechese over de Galatenbrief tijdens de algemene audiëntie belichtte de paus Paulus als de ware apostel.

Geliefde broeders en zusters, goedendag!
Stap na stap verdiepen we ons in de Brief aan de Galaten. We hebben gezien dat deze christenen een conflict kennen over de wijze waarop ze het geloof beleven. De apostel Paulus begint zijn brief met hen te herinneren aan de gegroeide relatie, het ongemak wegens de afwezigheid en de onveranderde liefde die hij voor ieder van hen koestert. Tegelijk laat hij niet na zijn bezorgdheid te uiten dat de Galaten de ware weg zouden gaan. Het is de bezorgdheid van een vader die deze gemeenschappen het leven van het geloof heeft geschonken. Zijn bedoeling is heel helder: men moet de nieuwheid bevestigen van het Evangelie dat de Galaten door zijn prediking hebben ontvangen om echte identiteit op te bouwen en zo het eigen bestaan een grondslag te geven. Dit is het beginsel: de nieuwheid bevestigen van het Evangelie dat de Galaten van de apostel hebben ontvangen.

Al snel ontdekken we dat Paulus een diepe kenner is van het mysterie van Christus. Van bij het begin volgt hij niet de platvloerse argumentatie van zijn lasteraars. De apostel ‘mikt hoog’ en toont ook aan ons hoe ons te gedragen wanneer conflicten in een gemeenschap ontstaan. Alleen aan het einde van de brief wordt uitdrukkelijk gesteld dat de kern van de twist in de besnijdenis ligt, dat wil zeggen in de belangrijkste joodse traditie. Paulus kiest ervoor meer in de diepte te gaan, wat immers op het spel staat is de waarheid van het Evangelie en de vrijheid van de christenen die daarvan integrerend deel uitmaakt. Hij stopt niet aan de oppervlakte van de problemen, van de conflicten, zoals wij vaak geneigd zijn te doen om snel een oplossing te vinden die de schijn geeft allen met een compromis tot overeenstemming te brengen.
Paulus houdt van Jezus en hij weet dat Jezus geen God-mens van compromissen is.
Zo werkt men niet met het Evangelie en de apostel heeft ervoor gekozen de meer eisende weg te volgen. Hij schrijft: Tracht ik nu de mensen te winnen of God? Zoek ik soms de gunst van de mensen? Als ik nog de gunst van mensen zocht, zou ik geen dienaar van Christus zijn (Gal 1,10). Hij wil niet iedereen et vriend houden.

Op de eerste plaats meent Paulus dat hij de Galaten moet herinneren dat hij een ware apostel is, niet door eigen verdienste, maar door Gods roeping. Hij zelf doet het verhaal van zijn roeping en bekering die samenviel met de verschijning van de verrezen Christus tijdens de reis naar Damascus (cf. Hnd 9,1-9). Het is belangrijk op te merken wat hij zegt over zijn leven vóór dit gebeuren: Hoe ik de kerk van God fel heb vervolgd en haar trachtte uit te roeien; en hoe ver ik het bracht in de Joodse godsdienst, vele leeftijdgenoten onder mijn volk overtreffend in mijn grenzeloze ijver voor de overleveringen van mijn voorouders (Gal 1,13-14). Paulus durft beweren dat hij allen overtrof in het judaïsme. Hij was een ijverende farizeeër wat ijver aangaat een vervolger van de kerk, in wettische heiligheid volmaakt (Fil 3,6). Tot tweemaal toe beklemtoont hij dat hij een verdediger was van de voorvaderlijke tradities en een overtuigende belever van de wet. Dat is het verhaal van Paulus.

Enerzijds onderlijnt hij de Kerk op wrede wijze te hebben vervolgd en dat hij een godslasteraar, een vervolger, een geweldenaar was (1 Tim 1,13). Hij is niet zuinig met bijvoeglijke naamwoorden, hijzelf spreekt zo over zichzelf. Anderzijds beklemtoont hij de barmhartigheid van God tegenover hem. Dat bracht hem tot een totale verandering, die allen goed kennen. Hij schrijft: Ik was persoonlijk onbekend bij de christengemeenten van Judea. Zij wisten alleen van horen zeggen: ‘Hij die ons vroeger vervolgde, verkondigt nu het geloof dat hij vroeger wilde uitroeien’ (Gal 1,22-23).
Paulus heeft zich bekeerd, hij is veranderd, zijn hart is veranderd.
Paulus maakt de waarachtigheid van zijn roeping duidelijk door het indrukwekkende contrast dat zich in zijn leven voordeed van vervolger der christenen – omdat zij de tradities en de wet niet beleefden – werd hij apostel geroepen om het Evangelie van Jezus Christus te verkondigen. We zien dat Paulus vrij is. Hij is vrij om het Evangelie te verkondigen en hij is ook vrij om zijn zonden te belijden. Ik was zo: het is de waarheid die vrijheid van hart schenkt die de vrijheid van God is.

Terugdenkend aan zijn geschiedenis is Paulus vol verwondering en erkentelijkheid. Het lijkt wel of hij aan de Galaten wil zeggen dat hij alles had kunnen zijn, behalve een apostel. Als kind was hij opgevoed om een onbesproken belever van de mozaïsche wet te zijn. De omstandigheden hadden hem ertoe gebracht bestrijder te worden van de leerlingen van Christus. Hoe dan ook, iets onverwachts was gebeurd: door zijn genade had God hem de gestorven en verrezen Zoon geopenbaard, opdat hij er onder de heidenen de verkondiger van zou worden (cf. Gal 1,15-16).

Hoe ondoorgrondelijk zijn de wegen van de Heer! We raken Hem elke dag met de handen aan. En vooral, als we terugdenken aan de momenten dat de Heer ons heeft geroepen. We mogen de tijd en de wijze niet vergeten waarop God in ons leven is binnengetreden. Die ontmoeting met de genade in hart en geest vasthouden, toen God ons bestaan heeft veranderd. Hoe vaak komt, met het oog op de grote werken van de Heer, niet de spontane vraag op: maar hoe is het mogelijk dat God gebruik maakt van een zondaar, van een zwakke en kwetsbare persoon, om zijn wil te doen geschieden? En toch, daaraan is niets toevalligs.
Alles behoort tot het plan van God. Hij weeft onze geschiedenis, het verhaal van ieder van ons.
Hij weeft onze geschiedenis en als wij vertrouwvol ingaan op zijn verlossingplan, dringt dat tot ons door. Roeping betekent steeds een zending waartoe we bestemd zijn. Vandaar dat ons gevraagd wordt ons met ernst voor te bereiden in het besef dat God zelf ons zendt. God zelf, die ons met zijn genade ondersteunt. Broeders en zusters, mogen we ons door dit bewustzijn laten leiden: op de eerste plaats is het de genade die ons bestaan verandert en het waardig maakt in dienst van het Evangelie te staan.. Op de eerste plaats bedekt de genade alle zonden, ze verandert de harten, verandert het leven, doet ons nieuwe wegen zien. Laten we dit niet vergeten.

Terug naar overzicht