1-5-2020 Ondernemers die hun werknemers beschermen als hun eigen kinderen
De paus hekelt moderne slavernij

“En God schiep” (Gen 1,27). Een Schepper. Hij schiep de wereld, Hij schiep de mens en gaf hem een zending: besturen, werken, de schepping voortzetten. Het woord “werk” wordt in de Bijbel gebruikt om deze activiteit van God te beschrijven: “Op de zevende dag bracht God het werk dat Hij verricht had tot voltooiing. Hij rustte op de zevende dag van al het werk dat Hij verricht had” (2,2). En Hij vertrouwt die activiteit toe aan de mens: gij moet dat doen, deze wereld beschermen, ge moet werken om met Mij te scheppen, zodat deze wereld doorgaat – het is alsof Hij dit zei (cf 2,15.19-20). Zodanig dat werk eigenlijk slechts de voortzetting is van het werk van God: het werk van de mens is de roeping van de mens die hij van God kreeg toen Hij het universum geschapen had.

En het werk is wat de mens op God doet gelijken, want door werk is de mens schepper, kan hij scheppen, kan hij zoveel dingen scheppen; ook een gezin waarin hij voortleeft. De mens is schepper en hij schept door zijn werk. Het is zijn roeping. En de Bijbel zegt dat “God alles bezag wat Hij gemaakt had, en Hij zag dat het heel goed was” (cf 1,31). Werk heeft dus in zich een goedheid en brengt harmonie in de dingen – goedheid, schoonheid – en werk impliceert de hele mens: zijn denken, handelen, alles. De mens is in zijn werk betrokken. Dat is de eerste roeping van de mens: werken. Dat geeft de mens waardigheid. Waardigheid doet de mens op God gelijken. De waardigheid van werk.

Op een dag zei een bediende van Caritas tegen een werkloze die iets kwam halen voor zijn gezin: “Ge kunt tenminste brood mee naar huis nemen – Dat is niet genoeg, antwoordde hij, ik wil mijn brood verdienen om het mee naar huis te nemen”. Wat hem ontbrak was waardigheid, de waardigheid om door zijn werk brood te “maken” en het mee naar huis te nemen. De waardigheid van werk wordt helaas met voeten getreden.

In de geschiedenis hebben wij brutaliteiten gezien tegen slaven: ze werden van Afrika naar Amerika gebracht – ik denk aan de geschiedenis van mijn vaderland – en wij zeggen: hoe barbaars! Maar ook vandaag zijn er veel slaven, zoveel mannen en vrouwen die niet vrij zijn om te werken: zij worden verplicht te werken om te overleven, meer niet. Slaven, dwangarbeid … Er is dwangarbeid, onrechtvaardig, slecht betaald, die de waardigheid van de mens met voeten treedt. Er zijn er zo veel in de wereld. Zo veel. Enkele maanden geleden lazen wij in de kranten dat iemand in een Aziatisch land zijn werknemer met stokslagen gedood had omdat hij iets verkeerd gedaan had; hij verdiende minder dan een halve dollar per dag.

Slavernij vandaag is onze on-waardigheid, zij ontneemt waardigheid aan een man of vrouw, en aan ons allemaal. Nee, ik werk, ik heb mijn waardigheid. – Ja, maar uw broeders hebben ze niet. – Ja, vader, dat is waar, maar dat is zo ver van hier, ik probeer het te verstaan … hier bij ons … – Ook hier bij ons. Ik denk aan arbeiders, dagloners, die ge aan een minimumloon doet werken en geen 8 maar 12 tot 14 uur per dag: dat gebeurt vandaag en hier. In heel de wereld, maar ook hier. Ik denk aan de huisbediende die geen rechtvaardig loon heeft, geen sociale zekerheid, geen pensioen: dat gebeurt niet alleen in Azië. Maar ook hier.

Iedere onrechtvaardigheid tegen iemand die werkt, treedt zijn menselijke waardigheid met de voeten maar ook de waardigheid van degene die het onrecht begaat. Het niveau van de relatie daalt en komt terecht in een spanningsveld tussen dictator en slaaf. De roeping die God ons geeft, is daarentegen zo mooi: scheppen, herscheppen, werken. Dat kan slechts als de voorwaarden rechtvaardig zijn en de waardigheid van de mens gerespecteerd wordt.

Verenigen wij ons vandaag met zoveel mannen en vrouwen, gelovigen en ongelovigen, die de Dag van de Arbeid vieren, voor hen die strijden om rechtvaardigheid op het werk, voor moedige ondernemers die rechtvaardig zijn in het werk, op gevaar af van het te verliezen. Twee maand geleden kreeg ik een telefoontje van een Italiaanse ondernemer die mij om gebed vroeg omdat hij niemand wou ontslaan en hij zei me: want iemand van hen ontslaan, is mijzelf ontslaan. Het geweten van vele goede ondernemers die hun werknemers beschermen als hun eigen kinderen. Bidden wij voor hen. En vragen wij aan de heilige Jozef – die hier zo mooi afgebeeld staat (bij het altaar) met zijn gereedschap in de hand – dat hij ons helpt strijden voor waardig werk, zodat er werk is voor iedereen en waardig werk voor iedereen. Geen slavenwerk. Moge dat ons gebed zijn vandaag.

Terug naar overzicht