13-9-2020 Angelus – Verjaag wrok, stop met haten

“Denk aan het einde, aan Gods vergeving en stop met haten. Verjaag wrok, die vervelende vlieg die komt en gaat”: paus Franciscus roept op tot vergeving in het gezin, tussen echtgenoten, ouders en kinderen, broers en zussen; in de samenleving, de Kerk en in de politiek.
De paus geeft commentaar bij het Evangelie over de “barmhartige koning” en een vers uit het boek Jezus Sirach, waaruit deze zondag gelezen wordt.
“Als wij ons niet inspannen om te vergeven en te beminnen, zullen ook wij niet vergeven en bemind worden”, insisteert de paus, die deze woorden vier keer herhaalt: “denk aan het einde en stop met haten”.
Twee keer herneemt de paus het beeld van de lastige vlieg: “verjaag wrok, die lastige vlieg die komt en gaat”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
In de parabel die wij in het Evangelie van vandaag lezen, over de barmhartige koning (Mt 18, 21-35), lezen wij twee keer de smeekbede: “Heer, heb geduld met mij en ik zal u alles betalen” (v. 26.29). De eerste keer wordt zij gezegd door de dienaar die zijn meester tienduizend talenten schuldig is, een enorm bedrag, vandaag zou dat miljoenen euro’s zijn. De tweede keer wordt zij herhaald door een andere dienaar van dezelfde meester. Hij staat ook in de schuld, niet tegenover zijn meester, maar tegenover de dienaar die deze grote schuld heeft. En zijn schuld is veel kleiner, misschien een weeksalaris.

De kern van de parabel is de inschikkelijkheid die de meester betoont aan de dienaar met de grootste schuld. De evangelist benadrukt dat “de meester medelijden had – vergeet deze parabel nooit die Jezus eigen is: “de heer kreeg medelijden”, Jezus heeft altijd medelijden gehad met deze dienaar, Hij “liet hem gaan en schold hem de geleende som kwijt” (v. 27). Een enorme schuld, dus een enorme kwijtschelding!

Maar onmiddellijk daarna toont die dienaar zich meedogenloos voor een mededienaar, die hem een gering bedrag verschuldigd is. Hij luistert niet naar hem, beledigt hem en laat hem in de gevangenis werpen, tot hij zijn schuld, deze kleine schuld volledig betaald zou hebben (cf v. 30). De meester komt het te weten en verontwaardigd roept hij de slechte dienaar en laat hem veroordelen (cf vv. 32-34): ik heb u zoveel kwijtgescholden en gij bent niet in staat zo weinig kwijt te schelden?

In de parabel ziet men twee verschillende houdingen: die van God – vertegenwoordigd door de koning – die veel vergeeft, omdat God altijd vergeeft, en die van de mens. In de houding van God is de rechtvaardigheid doordrongen van barmhartigheid, terwijl de houding van de mens zich beperkt tot rechtvaardigheid.

Jezus roept ons op, ons open te stellen voor de macht van de vergeving, want zoals men weet, wordt alles in het leven niet opgelost door rechtvaardigheid. Men heeft die barmhartige liefde nodig, die ook aan de basis ligt van het antwoord van de Heer op de vraag van Petrus, die aan de parabel voorafgaat.
De vraag van Petrus is deze: “Heer, als mijn broeder tegen mij misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven?” (v. 21). En Jezus antwoordt: “Neen, zeg Ik u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventigmaal zevenmaal” (v. 22). In de symbolische taal van de Bijbel betekent dit dat wij geroepen zijn om altijd te vergeven!

Hoeveel lijden, hoeveel verscheurdheid, hoeveel oorlogen hadden kunnen vermeden worden, indien vergeving en barmhartigheid onze levensstijl waren! Zelfs in gezinnen, ook daar: hoeveel gebroken gezinnen die niet kunnen vergeven, hoeveel broers en zussen die verbitterd zijn op elkaar. Het is noodzakelijk in alle menselijke relaties barmhartige liefde te bewerken: tussen echtgenoten, tussen ouders en kinderen, in onze gemeenschappen, in de Kerk en ook in de samenleving en de politiek.

Vanmorgen, toen ik de Mis opdroeg, stond ik stil bij een zin die me trof in de eerste lezing uit het boek Jezus Sirach. Daar staat: “Denk aan het einde en houd op met haten”. Een mooie zin! Denk aan het einde. Bedenk dat ge in een kist zult liggen … en zult ge daarin de haat meenemen? Denk aan het einde en houd op met haten! Houd op met wrok. Denken we aan deze zo treffende zin: “Denk aan het einde en houd op met haten”.

Het is niet gemakkelijk te vergeven, want in rustige ogenblikken zegt men: ja, die heeft mij het leven zuur gemaakt, maar ik heb het hem ook zuur gemaakt … Ik zou maar beter vergeven om vergeven te worden. Maar dan komt de wrok, als een vervelende vlieg die komt en gaat en terugkomt … Vergeving is niet iets van een ogenblik, zij blijft tegen deze wrok, deze haat ingaan. Denken we aan het einde, stoppen we de haat.

De parabel van vandaag helpt ons de betekenis helemaal te vatten van deze zin, die wij in het Onze Vader bidden: “vergeef ons onze schulden zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren” (Mt 6,12). Deze woorden bevatten een beslissende waarheid. Wij kunnen niet rekenen op Gods vergeving als wij op onze beurt geen vergeving schenken aan onze naaste. Het is een voorwaarde: denk aan het einde, aan Gods vergeving en stop met haten. Verjaag de wrok, die vervelende vlieg die komt en gaat. Als wij ons niet inspannen om te vergeven en te beminnen, zullen wij evenmin vergeven en bemind worden.

Vertrouwen wij ons toe aan de moederlijke voorspraak van de Moeder Gods: moge Zij ons helpen beseffen hoeveel wij aan God te danken hebben, en er altijd aan denken, een open hart te hebben voor de barmhartigheid en goedheid.

Terug naar overzicht