26-1-2020 Angelus – Niet op eigen krachten rekenen maar vertrouwen stellen in Christus en Zijn Geest

“Het is onmogelijk zijn leven te veranderen, de weg van egoïsme, kwaad en zonde te verlaten” als “men de inspanning van de bekering alleen op zichzelf en op eigen krachten concentreert”, luidt de waarschuwing van paus Franciscus : men moet op Christus rekenen en op Zijn Geest. Het is namelijk “het woord van Jezus, de Blijde Boodschap van Jezus, het Evangelie, dat de wereld en de harten verandert” benadrukt hij in zijn meditatie. “De nabijheid en de vriendschap van God zijn niet te danken aan onze verdienste, maar zijn een belangloze gave van God die wij moeten koesteren.”

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Het Evangelie van deze dag (Mt 4,12-23) laat ons de aanvang zien van het openbaar optreden van Jezus. Dat gebeurt in Galilea, een gebied in de periferie ten opzichte van Jeruzalem, en met wantrouwen bekeken omwille van de vermenging met de heidenen. Van die streek werd niets goeds verwacht; toch is het daar dat Jezus, die in Nazareth in Galilea was opgegroeid, Zijn prediking begint.

Hij verkondigt de kern van Zijn onderricht met de oproep: “Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij” (v. 17). Deze verkondiging is als een sterke lichtstraal die de duisternis en de mist doorklieft, en herinnert aan de profetie van Jesaja, die in de kerstnacht gelezen wordt: “Het volk dat ronddwaalt in het donker, ziet dan een helder licht, over hen die wonen in een land vol duisternis gaat dan een stralend licht op” (9,1). Met de komst van Jezus, het Licht van de wereld, heeft God de Vader aan de mensheid Zijn nabijheid en Zijn liefde getoond. Zij worden ons om niets gegeven, los van onze verdiensten. De nabijheid en de vriendschap van God zijn niet te danken aan onze verdienste, zij zijn een belangloze gave van God die wij moeten koesteren.

De oproep tot bekering die Jezus aan alle mensen van goede wil richt, laat zich ten volle begrijpen in het licht van de manifestatie van de Zoon van God, een gebeuren dat wij de laatste zondagen overwogen hebben. Zo dikwijls is het onmogelijk zijn leven te veranderen, de weg van egoïsme, kwaad en zonde te verlaten omdat men de inspanning van de bekering te veel alleen op zichzelf en op eigen krachten concentreert, en niet op Christus en Zijn Geest. Maar onze aanhankelijkheid aan de Heer kan niet herleid worden tot een persoonlijke inspanning, nee. Dit te geloven, zou een zonde van hoogmoed zijn.

Onze aanhankelijkheid aan de Heer kan niet herleid worden tot een persoonlijke inspanning, zij moet integendeel tot uiting komen in openheid en vertrouwen van hart en geest om de Blijde Boodschap van Jezus aan te nemen. Het is het woord van Jezus, de Blijde Boodschap van Jezus, het Evangelie, dat de wereld en de harten verandert! Wij zijn dus geroepen om het woord van Christus te vertrouwen, ons open te stellen voor de barmhartigheid van de Vader en ons door de genade van de Heilige Geest te laten omvormen. Zo begint een ware weg van bekering. Zoals dat met de eerste volgelingen het geval was: de ontmoeting met de goddelijke Meester, met Zijn blik, Zijn woord, heeft hen de impuls gegeven om Hem te volgen, hun leven te veranderen en zich concreet ten dienste te stellen van het Rijk Gods.

De verrassende en doorslaggevende ontmoeting met Jezus staat aan het begin van de weg van de leerlingen en heeft verkondigers van hen gemaakt en getuigen van de liefde van God voor Zijn volk. Moge in navolging van deze eerste herauten en boodschappers van het Woord Gods, ieder van ons zijn stappen zetten in die van de Redder, om hoop te geven aan hen die ernaar dorsten.

Moge de Maagd Maria, tot wie wij ons in dit Angelusgebed richten, deze voornemens ondersteunen en door Haar moederlijke voorspraak bevestigen.

Terug naar overzicht