14-10-2020 Audiëntie – Van zijn leed een onophoudelijke roep maken met de psalmen
Voor God is ieder menselijk leed heilig

“Om goed te bidden moeten wij bidden zoals we zijn, zonder opmaak”, zegt paus Franciscus. Daarom leren de psalmen, deze “dikwijls dramatische aanroepingen”, die “opwellen uit het bestaan zelf”, ons “de taal van het gebed”, dat wil zeggen “de ervaring van het gesprek met God”. In dit gesprek, “wordt het lijden een vraag”, “een onophoudelijke roep”, “hulpgeroep”, een “relatie”.
Paus Franciscus gaat verder met zijn catechese over het gebed en wijdt zijn onderricht dit keer aan het boek van de Psalmen. De psalmist, zegt hij, “contesteert het lijden niet op een radicale manier, want hij weet dat het deel uitmaakt van het leven”.
“Wie bidt, weet dat hij kostbaar is in Gods ogen, daarom heeft roepen zin”, legt de paus uit, want “de Heer luistert”. Voor God “zijn wij geen onbekenden, ook geen nummer. Wij zijn een gezicht en een hart, persoonlijk gekend bij onze naam”. En voor God “is ieder menselijk leed heilig”: “mijn” leed is van mij, de tranen zijn “van mij” en het is met die tranen, met dat verdriet dat ik mij tot de Heer richt.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Wanneer wij de Bijbel lezen, confronteren wij ons voortdurend met verschillende soorten van gebed. Maar wij vinden ook een boek dat alleen uit gebeden bestaat, een boek dat een vaderland geworden is, een oefenterrein en het huis van talloze biddende mensen. Het gaat om het boek van de Psalmen. Er zijn 150 psalmen om te bidden.

Het behoort tot de Wijsheidsboeken omdat het een “kunnen bidden” aanreikt door de ervaring van het gesprek met God. In de psalmen vinden wij alle menselijke gevoelens terug: vreugde, verdriet, twijfel, hoop en bitterheid. Zij geven ons leven kleur. De Catechismus zegt dat elke psalm dit doet “op zo’n sobere wijze dat hij in feite gebeden kan worden door mensen in alle omstandigheden en in alle tijden” (KKK, 2588). Door de psalmen te lezen en te herlezen, leren wij de taal van het gebed. God de Vader heeft ze inderdaad door Zijn Geest geïnspireerd aan het hart van koning David en andere biddende mensen, om aan alle mannen en vrouwen te leren hoe te loven, te danken, te smeken, te aanroepen in vreugde en verdriet, en de wonderen van Zijn werken en Zijn Wet te verhalen. Samengevat zijn de psalmen het woord van God dat wij, mensen, gebruiken om met Hem te spreken.

In dat boek ontmoeten wij geen etherische personen, abstracte personen, mensen die gebed verwarren met een esthetische ervaring of een ervaring die vervreemdt. De psalmen zijn geen teksten die aan tafel geschreven werden; het zijn aanroepingen, dikwijls dramatische, die opwellen uit het bestaan zelf. Om ze te bidden, volstaat het te zijn wie we zijn. We mogen niet vergeten dat wij, om goed te bidden, moeten bidden zoals wij zijn, zonder opmaak. Het is niet nodig de ziel op te smukken om te bidden. “Heer, zo ben ik”, en ons dan voor de Heer plaatsen zoals wij zijn, met wat mooi is en ook wat niet mooi is, wat niemand weet maar wat wij kennen als de bodem van onszelf. In de psalmen horen wij de stem van biddende mensen van vlees en bloed, van wie het leven, zoals dat van iedereen, bezaaid is met problemen, inspanningen en onzekerheden. De psalmist contesteert dit lijden niet op een radicale manier: hij weet dat het tot het leven behoort. Maar in de psalmen wordt het leed een vraag. Van lijden naar vragen.

En onder al die vragen is er één die blijft hangen, een onophoudelijke roep doorheen heel het boek. Een vraag die wij heel dikwijls herhalen: hoe lang nog, Heer, hoe lang nog? Ieder verdriet vereist bevrijding, iedere traan roept om vertroosting, iedere kwetsuur wacht op genezing, iedere laster om vergeving. Hoe lang zal ik dat nog moet verdragen, Heer? Aanhoor mij, Heer! Hoe dikwijls hebben wij zo gebeden, met dit “hoe lang nog? het is genoeg, Heer!”.

Door voortdurend dit soort van vragen te stellen, leren de psalmen ons om niet aan het lijden te wennen en zij herinneren ons eraan dat het leven niet verlost is als het niet genezen is. Het bestaan van een mens is een ademtocht, zijn geschiedenis is vluchtig, maar een biddend mens weet dat hij kostbaar is in de ogen van God, daarom heeft roepen zin. En het is belangrijk. Wanneer wij bidden, doen wij dat omdat wij weten dat wij kostbaar zijn in de ogen van God. Dat is de genade van de Heilige Geest die in ons diepste, het besef wekt dat wij kostbaar zijn in de ogen van God. Daarom worden wij gestuwd om te bidden.

Psalmgebed getuigt van deze roep: een veelzijdige roep, want in het leven neemt het lijden duizend vormen aan, het heet ziekte, haat, oorlog, vervolging, ontmoediging … Tot en met de grootste ergernis, die van de dood. De dood verschijnt in het psalmboek als de meest absurde vijand van de mens: welke misdaad verdient zo een wrede straf, dat zij vernietiging en het einde meebrengt? Wie de psalmen bidt, vraagt aan God daar op te treden waar iedere menselijke inspanning faalt. Daarom is het gebed op zich al een weg van heil en begin van heil.

Iedereen in deze wereld lijdt: of men nu in God gelooft of Hem afwijst. Maar in de psalm wordt het lijden een relatie, een band: de roep om hulp verwacht een aandachtig oor. Het kan niet zonder zin zijn, zonder doel. Zelfs lijden dat wij ondergaan, is specifiek: het zijn altijd “mijn” tranen. Denk daaraan: tranen zijn niet universeel, het zijn “mijn” tranen. Iedereen heeft zijn tranen. “Mijn” tranen en “mijn” lijden stuwen mij om te blijven bidden. Het zijn “mijn” tranen die niemand vergoten heeft voordat ik ze vergoot. Ja, veel mensen hebben geweend, veel mensen. Maar “mijn” tranen zijn de mijne, “mijn” verdriet is het mijne, “mijn” lijden is het mijne.

Voordat ik in de zaal kwam, heb ik de ouders ontmoet van een priester uit het bisdom Como, die gedood werd. Hij werd juist gedood toen hij hulp bood. De tranen van die ouders zijn “van hen” en zij kennen hun leed toen zij hun zoon zagen die zijn leven gegeven heeft om de armen te dienen. Wanneer wij iemand willen troosten, vinden wij geen woorden. Waarom? Omdat wij niet tot bij zijn lijden kunnen komen, omdat “zijn” verdriet het zijne is, “zijn” tranen zijn de zijne. Dat is ook zo voor ons: “mijn” verdriet is het mijne, tranen zijn “de mijne” en het is met die tranen, met dat verdriet dat ik mij tot de Heer richt.

Voor God is ieder menselijk leed heilig. De mens die psalm 56 bidt, bidt zo: “Gij slechts hebt het geboekstaafd. Teken mijn tranen op: slechts Gij kent hun getal” (v. 9). Voor God zijn wij geen onbekenden en ook geen nummer. Wij zijn een gezicht en een hart, persoonlijk gekend bij onze naam.

In de psalmen vindt de gelovige een antwoord. Hij weet dat, zelfs als alle menselijke deuren gegrendeld waren, de deur van God open is. Zelfs indien heel de wereld een veroordeling had uitgesproken, het heil in God ligt.

“De Heer luistert”: soms volstaat het voor het gebed, om dit te weten. De problemen worden niet altijd opgelost. Wie bidt is niet naïef: hij weet dat veel levenskwesties van hier beneden zonder oplossing blijven, zonder uitweg. Het lijden zal ons vergezellen en als we een strijd gewonnen hebben, zal een andere op ons wachten. Maar als wij gehoord worden, wordt alles draaglijker.

Het ergste dat kan gebeuren, is verlaten te zijn als wij lijden, zonder dat iemand aan ons denkt. Daar redt het gebed ons van. Want het kan gebeuren, en het gebeurt dikwijls, dat we Gods plannen niet begrijpen. Ons geroep blijft niet hier beneden: het bereikt Degene die een Vaderhart heeft en die ook weent om elke zoon en dochter die lijdt en sterft. Ik ga u iets zeggen: het doet mij goed, in moeilijke momenten, te denken aan de tranen van Jezus, toen Hij weende als Hij naar Jeruzalem keek, toen Hij weende bij het graf van Lazarus. God heeft voor mij geweend, God weent, Hij weent omwille van ons lijden. Want – zo zei een geestelijke schrijver – God is willen mens worden om te kunnen wenen. Bedenken dat Jezus met mij weent in mijn lijden, is een troost: dat helpt ons om door te gaan. Als wij met Hem in relatie blijven, bespaart het leven ons geen leed, maar het opent een brede horizont van goedheid en het gaat zijn vervulling tegemoet. Moed! Vooruit met het gebed! Jezus staat altijd aan onze zijde.

Terug naar overzicht