27-4-2020 Wanneer men het enthousiasme voor het Woord Gods verliest

De mensen die heel de dag naar Jezus geluisterd hadden en nadien de genade kregen van de broodvermenigvuldiging en Jezus’ macht te zien, wilden Hem tot koning maken. Eerst gingen zij naar Jezus om Zijn woord te horen en de genezing van de zieken te vragen. Zij bleven heel de dag naar Jezus luisteren zonder zich te vervelen, zonder het moe te worden: zij waren gelukkig om daar te zijn. En dan, toen zij zagen dat Jezus hun te eten gaf – wat zij zich niet verwacht hadden – dachten zij: maar dat zou een goede bestuurder voor ons zijn, Hij zal zeker in staat zijn ons van de Romeinse macht te bevrijden en het land welvarend te maken. En zij waren vol enthousiasme om Hem koning te maken. Hun bedoeling was veranderd, want zij hadden gezien en zijn beginnen nadenken: iemand die zo een wonder doet, die het volk eten geeft, kan een goede bestuurder zijn (cf Joh 6,1-15). Doch op moment waren zij het enthousiasme vergeten dat het woord van Jezus in hun hart had opgewekt.

Jezus trok zich terug om te gaan bidden (cf v. 15). De mensen waren daar gebleven en gingen ’s anderendaags Jezus zoeken. Hij moet hier zijn, zeiden zij tegen elkaar. Zij hadden namelijk gezien dat Hij niet met de anderen in de boot was gestapt. Er was nog een boot blijven liggen … (cf vv. 22-24). Maar zij wisten niet dat Jezus de leerlingen te voet over het water vervoegd had (cf vv. 16-21). Zij besloten dus Jezus aan de andere keer van het meer van Tiberias te gaan zoeken. En wanneer zij Hem zagen, was het eerste dat ze Hem zeiden: “Rabbi, wanneer bent U hier gekomen?” (v. 25), als om te zeggen: eigenaardig, hoe kan dat nu …

En Jezus brengt hen geleidelijk terug bij hun eerste gevoel, wat zij voor de broodvermenigvuldiging gevoeld hebben toen zij naar Gods woord luisterden.
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Niet omdat gij tekenen gezien hebt, zoekt ge Mij, maar omdat gij van de broden hebt gegeten tot uw honger was gestild” (v. 26). Jezus onthult hun bedoeling en zegt: uw ingesteldheid is veranderd. En zij rechtvaardigen zich niet maar zijn nederig. Jezus gaat verder: “Werkt niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft om eeuwig te leven en dat de Mensenzoon u zal geven. Op Hem immers heeft de Vader, God zelf, zijn zegel gedrukt” (v. 27). En zij haastten zich te antwoorden: “Welke werken moeten wij voor God verrichten?” (v. 29).
Hier zien wij een geval waar Jezus de houding van mensen corrigeert, omdat zij halverwege een beetje afwijken van het eerste moment, de eerste geestelijke vertroosting, en zij een weg zijn ingeslagen die niet de goede is, eerder een wereldse dan een evangelische weg.

In het leven slaan ook wij dikwijls een weg in om Jezus na te volgen, achter Hem aan, met Evangelische waarden, en halverwege schiet ons een ander idee te binnen, zien we een signaal, we wijken af en schikken ons naar iets dat misschien tijdelijker is, materiëler, wereldser en wij vergeten het eerste enthousiasme dat wij voelden toen wij Jezus hebben horen spreken. De Heer laat ons altijd terugkeren naar de eerste ontmoeting, het eerste ogenblik waarop Hij ons aankeek, ons aansprak en het verlangen in ons wekte om Hem te volgen.
Het is een genade die we aan de Heer kunnen vragen, want wij zullen in het leven altijd de bekoring kennen af te wijken omdat wij iets anders zien: een goed idee, met kans tot slagen … Wij wijken af. De genade altijd terug te keren naar de eerste oproep, het eerste moment: mijn geschiedenis niet vergeten, niet vergeten dat Jezus mij liefdevol heeft aangekeken en zei: dit is uw weg. Wanneer Hij mij door vele personen de weg van het Evangelie heeft doen begrijpen, die anders is dan wegen die een beetje werelds zijn, met andere waarden. Terugkeren naar de eerste ontmoeting.

Onder de dingen die Jezus in de morgen van de Verrijzenis gezegd heeft, ben ik altijd hierdoor getroffen geweest: “Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen dat zij naar Galilea moeten gaan, en daar zullen zij Mij zien” (Mt 28,10). Galilea was de plaats van de eerste ontmoeting. Daar hebben zij Jezus ontmoet. Ieder van ons heeft zijn “Galilea”, het eerste moment dat Jezus naderbij gekomen is en gezegd heeft: volg Mij! In het leven doet zich hetzelfde voor als voor die mensen – en het waren goede mensen want zij vroegen: “Welke werken moeten wij voor God verrichten?” – en zij hebben onmiddellijk gehoorzaamd. Het gebeurt dat wij afwijken en op zoek gaan naar andere waarden, een andere hermeneutika, en dat wij de frisheid van de eerste roeping kwijtraken. De schrijver van de Brief aan de Hebreeën spreekt daar ook over: “Herinner u de dagen van vroeger” (10,32). De herinnering aan de eerste ontmoeting, aan “mijn Galiliea”, toen de Heer mij liefdevol aankeek en zei: Volg Mij!

Terug naar overzicht