5-5-2020 Wat houdt tegen om Jezus te kennen?

Jezus bevond zich in de Tempel. Het feest van de tempelwijding was op handen (cf Joh 10,22-30). Zelfs toen, kwamen de joden “in een kring om Hem heen staan en zeiden tot Hem: ‘Hoelang houdt Gij ons nog in spanning? Als Gij de Messias zijt, zegt het ons dan ronduit” (v. 24). Zij verloren hun geduld en Jezus antwoordt hen zachtmoedig: “Ik heb het u gezegd, maar gij gelooft het niet” (v. 25). “Gij gelooft niet, omdat gij niet tot mijn schapen behoort” (v. 26).

En dat wekt misschien twijfel in ons: als Jezus ons zou zeggen ‘ge kunt niet geloven omdat ge er niet bij hoort’, is er dan een geloof dat aan de ontmoeting met Jezus voorafgaat? Wat betekent “behoren tot” het geloof in Jezus? Wat houdt mij tegen als ik voor de deur sta die Jezus is? Er zijn houdingen die voorafgaan aan het erkennen van Jezus. Ook voor ons, die tot de kudde van Jezus behoren. Zoals er voorafgaande antipathieën zijn, die ons hinderen om de Heer te kennen.

De eerste is rijkdom. Velen van ons zijn door de deur van de Heer binnengegaan, zijn dan gestopt en gaan niet verder omdat zij gevangen zitten in rijkdom. De Heer was hard ten overstaan van rijkdom, heel hard. Hij zei namelijk dat het voor een kameel gemakkelijker is door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke in het Rijk der Hemelen (cf Mt 19,24). Dat is hard. Rijkdom is een beletsel om voort te gaan. Moeten wij dan in pauperisme vervallen? Nee! Maar evenmin slaaf worden van rijkdom, niet voor rijkdom leven want rijkdom is een heer, hij is de heer van deze wereld en wij kunnen geen twee heren dienen (cf Lc 16,13). Rijkdom hindert ons.

Iets anders dat ons belet om Jezus te kennen, om bij Hem te horen, is onbuigzaamheid. Ook strakheid in de interpretatie van de Wet. Jezus verwijdt deze onbuigzaamheid aan de Farizeeën, de Wetgeleerden (cf Mt 23,1-36). Onbuigzaamheid is iets anders dan trouw. Trouw is altijd een gave aan God. Onbuigzaamheid is mijzelf in veiligheid stellen. (…) Dat houdt ons ver van de wijsheid en schoonheid van Jezus. Onbuigzaamheid ontneemt u de vrijheid. En vele herders versterken die strakheid in de ziel van de gelovigen. Deze strakheid belet ons binnen te gaan door de deur van Jezus (cf Joh 10,7). De wet onderhouden zoals zij geschreven staat of zoals ik haar begrijp, is dan belangrijker dan de vrijheid om Jezus verder te volgen.

Nog iets dat ons hindert om Jezus beter te kennen, is lusteloosheid. Die moeheid … Denken we aan de man bij de badinrichting: 38 jaar lag hij daar (cf Joh 5,1-9). Lusteloosheid. Zij ontneemt ons de wil om verder te gaan: “ja maar … nee, nu niet, …”, het maakt ons lauw.

Een andere houding, tamelijk ernstig, is klerikalisme. Klerikalisme is zich in de plaats stellen van Jezus. Wie klerikaal is, ontneemt gelovigen de vrijheid van het geloof. Het is een ernstige ziekte in de Kerk.

Wat ook iemand belet om voort te gaan, om Jezus te kennen en te erkennen, is de geest van de wereld. De observantie van de Wet of de geloofspraktijk eindigt dan in de geest van de wereld. Alles wordt werelds. Denken we aan de viering van bepaalde sacramenten in sommige parochies: hoe werelds! Men begrijpt de genade van Jezus’ aanwezigheid niet goed.

Het zijn dingen die ons verhinderen om tot de schapen van Jezus te behoren. Wij zijn schapen die allerlei dingen volgen: rijkdom, lusteloosheid, onbuigzaamheid, de geest van de wereld, klerikalisme, vormelijkheid, ideologieën, levenswijzen. Het ontbreekt aan vrijheid. En zonder vrijheid kan men Jezus niet volgen. Maar soms gaat de vrijheid te ver en glijdt men af. Ja, dat is zo. Doch afglijden voor men op weg gaat, is erger omwille van de dingen die beletten dat men op gang komt.

Moge de Heer ons inzicht geven zodat wij zien of er in ons de vrijheid is om door de deur te gaan die Jezus is en tot Zijn kudde te behoren.

Terug naar overzicht