12-12-2021 Angelus – Wat kunnen wij doen nu Kerstmis nadert?

“Wat kunnen wij doen?”: deze vraag die de toehoorders van Johannes de Doper stellen wanneer hij de nabije komst van de Heer aankondigt, stelt zich ook vandaag aan ieder van ons: “wat kunnen wij concreet doen” voor de anderen, nu Kerstmis nadert?
Paus Franciscus geeft commentaar bij het Evangelie van deze zondag, waarin Lucas de prediking van Johannes de Doper vertelt, wiens aankondiging van de komst van de Heer de harten raakt van de menigte, van tollenaars en soldaten.
Uit de antwoorden van Johannes de Doper, die aangepast zijn aan zijn verschillende toehoorders, trekt de paus een “waardevolle les” wanneer hij eraan herinnert dat “het geloof belichaamd wordt in het concrete leven. Het is geen abstracte theorie” maar het “raakt ons tot op de huid en transformeert ieders leven”.
De vraag van de leerlingen van Johannes geldt ook op een ander niveau: wat moet ik met mijn leven doen? waartoe ben ik geroepen? hoe kan ik mij verwezenlijken? Het leven is “een gave die de Heer ons toevertrouwt en waarbij Hij zegt: ontdek wie je bent en span je in om de droom te verwezenlijken die jij bent! Ieder van ons heeft een zending om waar te maken”.

Dierbare broeders en zusters, goeiedag!

Het Evangelie van deze derde zondag in de Advent, toont ons meerdere mensengroepen – de menigte, de tollenaars en de soldaten – die geraakt zijn door de prediking van Johannes de Doper en die hem vragen: “Wat moeten wij dan doen?” (Lc 3,10). Wat moeten wij doen? Dat is de vraag die zij zich stellen. Laten we daar even bij stilstaan.

De vraag vertrekt niet vanuit plichtsgevoel. Het is eerder hun hart dat door de Heer geraakt wordt, de begeestering om Zijn komst die hen aanspoort om te zeggen: wat moeten wij doen? Johannes zegt: de Heer is nabij. Wat moeten wij doen? Laat ons een voorbeeld nemen: denken we aan iemand die ons dierbaar is en op bezoek komt. Wij verwachten hem met vreugde, met ongeduld. Om hem te ontvangen zoals het hoort, zullen wij het huis poetsen, de best mogelijke maaltijd bereiden, misschien een geschenk … Kortom, wij zullen ons best doen. Zo is het met de Heer, de vreugde van Zijn komst doet ons zeggen: wat moeten wij doen? Maar God brengt die vraag tot op een hoger niveau: wat moet ik met mijn leven doen? waartoe ben ik geroepen? hoe kan ik mij verwezenlijken?

Door ons deze vragen te suggereren, herinnert het Evangelie ons aan iets belangrijks: het leven vertrouwt ons een taak toe. Het leven is niet van zin ontdaan, het is ons niet toevallig gegeven. Nee! Het is een gave die de Heer ons toevertrouwt en waarbij Hij ons zegt: ontdek wie je bent en span je in om de droom te verwezenlijken die jij bent! Ieder van ons – vergeten wij dat niet – heeft een zending om te realiseren. Laat ons dan niet bang zijn om aan de Heer te vragen: wat moet ik doen? stellen wij Hem die vraag dikwijls. Zij komt ook terug in de Bijbel: in de Handelingen van de Apostelen zijn sommige mensen bij het beluisteren van Petrus die de verrijzenis van Christus verkondigt, “diep getroffen en zeiden tot Petrus en de overige apostelen: ‘Wat moeten we doen, mannen broeders?’ (2,37). Stellen wij die vraag ook aan ons: wat voor goeds moet ik doen voor mijzelf en mijn broeders? hoe kan ik bijdragen aan het welzijn van de Kerk, van de samenleving? Daartoe dient de Advent: halt houden en zich afvragen hoe Kerstmis voor te bereiden. Wij zijn begaan met de voorbereiding, de geschenken en met dingen die voorbijgaan, maar stellen wij ons de vraag wat te doen voor Jezus en de anderen! Wat moeten wij doen?

Op de vraag in het Evangelie, “wat moeten wij doen?”, geeft Johannes de Doper voor elke groep een ander antwoord. Johannes geeft namelijk de aanbeveling aan wie dubbele kleding heeft, te delen met wie er geen heeft; aan de tollenaars die belasting heffen, zegt hij : vraag niet meer dan vastgelegd is; en aan de soldaten: pleeg geen geweld, beschuldig niemand ten onrechte (cf 3,13-14). Aan ieder wordt een specifiek woord gericht dat te maken heeft met de reële situatie van ieders leven. Dat geeft ons een waardevolle les: het geloof belichaamt zich in het concrete leven. Het is geen abstracte theorie. Het geloof is geen abstracte, algemene theorie, nee het geloof raakt ons tot op de huid en transformeert ieders leven. Denken wij aan de concrete dimensie van ons geloof. Mijn geloof: is het abstract of concreet? beleef ik het in dienstbaarheid aan de anderen, door hen te helpen?

Stellen wij ons tot besluit de vraag: wat kan ik concreet doen? in deze dagen, nu wij Kerstmis naderen. Hoe kan ik mijn steentje bijdragen? Kiezen wij een concreet engagement, hoe klein ook, aangepast aan onze levenssituatie, en brengen wij het tot een goed einde om ons op deze Kerst voor te bereiden. Bijvoorbeeld: ik kan een eenzame persoon opbellen, aan een bejaarde of zieke een bezoek brengen, iets doen om een arme of iemand in moeilijkheden dienstbaar te zijn. Of nog: misschien moet ik om vergeving vragen of vergeving schenken, een situatie ophelderen, een schuld vereffenen. Misschien heb ik het gebed verwaarloosd en na zo veel tijd is het ogenblik gekomen om vergeving te vragen aan de Heer. Broeders en zusters, laten wij iets concreet vinden en laten wij het doen! Moge de Maagd Maria ons helpen, Zij in wiens lichaam Jezus mens geworden is.

Terug naar overzicht