5-7-2020 Angelus – Wie zijn de kleinen?

Jezus openbaart de mysteries van God aan de “kleinen”, “degenen die zich met vertrouwen openstellen voor Zijn woord van wijsheid, die hun hart openen voor Zijn woord van wijsheid, die voelen dat zij Hem nodig hebben en die alles van Hem verwachten”, legt de paus uit.
“Als ge veel dingen weet maar een gesloten hart hebt, zijt ge niet wijs”, zegt de paus nog. Hij wijst de wereld terecht die “ophemelt wie rijk en machtig wordt, wat de middelen ook zijn die zij gebruiken, en die soms de mens in zijn humaniteit en waardigheid met de voeten treden”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Het uittreksel uit het Evangelie van deze zondag (Mt 11,25-30) bestaat uit drie delen: eerst verheft Jezus een hymne van zegening en dankzegging tot de Vader, omdat Hij aan de armen en eenvoudigen het mysterie van het Rijk der hemelen geopenbaard heeft. Daarna onthult Hij de intieme en aparte relatie tussen Hem en Zijn Vader. En ten slotte nodigt Hij uit tot Hem te komen en Hem te volgen om kracht te vinden.

In de eerste plaats looft Jezus de Vader omdat Hij de geheimen van Zijn Rijk, van Zijn waarheid verborgen houdt voor “wijzen en verstandigen” (v. 25). Hij noemt hen zo met een vleugje ironie, want zij denken wijs en verstandig te zijn en daarom is hun hart zo dikwijls gesloten. Ware wijsheid komt ook uit het hart, het is niet alleen een kwestie van ideeën te begrijpen. Ware wijsheid gaat het hart ook in. Als ge veel dingen weet maar het hart gesloten houdt, zijt ge geen wijze. Jezus openbaart de mysteries van Zijn Vader aan kleinen, aan degenen die zich met vertrouwen openstellen voor Zijn woord van wijsheid, die hun hart openen voor Zijn woord van wijsheid, die voelen dat zij Hem nodig hebben en die alles van Hem verwachten. Het open hart vol vertrouwen in de Heer.

Daarna legt Jezus uit dat Hij alles van de Vader ontvangen heeft. Hij noemt Hem “Mijn Vader” om de uniciteit te bevestigen van Zijn relatie met Hem. Inderdaad, alleen tussen de Zoon en de Vader is er totale wederkerigheid; de ene kent de andere, de ene leeft in de andere. Maar deze unieke gemeenschap is als een bloem die ontluikt en laat haar schoonheid en goedheid belangloos zien. En zo is de uitnodiging van Jezus: “Komt allen tot Mij …” (v. 28). Hij wil geven wat Hij uit de Vader neemt. Hij wil ons de waarheid geven, en de waarheid van Jezus is altijd gratuit: zij is een gave, zij is de Heilige Geest, de Waarheid.

Omdat de Vader een voorkeur heeft voor “kleinen”, richt Jezus zich ook tot degenen die gebukt gaan onder uitputting en lasten. Meer nog, Hij rekent zich tot hen, want Hij is “zachtmoedig en nederig van hart” (v. 29), zegt Hij. De eerste en derde zaligspreking, over de armen van geest en de zachtmoedigen (cf Mt 5,3.5), gaat ook over de zachtmoedige Jezus. Jezus, “zachtmoedig en nederig van hart”, is dus geen toonbeeld voor hen die berusten en Hij is niet zo maar een slachtoffer, maar de Mens die leeft “ vanuit het diepst van Zijn hart”, geheel transparant voor de liefde van de Vader, dat wil zeggen dat Hij een leven leidt in de Heilige Geest. Hij is het toonbeeld van de “armen van geest” en alle andere “zaligen” uit het Evangelie, die de wil van God doen en van Zijn Rijk getuigen.

Vervolgens zegt Jezus dat wij, als wij tot Hem komen, rust zullen vinden. De “rust” die Christus aan uitgeputte en verdrukte mensen geeft, is niet alleen een psychologische verlichting en aalmoes, maar is de vreugde van de armen omdat zij geëvangeliseerd zijn en meebouwen aan een nieuwe mensheid. De rust is de vreugde die Jezus ons geeft. Zij is uniek, het is Zijn eigen vreugde. Het is een boodschap voor alle mensen van goede wil, die Jezus vandaag nog richt tot een wereld die ophemelt wie rijk en machtig wordt, wat de middelen ook zijn die zij gebruiken, en die soms de mens in zijn humaniteit en waardigheid met de voeten treden. En dat zien wij alle dagen, armen die met de voeten getreden worden. Dat is een boodschap voor de Kerk, die geroepen is om de werken van barmhartigheid te beoefenen en de armen te evangeliseren, om zachtmoedig te zijn, nederig. De Heer wil dat Zijn Kerk – dat zijn wij – zo zou zijn.

Moge Maria, de nederigste en grootste van alle schepselen, bij God de wijsheid van hart afsmeken, opdat wij Zijn tekens in ons leven zouden kunnen onderscheiden en deelnemen aan die mysteries die, verborgen voor de hoogmoedigen, voorbehouden zijn voor de nederigen.

Terug naar overzicht