5-2-2020 Audiëntie – Kwetsbaarheid is de menselijke conditie
Zalig de armen van geest

“Arm van geest”, het is niet nodig dat wij dit worden, verklaart paus Franciscus, want “we zijn het al! Wij zijn arm … Wij hebben alles nodig. Wij zijn allemaal arm van geest, wij zijn bedelaars. Dat is de menselijke conditie”. De paus benadrukt dat de eigen kwetsbaarheid een gemeenschappelijke ervaring is van iedereen. “Er bestaat geen maquillage om deze kwetsbaarheid te verdoezelen”, zei hij met humor. Maar de Blijde Boodschap van Christus is dat “wij het recht hebben om arm van geest te zijn, want dat is de weg van het Rijk Gods”.
Paus Franciscus ging verder met zijn catechese over de zaligsprekingen uit hoofdstuk 5 van het Matteüsevangelie. Hij begon met de eerste van de acht zaligsprekingen: “zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen”.
Wat is dan dat Rijk der hemelen dat aan de armen van geest behoort? “Iemand heerst werkelijk wanneer hij het ware goed meer bemint dan zichzelf. Dat is de macht van God”, antwoordt de paus. Christus heeft zich “machtig getoond, legt hij uit, omdat Hij kon doen wat de koningen der aarde niet doen: Zijn leven geven voor de mensen. Dat is ware macht. De macht van de broederlijkheid, de macht van de naastenliefde, de macht van de liefde, de macht van de nederigheid. Dat is wat Christus gedaan heeft”.
En de paus besluit: “Wie deze macht van de nederigheid heeft, van de dienstbaarheid, van de broederlijkheid, is vrij. De armoede waarover de zaligsprekingen met lof spreken, staat ten dienste van deze vrijheid”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Wij beginnen vandaag met de eerste van de acht zaligsprekingen uit het Matteüsevangelie. Jezus begint de verkondiging van Zijn weg naar het geluk paradoxaal: “zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen” (5,3). De weg is verrassend en het onderwerp, vreemd: de armoede.

Wij moeten ons afvragen: wat wordt hier onder “armen” verstaan? Indien Matteüs zich tot dat woord beperkt had, dan had het gewoon een economische betekenis, dan zou hij met andere woorden mensen aanduiden met weinig of geen bestaansmiddelen, die de hulp van anderen nodig hebben.

Maar het Evangelie volgens Matteüs spreekt in tegenstelling tot dat van Lucas, over “armen van geest”. Wat wil hij zeggen? De geest is volgens de Bijbel, de levensadem die God aan Adam gegeven heeft; onze intiemste dimensie, laat ons zeggen de geestelijke dimensie, de meest intieme, die ons tot mens maakt, de diepe kern van ons zijn. De “armen van geest” zijn dan degenen die arm zijn en zich arm voelen, bedelaars, in het binnenste van hun wezen. Jezus verklaart hen zalig, omdat aan hen het Rijk der hemelen behoort.

Hoe dikwijls heeft men ons het tegendeel gezegd! Men moet iemand zijn in het leven … men moet naam hebben … Maar daaruit komen eenzaamheid en droefheid voort: als ik iemand moet zijn, dan wedijver ik met de anderen en ben ik obsessioneel bezig met mijn ego. Als ik het niet aanvaard, arm te zijn, dan haat ik alles wat mij aan mijn kwetsbaarheid herinnert. Want die kwetsbaarheid belet mij een belangrijk iemand te worden, een rijke, niet alleen rijk aan geld maar ook met een reputatie, rijk aan alles.

Iedereen weet het voor zichzelf: hoeveel moeite men zich ook getroost, men blijft radicaal onaf en kwetsbaar. Er bestaat geen maquillage om deze kwetsbaarheid te verdoezelen. Ieder van ons is kwetsbaar, van binnen. Men moet zien, waar men kwetsbaar is. Doch hoe slecht is het zicht als men zijn beperktheid weigert te zien! Dan ziet men slecht. Men verdraagt zijn beperktheid niet, doch zij is er. Hoogmoedige mensen vragen geen hulp, kunnen geen hulp vragen, het komt niet bij hen op om hulp te vragen omdat zij willen tonen dat zij voor zichzelf kunnen zorgen. En hoevelen onder hen hebben hulp nodig, maar de hoogmoed belet hen hulp te vragen.

Hoe moeilijk is het een fout te erkennen en vergeving te vragen! Wanneer ik aan jonggehuwden een raad geef als zij mij vragen hoe hun huwelijk goed te leiden, dan zeg ik hun: “er zijn drie magische woorden: alstublieft, dank u, excuseer mij”. Dat zijn woorden uit armoede van geest. Men mag zich niet opdringen, men moet toelating vragen: wat zoudt gij hier doen? Zo ontstaat dialoog in het gezin, zo spreken echtgenoot en echtgenote met elkaar. Gij hebt dat voor mij gedaan, bedankt, ik had het nodig. En fouten maakt men altijd, men schuift al eens uit: excuseer mij! In het algemeen zeggen echtparen en jonggehuwden mij, die naar hier komen – en het zijn er vele: het derde woord is het moeilijkste, zich excuseren, vergeving vragen. Een hoogmoedige komt er niet toe. Hij kan zich niet excuseren: hij heeft altijd gelijk. Hij is niet arm van geest. De Heer daarentegen, wordt het nooit moe te vergeven; wij zijn het die het moe worden vergeving te vragen (cf Angelus, 17 maart 2013). De ontmoediging om vergeving te vragen, is een kwade ziekte!

Waarom is het moeilijk om vergeving te vragen? Omdat het een vernedering is voor ons schijnheilig zelfbeeld. Maar het is ook vermoeiend en beangstigend, zijn gebreken te verbergen. Jezus Christus zegt ons: arm zijn is een gelegenheid tot genade. En Hij toont ons de weg om uit deze ontmoediging te geraken. Wij hebben het recht gekregen arm van geest te zijn, want dat is de weg van het Rijk Gods.

Iets fundamenteel moet opnieuw gezegd worden: wij moeten ons niet veranderen om arm van geest te worden, wij moeten geen enkele verandering doen, want we zijn het al! Wij zijn arm … of duidelijker: wij zijn “sukkelaars” van geest! Wij hebben alles nodig. Wij zijn allemaal arm van geest, wij zijn bedelaars. Dat is de menselijke conditie.

Het Rijk Gods behoort tot de armen van geest. Er zijn er die de koninkrijken van deze wereld hebben: bezit en comfort. Maar het zijn koninkrijken waar een einde aan komt. De macht van de mensen, ook van de grootste keizerrijken, gaat voorbij en verdwijnt. Wij zien zo dikwijls in het tv-journaal of in de kranten dat een sterk, machtig regeringsleider of regering die gisteren bestond, er vandaag niet meer is; ze zijn gevallen. De rijkdom van deze wereld gaat voorbij, zelfs geld. Bejaarde mensen leren ons dat een lijkwade geen zakken heeft. Dat is zo. Ik heb nooit een verhuiswagen gezien achter een lijkstoet: niemand neemt iets met zich mee. Zijn rijkdommen blijven hier.

Het Rijk Gods behoort tot de armen van geest. Er zijn er die de koninkrijken van deze wereld hebben: bezit en comfort. Maar wij weten hoe zij eindigen. Iemand heerst werkelijk wanneer hij het ware goed meer bemint dan zichzelf. Dat is de macht van God. Waarin heeft Christus zich machtig getoond? Hij kon doen wat de koningen der aarde niet doen: Zijn leven geven voor de mensen. Dat is ware macht. De macht van de broederlijkheid, de macht van de naastenliefde, de macht van de liefde, de macht van de nederigheid. Dat is wat Christus gedaan heeft.

Daarin ligt ware vrijheid: wie deze macht van de nederigheid, van de dienstbaarheid, van de broederlijkheid heeft, is vrij. De armoede waarover de zaligsprekingen met lof spreken, staan ten dienste van deze vrijheid.

Want er is een armoede die wij moeten aanvaarden – de armoede van ons zijn, en een armoede die wij daarentegen moeten zoeken – concrete armoede, arm aan de dingen van deze wereld, om vrij te zijn en te kunnen beminnen. Wij moeten altijd de vrijheid van het hart zoeken, en is geworteld in de armoede van ons zijn.

Terug naar overzicht