18-3-2020 Audiëntie – Zalig de barmhartigen
Allemaal schuldenaars en vergeven

“Het is diep in mij geprent, dat ik als paus altijd een boodschap moet brengen, een boodschap voor alle dagen: barmhartigheid … barmhartigheid, barmhartigheid, alstublieft.” Dat is de oproep van paus Franciscus tijdens deze algemene audiëntie.
In rechtstreekse streaming vanuit de bibliotheek van het apostolisch paleis van het Vaticaan, in aanwezigheid van een tiental priesters, onder wie vertalers in acht talen, begon de paus één van zijn lievelingsthema’s: de barmhartigheid, uitgaande van de vijfde zaligspreking: “zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden”.
“Wij zijn allemaal schuldenaars. Allemaal. Tegenover God, die zo edelmoedig is, en tegenover onze broeders”, legt hij uit. “Iedereen zou eraan moeten denken dat hij vergeving nodig heeft, dat hij geduld nodig heeft. Daar ligt het geheim van de barmhartigheid: door te vergeven wordt men vergeven. Daarin gaat God ons voor en vergeeft Hij als eerste. Door vergeving te krijgen, kunnen wij op onze beurt anderen vergeven.” En de paus besluit: “Wij leven van barmhartigheid en kunnen het ons niet veroorloven zonder barmhartigheid te blijven: het is de lucht die wij moeten inademen”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Wij staan vandaag stil bij de vijfde zaligspreking, die zegt: “zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden” (Mt 5,7). In deze zaligspreking ligt een bijzonderheid: het is de enige waarin de oorzaak en het resultaat van het geluk samenvallen: de barmhartigheid. Wie barmhartig is, vindt barmhartigheid en zal “gebarmhartigd” worden.

Het thema van de wederkerigheid van de vergeving komt niet alleen in deze zaligspreking voor, maar loopt doorheen het Evangelie. Hoe zou het anders kunnen? Barmhartigheid is het hart van God zelf! Jezus zegt: “oordeelt niet, dan zult ge niet geoordeeld worden; veroordeelt niet, dan zult ge niet veroordeeld worden; spreekt vrij, en ge zult vrijgesproken worden” (Lc 6,37). Altijd dezelfde wederkerigheid. En de Brief van Jakobus bevestigt: “de barmhartigheid triomfeert over het oordeel” (2,13).

Maar het is vooral in het Onze Vader dat wij bidden: “vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven hebben aan onze schuldenaren” (Mt 6,12). Dit is de enige bede die op het einde hernomen wordt: “want als gij aan de mensen hun fouten vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar als gij niet vergeeft aan de mensen, zal ook uw hemelse Vader uw fouten niet vergeven” (Mt 6,14-15; Catechismus van de Katholieke Kerk 2838).

Er zijn twee dingen die men niet mag scheiden: gegeven vergeving en gekregen vergeving. Maar veel mensen hebben het er moeilijk mee en kunnen niet vergeven. Zo dikwijls is het geïncasseerde kwaad zo groot, dat vergeven is als het opheffen van een heel hoge berg: een enorme inspanning. En men denkt: het is onmogelijk, dat is onmogelijk. Het feit van de wederkerigheid van de barmhartigheid wijst erop dat wij het perspectief moeten omkeren. Alleen kunnen wij dat niet, Gods genade is nodig, wij moeten erom vragen. De vijfde zaligspreking belooft namelijk dat we barmhartigheid zullen vinden. En als wij in het Onze Vader vergeving vragen voor onze zonden, betekent dit dat wij wezenlijk schuldenaars zijn en dat het nodig is dat wij barmhartigheid vinden!

Wij zijn allemaal schuldenaars. Allemaal. Tegenover God, die zo edelmoedig is, en tegenover onze broeders. Iedere mens weet dat hij niet de vader of moeder, de echtgenoot of de echtgenote, de broer of de zus is die hij of zij zou moeten zijn. Wij schieten in het leven allemaal tekort. Wij hebben barmhartigheid nodig. Wij weten dat ook wij kwaad gedaan hebben, dat er altijd iets ontbreekt aan het goede dat wij hadden moeten doen.

Maar het is juist onze armoede die kracht wordt om te vergeven! Wij zijn schuldenaars en ja, zoals wij bij de aanvang hoorden, wij zullen gemeten worden met de maat die wij voor anderen gebruiken (cf Lc 6,38), het past dus dat wij de maat vergroten en schulden kwijtschelden, dat wij vergeven. Iedereen zou eraan moeten denken dat hij vergeving nodig heeft, dat hij geduld nodig heeft. Dat is het geheim van de barmhartigheid: door te vergeven, wordt men vergeven. Daarin gaat God ons voor en vergeeft Hij als eerste (cf Rom 5,8). Door Zijn vergeving te ontvangen, kunnen wij op onze beurt vergeven. Zo worden onze eigen miserie en gebrek aan gerechtigheid, de gelegenheid om ons open te stellen voor het Rijk der hemelen, voor een grotere maat, de maat van God die barmhartig is.

Van waar komt onze barmhartigheid? Jezus zegt ons: “weest barmhartig, zoals uw Vader barmhartig is” (Lc 6,36). Hoe meer men de liefde van de Vader ontvangt, des te meer bemint men (cf KKK 2842). Barmhartigheid is geen dimensie onder de andere, maar de kern van het christenleven: er is geen christendom zonder barmhartigheid. Als ons christendom ons niet naar de barmhartigheid leidt, hebben wij ons van weg vergist, want de barmhartigheid is het enige ware doel van iedere spirituele weg. Zij is één van de mooiste vruchten van de liefde (cf KKK 1829).

Ik herinner mij dat dit thema gekozen werd voor het eerste Angelus dat ik als paus moest uitspreken: de barmhartigheid. En het is diep in mij geprent gebleven, als een boodschap die ik als paus altijd zou moeten brengen, een boodschap voor alle dagen: de barmhartigheid. Ik herinner mij die dag, ik was zelfs een beetje onvoorzichtig door publiciteit te maken voor een boek over de barmhartigheid, dat kardinaal Kasper pas gepubliceerd had. Die dag, heb ik heel sterk gevoeld dat het de boodschap is die ik als bisschop van Rome moet brengen: barmhartigheid, barmhartigheid, alstublieft, vergeving.

De barmhartigheid van God is onze bevrijding en ons geluk. Wij leven van barmhartigheid en kunnen ons niet veroorloven zonder barmhartigheid te blijven: het is de lucht die wij moeten inademen. Wij zijn te arm om voorwaarden te stellen, het is nodig dat wij vergeven want wij hebben vergeving nodig.
Dank u!

Terug naar overzicht