17-8-2022 Zonder dialoog tussen ouderen en kinderen is er geen toekomst

In zijn catechese over de oude dag tijdens audiëntie sprak paus Franciscus over het verbond tussen ouderen en jongeren.

Geliefde broeders en zusters, goedendag!

De woorden die we hebben gehoord over de droom van Daniël roepen een visioen op over God, geheimzinnig en tegelijk schitterend. Dit visioen wordt hernomen bij het begin van het boek Apokalyps met verwijzing naar de verrezen Jezus die aan de Ziener verschijnt als Messias. Priester en Koning, eeuwig, alwetend en onveranderlijk (Op 1,12-15). Hij legt zijn hand op de schouder van de Ziener en verzekert hem: “Vrees niet. Ik ben het, de Eerste en de Laatste, de Levende. Ik was dood, en zie, Ik leef in de eeuwen der eeuwen.” (vv 17-18). Zo verdwijnt de laatste hinderpaal van de angst en van de vrees die een verschijning van God altijd veroorzaakt: de Levende verzekert ons, geeft ons zekerheid. Ook Hij is dood, maar neemt nu de plaats in die voor Hem bestemd is: die van de Eerste en van de Laatste.

In dit weefsel van symbolen – er zijn hier veel symbolen – is er een aspect dat ons wellicht beter het verband helpt verstaan van deze verschijning van God (theofanie) met de kringloop van het leven, de tijd van de geschiedenis, de heerschappij van God over de geschapen werkelijkheid. En dit aspect heeft juist te maken met de oude dag. Hoe is die samenhang? Laten we zien.

Het visioen geeft een indruk van sterkte en van kracht, van adeldom, van schoonheid en van betovering. De kleding, de ogen, de stem, de voeten, alles schittert in dat visioen: het handelt om een visioen! Zijn haren echter zijn wit: als wol, als sneeuw. Zoals die van een bejaarde. De meest verspreide Bijbelse terminologie om een bejaarde aan te duiden is “zaqen” wat “baard” betekent. De witte haardos is het oude symbool voor zeer lange tijdsduur, voor onvoorstelbaar verleden, voor eeuwig bestaan. Met kinderen moet men niet alles ontmythologiseren.

Het beeld van een bejaarde God met wit haar is geen dwaas symbool, het is een Bijbels beeld, een edel beeld en ook een teder beeld.

De Figuur die in de Apokalyps tussen gouden kandelaars staat, vervangt de “oude van dagen” uit de profeet Daniël. Hij is bejaard zoals heel de mensheid, maar ook meer. Hij is oud en nieuw, zoals de eeuwigheid van God. Want, zo is de eeuwigheid van God, oud en nieuw. God verrast steeds door zijn nieuwheid. Steeds komt Hij ons nabij, elke dag op een bijzondere wijze, op dat ogenblik, voor ons. Hij is altijd nieuw. God is eeuwig, Hij is er van altijd. We zouden kunnen zeggen dat dit de oude dag van God is, Hij is eeuwig, maar vernieuwt zich.

In de Oosterse Kerken, is het feest van de Opdracht van de Heer, dat op 2 februari wordt gevierd, één van de 12 grote feesten in het liturgisch jaar. Het benadrukt de ontmoeting van Jezus met de bejaarde Simeon in de tempel. Het benadrukt de ontmoeting van mensen, vertegenwoordigd door de bejaarden Simeon en Anna, met Christus de Heer klein, de Zoon van de eeuwige God mens geworden. Men kan dit beeld bewonderen op een van de mozaïeken in de Santa Maria in Trastevere.

De Byzantijnse liturgie bidt met Simeon: “Dit is Hij die door de Maagd is gebaard: Hij is het Woord, God uit God, Hij die voor ons het vlees heeft aangenomen en de mens heeft verlost”. Het vervolgt: “Moge de deur van de hemel vandaag opengaan: het eeuwige Woord van de Vader, heeft de tijdelijkheid aangenomen zonder zijn goddelijkheid te verliezen, Hij wordt zoals Hij gewild heeft door de Moeder Maagd in de tempel van de Wet opgedragen en de ouderling neemt Hem in zijn armen.” Deze woorden vertolken het geloof van de vier eerste Oecumenische concilies, die voor alle Kerken heilig zijn. Maar het gebaar van Simeon is ook het mooiste beeld voor de bijzondere roeping van de oude dag: aan de kinderen tonen dat zij ter wereld komen als een ononderbroken gave van God, beseffend dat een van hen de Zoon is die voortgebracht werd in de intimiteit van God zelf, vóór alle eeuwen.

De oude dag moet, op weg naar een wereld waarin de liefde die God in de schepping heeft gelegd eindelijk zonder hinderpalen kan stralen, dit gebaar van Simeon en Anna stellen vòòr het afscheid. De oude dag moet getuigenis afleggen – dat is voor mij de kern, het meest centrale van de oude dag – aan de kinderen over hun gezegend zijn: zij bestaat in hun initiatie – mooi en moeilijk – in het geheim van een bestemming van het leven die niemand kan vernietigen. Ook de dood niet. Getuigen van het geloof voor een kind is dit leven zaaien. Het is ook getuigenis geven van menselijkheid en van geloof. Dat is de roeping van de bejaarden. Aan de kinderen de werkelijkheid schenken van wat zij als getuigenis hebben beleefd, de aflossingsstok doorgeven. Daartoe zijn wij bejaarden geroepen om de aflossingsstok door te geven zodat zij hem kunnen verder dragen.

Het getuigenis van bejaarden is voor kinderen geloofwaardig: jongeren en volwassenen zijn niet bij machte om het zo waarachtig te doen, zo teder, zo vurig, zoals bejaarden, de grootouders, dat kunnen doen. Wanneer een bejaarde het leven dat op hem toekomt zegent, zonder spijt over het leven dat wegdeemstert, dan is dat onweerstaanbaar. Men is niet bitter omdat de tijd voorbijgaat en men moet vertrekken. Neen. Het is met de vreugde om een goede wijn, wijn die met de jaren beter is geworden.

Het getuigenis van de bejaarden verbindt de leeftijden van het leven en de dimensies van de tijd zelf: verleden, heden en toekomst.

Want, ze zijn niet slechts het geheugen, ze zijn ook het heden en de belofte. Het is pijnlijk – en schadelijk – vast te stellen hoe men de leeftijden van het leven opvat als gescheiden werelden, met elkaar wedijverend, doordat elkeen tracht te leven ten koste van de ander: dat kan niet. De mensheid is oud, zeer oud, als we naar de tijd op het uurwerk kijken. Maar de Zoon van God die uit een vrouw werd geboren, is de Eerste en de Laatste van elke tijd. Dat wil zeggen dat niemand buiten zijn eeuwige afstamming valt, buiten zijn schitterende kracht, buiten zijn liefdevolle nabijheid.

Het verbond – ik zeg dus wel degelijk verbondvan bejaarden en kinderen zal het gezin van de mensheid redden.

Waar kinderen, waar jongeren met bejaarden praten daar is toekomst.

Waar geen dialoog tussen bejaarden en jongeren aan bod komt, zal men de toekomst niet helder zien. Het verbond van bejaarden en kinderen zal de menselijke familie redden. Zouden we aan de kinderen, die moeten leren geboren te worden, het tedere getuigenis kunnen terugschenken van bejaarden die de wijsheid van het sterven bezitten? Zal de huidige mensheid, die met al haar vooruitgang een jongvolwassene lijkt die gisteren werd geboren, opnieuw de gratie van een oude dag bezitten die de einder van onze bestemming stevig vasthoudt? De dood is ongetwijfeld een moeilijke doorgang van het leven, voor ons allen is het een moeilijke doortocht. Allen moeten we erdoor, maar het is niet makkelijk. Maar de dood is ook de doorgang die de tijd van onzekerheid afsluit en het uurwerk van de hand doet. Dat is moeilijk want het gaat om de overgang van de dood. Immers, het mooie van het leven dat geen vervaldag meer heeft, begint juist dan. Het begint bij de wijsheid van die man en van die vrouw, bejaarden, de bekwaam zijn aan jongeren de aflossingsstok door te geven. Laten we aan de dialoog denken, aan het verbond van bejaarden en kinderen, van bejaarden en jongeren en laten we het zo aanpakken dat deze band niet gebroken wordt. Mogen bejaarden de vreugde genieten te spreken, zich uit te drukken met jongeren en dat jongeren bejaarden opzoeken om van hen de wijsheid van het leven te leren.

Terug naar overzicht