28-8-2019 Audiëntie – Eerder aan God gehoorzamen dan aan de mensen, een sleutel van het christelijk leven

“Eerder aan God gehoorzamen dan aan de mensen”: dit antwoord van Petrus en van de apostelen aan degenen die hen het zwijgen wilden opleggen, is een “sleutel van het christelijk leven”, “het grote christelijk antwoord”, leert paus Franciscus. Dat betekent, “naar God luisteren zonder voorbehoud, zonder uitstel, zonder berekening; Hem aanhangen om met Hem een verbond te kunnen sluiten en met degenen die onze weg kruisen”. Dat veronderstelt ook “de kracht” van de Heilige Geest om “ons niet bang te laten maken door degenen die ons het zwijgen opleggen, ons belasteren of ons leven ronduit bedreigen”.
Paus Franciscus gaat verder met zijn catechese over de Handelingen van de Apostelen en geeft commentaar op het vijfde hoofdstuk dat de vurigheid beschrijft van de eerste christengemeenschap van Jeruzalem en de genezingen die de apostelen verrichten.
“In hun ogen, zoals in de ogen van christenen van alle tijden”, “zijn zieken de bevoorrechte bestemmelingen van de blijde boodschap van het Rijk”, zij zijn “bevoorrechten voor de Kerk, voor een priesterhart, voor alle gelovigen”. Vanwaar dit privilege? Omdat “in de wonden van de zieken, in de ziekten die verhinderen dat men vooruitgaat in het leven, steeds Jezus aanwezig is, de wonde van Jezus”. En de paus zegt nog: “Jezus roept ieder van ons op zorg voor hen te dragen, hen te ondersteunen, hen te genezen”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
De Kerkgemeenschap die in het boek van de Handelingen van de Apostelen beschreven wordt, leeft van heel de rijkdom die de Heer tot haar beschikking stelt – de Heer is vrijgevig! – zij groeit in aantal en kent een grote vurigheid, ondanks de aanvallen van buitenaf. Om ons deze vitaliteit te tonen, wijst Lucas in het boek van de Handelingen van de Apostelen, ook op betekenisvolle plaatsen, bijvoorbeeld de tempelpoort van Salomon (Hand 5,12), een ontmoetingsplaats voor gelovigen. De tempelpoort (stoà) is een open zuilengang die als schuilplaats dient maar ook als plaats voor ontmoeting en getuigenis. Inderdaad, Lucas insisteert op de tekenen en wonderen die het woord van de apostelen vergezellen en op hun bijzondere zorg voor de zieken.

In hoofdstuk 5 van de Handelingen, verschijnt de primitieve Kerk als een “veldhospitaal” dat de zwakste mensen opneemt, dat wil zeggen de zieken. Hun lijden trekt de apostelen aan, die geen zilver of goud bezitten (Hand 3,6) – dat is wat Petrus tot de lamme zegt – doch hun kracht ligt in de naam van Jezus. In hun ogen, zoals in de ogen van de christenen van alle tijden, zijn zieken de bevoorrechte bestemmelingen van de blijde boodschap van het Rijk, de broeders in wie Christus bijzonder aanwezig is om zich door ieder van ons te laten zoeken en vinden (Mt 25,36-40). Zieken zijn bevoorrechten voor de Kerk, voor een priesterhart, voor alle gelovigen. Ze mogen niet opzij gezet worden, integendeel, zij moeten verzorgd worden, er moet zorg voor hen gedragen worden: zij zijn het voorwerp van christelijke bezorgdheid.

Onder de apostelen duikt Petrus op, die door zijn primaat en door de zending die hij van de Verrezen Heer gekregen heeft (Joh 21,15-17), voorrang heeft in de groep van apostelen (Mt 16,18). Hij is degene die op de dag van Pinksteren het kerygma begint te verkondigen (Hand 2,14-41) en die de verantwoordelijkheid zal dragen om het concilie van Jeruzalem te leiden (Hand 15, Gal 2,1-10).

Petrus nadert de draagbedden en gaat langs de zieken, zoals Jezus deed die kwalen en ziekten op zich nam (Mt 8,17; Jes 53,4). En Petrus, de visser uit Galilea, gaat voorbij, maar hij laat een Ander zich manifesteren: hij laat Christus die leeft en handelt, voorgaan! Getuige is degene die Christus manifesteert door zijn woorden en lichamelijke aanwezigheid, die Hem in relatie laat treden en die de verlenging is van het mens geworden Woord in de geschiedenis. Petrus is degene die de werken van zijn Meester doet (Joh 14,12); als men met geloof naar hem kijkt, ziet men Christus zelf.

Vervuld van de Geest van zijn Heer, gaat Petrus voorbij en zonder iets te doen, wordt zijn schaduw als een streling die geneest, die gezondheid geeft, het is een uitstorting van de tederheid van de Verrezen Heer die zich over de zieken buigt, leven geeft, heil en waardigheid. Zo manifesteert God Zijn nabijheid en maakt de wonden van Zijn kinderen tot “een Goddelijke plaats van Zijn tederheid”. In de wonden van de zieken, in de ziekten die beletten dat men voortgaat in het leven, is Jezus altijd aanwezig, de wonde van Jezus. Daar is Jezus die ieder van ons roept om zorg voor hen te dragen, hen te ondersteunen, te genezen.

Het genezend optreden van Petrus wekt haat en jaloezie op bij de Sadduceeën, die de apostelen laten opsluiten. Overrompeld door hun mysterieuze bevrijding, verbieden zij hen onderricht te geven. Deze mensen zien de wonderen die de apostelen verrichten – niet door magie maar in de naam van Jezus; maar zij willen het niet erkennen en werpen hen in de gevangenis en laten hen geselen. Daarna worden zij wonderbaarlijk bevrijd, maar het hart van de Sadduceeën was zo versteend dat zij niet wilden geloven wat zij zagen. Toen gaf Petrus een antwoord dat een sleutel is van het christenleven: “Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen” (Hand 5,29) omdat de Sadduceeën zeiden: u mag niet doorgaan, u mag de mensen niet genezen – ik gehoorzaam eerst aan God en dan aan de mensen: dat is het grote christelijk antwoord. Dat betekent naar God luisteren zonder voorbehoud, zonder uitstel, zonder berekening; Hem aanhangen om met Hem een verbond te kunnen sluiten en met degenen die onze weg kruisen.

Vragen ook wij aan de Heilige Geest de kracht om ons niet bang te laten maken door degenen die ons het zwijgen opleggen, ons belasteren of ons leven ronduit bedreigen. Vragen wij Hem ons innerlijk te sterken opdat wij zeker zou zijn van de liefdevolle en troostende aanwezigheid van de Heer aan onze zijde.

Terug naar overzicht