30-10-2019 Audiëntie – Evangelisatie, een inculturatieproces van in het begin tot op vandaag

Het doopsel van Lydia en haar gezin in Filippi is “het getuigenis van de aankomst van het christendom op Europese kusten”. Het Evangelie is dus “langs Macedonië binnengekomen”, doet paus Franciscus in zijn 14e catechese over de Handelingen van de Apostelen opmerken.
Hij geeft commentaar bij hoofdstuk 16 over het begin van de missie door Paulus en Silas in Macedonië, waar zij eerst een vrouw dopen, Lydia, en haar gezin, en daarna hun gevangenbewaarder en zijn huisgenoten.
Ondertussen hadden zij een slavin van de duivel bevrijd, die door haar meesters als waarzegster uitgebuit werd. Deze jonge slavin “doen wat waarzeggers doen: zij voorspellen uw toekomst, lezen de lijnen van uw hand (…) en de mensen betalen daarvoor”, legt de paus uit. “Ook vandaag nog, dierbare broeders en zusters, zijn er mensen die daarvoor betalen.” En de paus haalt voor de geest dat in zijn bisdom in Argentinië het grote park vol was van waarzeggers en waarzegsters “die de hand lezen en de mensen geloven dat allemaal! En zij betalen ervoor”.
De evangelisatie van Europa door Paulus en Silas is dus slechts het begin van een inculturatieproces dat tot op vandaag duurt”, benadrukt de paus.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Wanneer wij de Handelingen van de Apostelen lezen, zien wij dat de Heilige Geest de protagonist is in de zending van de Kerk: Hij is het die de weg van de evangelieverkondigers leidt.

Wij zien dat duidelijk op het ogenblik dat de apostel Paulus bij zijn aankomst in Troas, een visioen heeft. Een Macedoniër smeekt hem: “Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp” (Hand 16,9). De bevolking van Noord-Macedonië is er fier op, heel fier, dat het Paulus heeft geroepen, dat Paulus hen Jezus Christus heeft verkondigd. Ik herinner mij goed dat mooie volk, dat mij zeer hartelijk ontvangen heeft: moge het dit geloof dat Paulus hun verkondigd heeft, bewaren! De apostel aarzelt niet en vertrekt naar Macedonië, in de zekerheid dat het werkelijk God is die hem zendt, en hij belandt in Filippi, een Romeinse “kolonie” (v. 12) op de via Egnatia, om het Evangelie te prediken. Paulus blijft er meerdere dagen. Er hebben drie belangrijke gebeurtenissen plaats die zijn verblijf gedurende deze dagen in Filippi kenmerken. 1) De evangelisatie en het doopsel van Lydia en haar gezin, 2) de arrestatie van Paulus en Silas, na de duivelbezwering van een slavin die door haar meesters uitgebuit werd, 3) de bekering en het doopsel van de gevangenbewaarder en zijn gezin. Drie gebeurtenissen in het leven van Paulus.

De kracht van het Evangelie raakt vooral de vrouwen van Filippi, in het bijzonder Lydia, een handelaarster in purperen stoffen, uit de stad Tyatira, en een godvrezende, wiens hart door de Heer ontvankelijk gemaakt wordt “voor wat door Paulus gezegd werd” (v. 14). Inderdaad, Lydia aanvaardt Christus, ontvangt het doopsel met haar gezin en ontvangt degenen die Christus toebehoren, door Paulus en Silas onderdak te geven. Wij hebben hier een getuigenis van de aankomst van het christendom op Europese kusten: de aanvang van een inculturatieproces dat duurt tot op vandaag. Het is langs Macedonië binnengekomen.

Na hun hartelijke ervaring bij Lydia, worden Paulus en Silas geconfronteerd met het harde leven van de gevangenis: de vertroosting van de bekering van Lydia en haar familie maakt plaats voor de troosteloosheid van de gevangenschap omdat zij in de naam van Jezus “een slavin (…) die een waarzeggende geest had” bevrijd hadden en die “met haar waarzeggerij haar meesters veel geld opbracht” (v. 16). Haar meesters verdienden veel en deze arme slavin deed wat waarzeggers doen: zij voorspelt uw toekomst, zij leest de lijnen van uw hand – zoals het lied zegt “Neem deze hand, zigeunerin” en de mensen betalen ervoor. Ook vandaag nog, dierbare broeders en zusters, zijn er mensen die daarvoor betalen. Ik herinner mij, in mijn bisdom, in een heel groot park, stonden meer dan 60 tafeltjes waar waarzeggers en waarzegsters uw hand lezen en de mensen geloven dat allemaal! En zij betalen ervoor. En dat bestond al in de tijd van de heilige Paulus. Haar meesters, klagen Paulus uit vergelding aan en brengen de apostelen voor de magistraten, met de beschuldiging dat zij de openbare orde verstoren.

Maar wat gebeurt er? Paulus is in de gevangenis en er doet zich een verrassend feit voor. Hij is in troosteloosheid, maar in plaats van te klagen, zetten Paulus en Silas een lofzang in tot God en deze lofzang maakt een kracht vrij die hun boeien verbreekt: tijdens het gebed, schudt een aardbeving de fundamenten van de gevangenis, de deuren gaan open en de boeien van alle gevangenen springen los (cf v. 25-26). Zoals het gebed met Pinksteren, heeft dit gebed in de gevangenis, een wonderbare uitwerking.

In de mening dat de gevangenen gevlucht zijn, wou de gevangenbewaarder zelfmoord plegen, want een gevangenbewaarder betaalt het met zijn eigen leven wanneer een gevangene de vlucht neemt; doch Paulus roept hem toe: “we zijn allen nog hier!” (v. 27-28). Dan vraagt deze: “wat moet ik doen om gered te worden?” (v. 30). Het antwoord luidt: “Geloof in de Heer Jezus, dan zult gij en uw huis gered worden” (v. 31). Op dat ogenblik gebeurt de verandering: midden in de nacht luistert de gevangenbewaarder met zijn gezin naar het woord van de Heer, neemt de apostelen op, wast hun wonden – want men had hen gegeseld – en ontvangt hij met de zijnen het doopsel; daarna, “verheugd omdat hij met heel zijn gezin nu in God geloofde” (v. 34), laten hij en zijn huisgenoten de tafel dekken en nodigen Paulus en Silas uit bij hen te blijven: het ogenblik van de vertroosting!

Midden in de nacht van deze anonieme gevangenbewaarder, straalt het licht van Christus en overwint het de duisternis: de boeien van zijn hart springen los en in hem en de zijnen welt een ongekende vreugde op. Zo gaat de Heilige Geest te werk in de zending: sinds het begin, sinds Pinksteren, is Hij de protagonist van de zending. Hij doet ons vooruitgaan en wij moeten trouw zijn aan de roeping die de Geest ons geeft om het Evangelie te brengen.

Vragen ook wij aan de Heilige Geest een ontvankelijk hart, gevoelig voor God en open voor ons broeders, zoals Lydia, met een stoutmoedig geloof zoals dat van Paulus en Silas, en met de openheid van hart, zoals de gevangenbewaarder die zich door de Heilige Geest laat raken.

Terug naar overzicht