Gebed maakt lichtend

17-3-2019 Angelus – Gebed maakt lichtend
De weg in de Vasten: vreugde, gebed, het woord Gods, Maria

Paus Franciscus moedigt aan de “weg van de Vasten” te vervolgen met “vreugde”, “gebed”, “het woord Gods” en in de leerschool van de Maagd Maria.
Paus Franciscus geeft op deze tweede zondag in de Vasten, commentaar op het Evangelie over de Transfiguratie van Christus en evoceert de bijzondere tijd die de Vasten is.
“Vervolgen wij onze weg in de Vasten met vreugde”: “geven wij ruimte aan het gebed en het woord Gods, dat de liturgie ons deze dagen in overvloed biedt. Moge de Maagd Maria ons leren bij Jezus te blijven, ook als wij Hem niet vatten en wij Hem niet begrijpen. Want het is alleen door met Hem te blijven dat wij Zijn heerlijkheid zullen zien”.
Paus Franciscus evoceert het Evangelie van deze zondag (Lc 9,28-36) en benadrukt dat Christus getransfigureerd wordt op het ogenblik waarop Hij “in gebed” is: Zijn innerlijk licht kwam ook naar buiten en de apostel Petrus “wou dat dit genademoment nooit meer eindigt”!
De paus legt tevens uit dat “de Transfiguratie van Christus ons het christelijk perspectief van het lijden toont”: “Lijden is geen sadomasochisme: het is een noodzakelijke maar voorbijgaande overgang. Het aankomstpunt waartoe wij geroepen zijn, is even lichtend als het gelaat van de getransfigureerde Christus”.
En dit licht is de vrucht van het gebed: “het maakt ons lichtend door het licht van de Heilige Geest”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Op deze tweede zondag in de Vasten, laat de liturgie ons het gebeuren van de Transfiguratie schouwen, waarbij Jezus aan Zijn leerlingen Petrus, Jakobus en Johannes een voorsmaak geeft van de heerlijkheid van de Verrijzenis: een voorspel van de Hemel op aarde. De evangelist Lucas toont ons Jezus die getransfigureerd wordt op de berg, plaats van licht, fascinerend symbool van de unieke ervaring voorbehouden aan drie leerlingen. Zij gaan met de Meester de berg op, zien Hem in gebed verzonken en op een gegeven ogenblik “veranderde Zijn gelaat van aanblik” (v. 29). Gewoon Hem alle dagen te zien in de gewone verschijning van Zijn mensheid, zijn zij door verbazing getroffen tegenover deze nieuwe schittering die ook heel Zijn persoon omhult. Naast Jezus verschijnen Mozes en Elia, die Hem over Zijn aanstaande “uittocht” spreken, namelijk over het Pasen van Zijn dood en verrijzenis. Het is een anticipatie op Pasen. En dan roept Petrus uit: “Meester, het is goed dat wij hier zijn” (v. 33). Hij zou willen dat dit genademoment nooit meer eindigt!

De Transfiguratie heeft plaats op een heel precies ogenblik van Jezus’ zending, dat wil zeggen nadat Hij aan de leerlingen heeft toevertrouwd dat Hij “veel moet lijden, (…) maar na ter dood te zijn gebracht zal Hij op de derde dag verrijzen” (v. 21). Jezus weet dat zij deze realiteit niet aanvaarden – de realiteit van het kruis, de realiteit van de dood van Jezus – en Hij wil hen dus voorbereiden om de ergernis van het lijden en de kruisdood te verdragen, zodat zij weten dat het de weg is waarlangs de Hemelse Vader Zijn Zoon naar de heerlijkheid zal leiden, door Hem te doen opstaan uit de doden. Dat zal ook de weg van de leerlingen zijn: niemand komt tot het eeuwig leven tenzij door Jezus te volgen, door zijn kruis in dit aardse leven te dragen. Ieder van ons heeft zijn kruis. De Heer toont ons het einde van deze weg – dat is de verrijzenis , de schoonheid – ons eigen kruis dragend.

Bijgevolg toont de transfiguratie van Christus ons het christelijk perspectief van het lijden. Lijden is geen sadomasochisme: het is een noodzakelijke maar voorbijgaande overgang. Het aankomstpunt waartoe wij geroepen zijn is even lichtend als het gelaat van de getransfigureerde Christus: in Hem bevinden zich heil, geluk, licht, de liefde van God zonder grenzen. Door zo Zijn heerlijkheid te tonen, verzekert Jezus ons dat het kruis, de beproevingen, de moeilijkheden waar wij ons moeten doorheen slaan, hun oplossing in Pasen hebben en daar overwonnen worden. Bijgevolg, laten ook wij in deze Vasten met Jezus de berg opgaan! Maar hoe? Door gebed. Wij gaan de berg op door gebed: innerlijk gebed, het gebed van het hart, het gebed dat altijd de Heer zoekt. Blijven wij enkele ogenblikken ingetogen, elke dag een beetje, richten wij onze innerlijke blik op Zijn gelaat en laten wij Zijn licht binnenstromen en in ons leven stralen.

Inderdaad, de evangelist Lucas insisteert op het feit dat Jezus getransfigureerd was “terwijl Hij in gebed was” (v. 29). Hij was verzonken in een vertrouwelijk gesprek met de Vader, waarin ook de Wet en de Profeten weerklonken – Mozes en Elia – en terwijl Hij met heel Zijn wezen aansloot bij de heilswil van de Vader, met inbegrip van het kruis, stroomde Gods heerlijkheid bij Hem binnen en straalde zij ook naar buiten. Zo is het, broeders en zusters: het gebed van Christus, in de Heilige Geest, transformeert de mens van binnen en kan de anderen en de hem omringende wereld verlichten. Hoe dikwijls hebben wij mensen gevonden die licht brengen, van wie de ogen licht uitstralen, die deze lichtende blik hebben! Zij bidden, en dat is wat het gebed doet: het maakt ons lichtend met het licht van de Heilige Geest.

Vervolgen wij onze weg in de Vasten met vreugde. Laten wij ruimte geven aan het gebed en het woord Gods, dat de liturgie ons in deze dagen in overvloed geeft. Moge de Maagd Maria ons leren bij Jezus te blijven, ook als wij Hem niet vatten en niet begrijpen. Want het is alleen door met Hem te blijven dat wij Zijn heerlijkheid zullen zien.

Terug naar overzicht
By |2019-04-05T20:36:33+02:00 17 maart 2019|Woord van de paus|0 Comments