Getuigen volgens de stijl van God

13-1-2019 Angelus – Getuigen, niet volgens onze plannen maar volgens de stijl van God

Bij het Angelus op het hoogfeest van de Doop des Heren, roept paus Franciscus de Kerk op haar zending voortdurend te vernieuwen “door gebed, om een helder christelijk getuigenis te geven, niet volgens onze menselijke plannen maar volgens het plan en de stijl van God”.
“De Zoon van God is mens geworden om de zonde van de wereld op zich te nemen en weg te nemen, om onze ellende, onze menselijke conditie op zich te nemen”, benadrukt de paus: “door zich door Johannes te laten dopen, te midden van de boetvaardige mensen van Zijn volk, toont Jezus de logica en betekenis van Zijn zending”.
“Ook tot ieder van ons, die met Jezus herboren zijn in het doopsel, zijn deze woorden van de Vader gericht: “gij zijt mijn Zoon, de welbeminde, in U heb ik mijn behagen gesteld” (v. 22). Deze liefde van de Vader, die wij op de dag van ons doopsel gekregen hebben, is een vlam die in ons hart werd ontstoken en die vraagt om door gebed en naastenliefde gevoed te worden.”

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Vandaag, op het einde van de liturgische Kersttijd, vieren wij het feest van de Doop des Heren. De liturgie roept ons op Jezus, wiens geboorte wij onlangs gevierd hebben, beter te kennen. Daarom illustreert het Evangelie twee belangrijke elementen: de relatie van Jezus met het volk en van Jezus met de Vader.

In het verhaal over de doop die Johannes de Doper in de wateren van de Jordaan aan Jezus toedient, zien wij vooral de rol van het volk. Jezus is te midden van het volk. Het volk staat niet alleen op het achterplan, maar is een wezenlijk bestanddeel van het gebeuren. Voordat Jezus zich in het water onderdompelt, dompelt Hij zich onder in de menigte, verenigt Hij zich met haar door de menselijke conditie ten volle aan te nemen, door alles met haar te delen behalve de zonde.

In Zijn Goddelijke heiligheid, vol genade en erbarmen, is de Zoon van God mens geworden om de zonde van de wereld op zich te nemen en weg te nemen: om onze ellende, onze menselijke conditie op zich te nemen. Daarom is het ook vandaag een Godsopenbaring, want door zich door Johannes te laten dopen, te midden van de boetvaardige mensen van Zijn volk, toont Jezus de logica en betekenis van Zijn zending.

Door zich te verenigen met het volk, dat aan Johannes het doopsel van bekering vraagt, deelt Jezus ook zijn diep verlangen naar innerlijke vernieuwing. En de Heilige Geest die op Hem neerdaalt “in lichamelijke gedaante als een duif” (v. 22) is het teken dat met Jezus een nieuwe wereld begint, een “nieuwe schepping” waaraan iedereen deelneemt die Christus in zijn leven opneemt. Ook tot ieder van ons, die met Jezus herboren zijn in het doopsel, zijn deze woorden van de Vader gericht: “Gij zijt mijn Zoon, de welbeminde, in U heb ik mijn behagen gesteld” (v. 22). Deze liefde van de Vader, die wij ontvangen hebben op de dag van ons doopsel, is een vlam die in ons hart ontstoken werd, en die vraagt om door gebed en naastenliefde gevoed te worden.

Het eerste element was Jezus te midden van het volk, Jezus die zich onderdompelt in het volk. Het tweede element dat de evangelist Lucas benadrukt, is dat na de onderdompeling in het volk en in de wateren van de Jordaan, Jezus zich onderdompelt in gebed, dat wil zeggen in de gemeenschap met de Vader. Het doopsel is het begin van het openbaar leven van Jezus, van Zijn zending in de wereld als gezondene van de Vader om diens goedheid en liefde voor de mensen, te tonen. Deze zending wordt vervuld in constante en volmaakte vereniging met de Vader en de Heilige Geest. Het is ook de zending van de Kerk en van ieder van ons, om trouw en vruchtbaar te zijn. We zijn geroepen ons te enten op de zending van Jezus. Het gaat erom de evangelisatie en het apostolaat voortdurend nieuw leven in te blazen door gebed, om een helder christelijk getuigenis te geven, niet volgens menselijke plannen maar volgens het plan en de stijl van God.

Dierbare broeders en zusters, het feest van de Doop des Heren is een gunstige gelegenheid om de beloften van ons doopsel dankbaar en met overtuiging te vernieuwen, door ons erop toe te leggen er dagelijks coherent naar te leven. Het is ook heel belangrijk, zoals ik u reeds meerdere keren zei, de datum van uw doopsel te kennen. Ik zou kunnen vragen: wie van u kent de datum van zijn doopsel? Zeker niet iedereen. Als iemand van u hem niet kent, vraag hem dan bij uw thuiskomst aan uw ouders, grootouders, nonkels en tantes, peter en meter, aan de vrienden van de familie … Vraag dan: op welke dag werd ik gedoopt? En vergeet niet die dag in uw hart te bewaren, om hem ieder jaar te vieren.

Moge Jezus, die ons gered heeft, niet door onze verdiensten, maar om de immense goedheid van de Vader te tonen, ons voor iedereen barmhartig maken. Moge de Maagd Maria, Moeder van barmhartigheid, onze gids en voorbeeld zijn.

Terug naar overzicht
By |2019-01-21T21:23:23+00:00 15 januari 2019|Woord van de paus|0 Comments