Gij zult tegen uw naaste niet leugenachtig getuigen

14-11-2018 Audiëntie – Het achtste gebod: gij zult tegen uw naaste niet leugenachtig getuigen

“Niet authentieke communicatie is ernstig want zij verhindert relaties en bijgevolg de liefde”, verklaart paus Franciscus. “Waar leugen is, is geen liefde, kan geen liefde zijn.” De paus legt vervolgens uit dat waarheid niet ligt in oprechtheid of in de exactheid van de gesproken woorden “want men kan oprecht zijn terwijl men zich vergist, of precies in het detail doch zonder het geheel te vatten”.
Paus Franciscus ging verder met zijn wekelijkse catechese over de Decaloog met commentaar op het achtste gebod, “gij zult tegen uw naaste niet leugenachtig getuigen”.
“Maar wat is dan de waarheid?” vraagt hij. “Waarheid is de wonderbare openbaring van God, van Zijn gelaat als Vader, zij is Zijn grenzeloze liefde”, zij “vindt haar volledige verwezenlijking in de persoon van Jezus, in Zijn manier van leven en sterven” waardoor Hij “de Vader manifesteert, Zijn barmhartige en trouwe liefde”. En deze waarheid “wordt zichtbaar gemaakt door wie Hem toebehoort en dezelfde houdingen aan de dag legt”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

In de catechese van vandaag hebben wij het over het achtste Woord van de Decaloog: gij zult tegen uw naaste niet leugenachtig getuigen.
Dit gebod, zegt de Catechismus, “verbiedt in de relaties met de medemens de waarheid te verdraaien” (nr. 2464). Niet authentieke communicatie is ernstig want zij verhindert relaties en bijgevolg de liefde. Waar leugen is, is geen liefde, kan geen liefde zijn. En wanneer wij spreken over communicatie tussen mensen, horen wij niet alleen woorden, maar zijn er ook gebaren, houdingen, zelfs stilte en afwezigheid. Iemand spreekt met al wat hij is en doet. Wij zijn allemaal in communicatie, altijd. Wij leven al communicerend en worden voortdurend getrokken tussen waarheid en leugen.
Maar wat betekent de waarheid zeggen? Betekent het oprecht zijn? Of exact zijn? Eigenlijk volstaat dat niet, want men kan oprecht zijn terwijl men zich vergist, men kan precies zijn in het detail maar zonder het geheel te vatten. Soms rechtvaardigen wij ons en zeggen: maar ik heb gezegd wat ik voelde! Ja, maar ge hebt uw standpunt verabsoluteerd. Of ook: ik heb alleen de waarheid gezegd! Misschien, maar ge hebt persoonlijke of vertrouwelijke feiten bekend gemaakt. Hoeveel roddel vernietigt de communicatie omdat ze ongepast is of niet fijngevoelig. En roddel is zelfs dodelijk. De apostel Jakobus zegt het in zijn Brief. Wie roddelt, doodt: hij doodt de ander want de tong is als een mes. Let op! Wie roddelt, is een terrorist want hij werpt een bom met zijn tong en gaat er rustig van door, maar wat hij zegt, de bom die hij wierp, vernietigt de reputatie van de ander. Vergeet niet: roddel is dodelijk.

Maar wat is de waarheid dan? Dat is de vraag die Pilatus stelde, precies op het ogenblik waarop Jezus tegenover hem het achtste gebod realiseert (cf Joh 18,38). Inderdaad, de woorden “gij zult tegen uw naaste niet leugenachtig getuigen” behoort tot de juridische taal. De Evangelies lopen uit op het verhaal van het lijden, de dood en de verrijzenis van Jezus en dat is het verhaal van een proces, de uitvoering van een vonnis en de ongehoorde consequentie ervan.
Door Pilatus ondervraagd, zegt Jezus: “Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid” (Joh 18,37). En dit “getuigenis”, geeft Jezus door Zijn lijden, door Zijn dood. De evangelist Marcus vertelt: “de honderdman die tegenover Hem post had gevat en zag dat Hij onder zulke omstandigheden de geest had gegeven, riep uit: “Waarlijk, deze mens was een Zoon van God” (Mc 15,39). Ja, omdat Hij coherent was. Hij was coherent: door Zijn manier van sterven manifesteert Jezus de Vader, Zijn barmhartige en trouwe liefde.

De waarheid vindt haar volle realisatie in de persoon van Jezus zelf (cf Joh 14,6), in Zijn manier van leven en sterven, de vrucht van Zijn relatie met de Vader. Dit bestaan als Zoon van God, geeft Hij ons, ook aan ons, als Verrezene, door de Heilige Geest te zenden die de Geest van waarheid is, die ons hart verzekert dat God onze Vader is (cf Rom 8,16).
In al zijn doen en laten, bevestigt of ontkent de mens deze waarheid. Te beginnen met de kleinste dagelijkse situaties tot en met de meest engagerende keuzes. Maar het is dezelfde logica, altijd: de logica die ouders en grootouders ons leren wanneer zij ons zeggen niet te liegen.
Stellen wij ons de vraag: van welke waarheid getuigen onze werken, woorden, keuzes? Ieder kan zich die vraag stellen: ben ik een getuige van de waarheid of ben ik min of meer een leugenaar die zich waarachtig voordoet? Dat ieder zich die vraag stelt. Wij, christenen, wij zijn geen uitzonderlijke mannen en vrouwen. Maar kinderen van de hemelse Vader, die goed is en ons niet teleurstelt, en liefde voor onze broeders in ons hart legt. Deze waarheid geschiedt niet zozeer door gesprekken, ze is een manier om in het leven te staan en dat is te zien aan elk van onze daden (cf Jak 2,18). Deze man is echt, deze vrouw is echt: dat ziet men. Maar hoe dan, als hij zijn mond niet opendoet? Omdat hij zich zo gedraagt. Hij zegt de waarheid, hij handelt waarachtig. Een mooie levenswijze voor ons.

De waarheid is de wonderbare openbaring van God, van Zijn gelaat als Vader, zij is Zijn grenzeloze liefde. Deze waarheid komt overeen met de menselijke rede maar overstijgt ze ook oneindig want zij is een gave uit de hemel, belichaamd in de gekruisigde en verrezen Christus; zij wordt zichtbaar gemaakt door wie Hem toebehoort en dezelfde houdingen aan de dag legt.
Gij zult tegen uw naaste niet leugenachtig getuigen, wil zeggen leven als kind van God, die zich nooit, nooit tegenspreekt, die nooit liegt; leven als kind van God door al ons doen en laten onder te dompelen in de grote waarheid dat God Vader is en dat men Hem kan vertrouwen. Ik vertrouw God: dat is de grote waarheid. Uit ons vertrouwen in God, die Vader is en van mij houdt, die van ons houdt, ontstaat mijn waarheid en het feit echt te zijn en geen leugenaar.

Terug naar overzicht
By | 2018-11-26T17:30:37+00:00 16 november 2018|Woord van de paus|0 Comments