Godgewijd leven

2-2-2019 Godgewijd leven: gehoorzaamheid aan de Wet en openheid voor de Geest

“Het godgewijd leven is geen kwestie van overleven, het is nieuw leven. Het is de levende ontmoeting met de Heer in Zijn volk. Het is geroepen tot de trouwe gehoorzaamheid van elke dag en de ongehoorde verrassingen van de Geest. Het geeft zicht op wat belangrijk is om in de armen te drukken en vreugdevol te zijn: Jezus”: in die termen besluit paus Franciscus zijn homilie op het feest van de Opdracht van Jezus in de Tempel, dat sinds Johannes Paulus II samenvalt met de Werelddag voor het Godgewijde Leven.

De paus ging voor in de H. Mis in aanwezigheid van priesters en godgewijden. Hij nodigt de godgewijden uit tot een leven in concrete gehoorzaamheid aan de wet en trouw aan het leven van elke dag, zoals Maria en Jozef, en tegelijk tot openheid voor de verrassingen van de Geest, zoals Simeon en Hanna: “Zo bloeit het en wordt het voor iedereen een oproep die ingaat tegen middelmatigheid: tegen het wegzakken van het geestelijk leven, tegen de bekoring om God zo min mogelijk te geven, tegen het zich nestelen in een gemakkelijk leven volgens de geest van de wereld, tegen beklag, ontevredenheid en het bewenen van zijn lot, tegen de gewoonte “we doen wat we kunnen” en “zo hebben we het altijd gedaan”.

Vandaag toont de liturgie Jezus die Zijn volk tegemoet gaat. Het is het feest van de ontmoeting: het nieuwe van het Kind ontmoet de traditie van de tempel; de belofte vindt haar voltooiing; de jonge Maria en Jozef ontmoeten de bejaarde Simeon en Hanna. Kortom, wanneer Jezus komt, is er ontmoeting.

Wat zegt dit voor ons? Vooral omdat ook wij geroepen zijn Jezus te verwelkomen die ons tegemoet komt. Hem ontmoeten: de God van het leven wordt elke dag ontmoet, niet af en toe, maar elke dag. Jezus volgen is geen beslissing die eens en voor altijd genomen wordt, maar een dagelijkse keuze. En de Heer ontmoet men niet denkbeeldig, maar direct, in het leven. Anders zou Jezus slechts een mooie herinnering uit het verleden zijn. Wanneer wij Hem integendeel ontmoeten als de Heer van het leven, het centrum van alles, het kloppend hart van alle dingen, dan leeft Hij en herleeft Hij in ons. En dan overkomt ons ook wat in de tempel gebeurde: rond Hem ontmoet iedereen elkaar, wordt het leven harmonieus. Met Jezus vindt men de moed terug voorwaarts te gaan en kracht om sterk te blijven. De ontmoeting met de Heer is de bron. Herbronnen is daarom belangrijk: via de herinnering teruggaan tot de doorslaggevende ontmoetingen met Hem, de eerste liefde herbeleven, misschien onze liefdesgeschiedenis met de Heer neerschrijven. Het zal goed doen voor ons godgewijd leven, zodat het geen tijdverdrijf wordt, maar een tijd voor ontmoeting. Wanneer wij ons de fundamentele ontmoeting met de Heer herinneren, dan merken wij dat zij niet plaatshad als een privézaak tussen ons en God. Nee, zij is uitgedeind tot het volk van gelovigen, naast vele broeders en zusters, op precieze tijden en plaatsen. Het Evangelie zegt het ons waar het toont hoe de ontmoeting plaatsheeft in het volk Gods, in Zijn concrete geschiedenis, in zijn levende tradities: in de tempel, volgens de wet, in een sfeer van profetie, met jongeren en bejaarden samen (cf Lc 2,25-28.34). Zo gaat het ook met het godgewijde leven: het deint uit en bloeit op in de Kerk en als het zich isoleert, dan verwelkt het. Het rijpt wanneer jongeren en bejaarden samen op weg gaan, wanneer jongeren hun wortels terugvinden en bejaarden de vruchten plukken. Het stagneert integendeel wanneer men alleen op weg gaat, wanneer men gefixeerd blijft op het verleden of vooruitloopt om te overleven. Vragen wij vandaag op het feest van de ontmoeting, de genade om de levende Heer in het gelovige volk te herontdekken, en om het gekregen charisma en de genade van het heden elkaar te laten ontmoeten.

Het Evangelie zegt ons ook dat de ontmoeting van God met Zijn volk een begin en een doel heeft. Zij begint met de oproep naar de tempel te gaan en mondt uit in het visioen in de tempel. Er is een tweevoudige oproep. De eerste, “het voorschrift van de Wet des Heren” (v. 23). Het is de oproep tot Jozef en Maria, die naar de tempel gaan om te doen wat de Wet voorschrijft. De tekst benadrukt het bijna als een refrein, zelfs vier keer (cf v. 22.23.24.27). Het is geen dwang: Jezus’ ouders komen niet uit dwang of om aan een gewone uiterlijke formaliteit te voldoen; zij komen om te beantwoorden aan de oproep van God. Daarna is er een tweede oproep, volgens de Geest. Dat is die van Simeon en Hanna. Ook dat wordt met nadruk belicht, drie keer zelfs wordt aangaande Simeon over de Heilige Geest gesproken (cf v. 25.26.27) en het eindigt met de profetes Hanna die de ingeving ontvangt om God te loven (cf v. 38). Twee jonge mensen gaan op naar de tempel, opgeroepen door de Wet; twee bejaarden worden bewogen door de Geest. Die dubbele oproep, van de Wet en de Geest, wat zegt dat voor ons geestelijk en een godgewijd leven? Dat wij allen geroepen zijn tot een tweevoudige gehoorzaamheid: aan de wet – namelijk, aan datgene wat het leven goed ordent – en aan de Geest, die nieuwe dingen doet in het leven. Zo komt de ontmoeting met de Heer tot stand: de Geest maakt de Heer kenbaar, maar om Hem te verwelkomen is van elke dag constante trouw nodig. Zonder een geordend leven dragen zelfs de grootste charisma’s geen vrucht. Anderzijds volstaan de beste regels niet zonder het nieuwe van de Geest: wet en Geest gaan samen.

Om deze oproep beter te begrijpen, die wij vandaag in de eerste dagen van Jezus’ leven zien, kunnen wij naar de eerste dagen van Zijn openbaar optreden kijken, in Kana, waar Hij water in wijn verandert. Ook daar wordt opgeroepen tot gehoorzaamheid, met Maria die zegt: “doet maar wat Hij u zeggen zal” (Joh 2,5). Alles. En Jezus vraagt iets bijzonders. Hij doet niet onmiddellijk iets nieuw, Hij bezorgt de wijn die ontbreekt niet uit het niets, maar vraagt iets concreet en veeleisend. Hij vraagt dat zes grote, stenen kruiken van de reinigingsrituelen gevuld worden. Zo wordt aan de Wet herinnerd. Hij wou zeggen, ongeveer zeshonderd liter putwater over te gieten: tijd en moeite die nutteloos lijken, want het was geen water dat ontbrak, maar wijn! Toch haalt Jezus juist uit die goed gevulde kruiken, “tot bovenaan toe” (v. 7), de nieuwe wijn. Zo is het ook voor ons: God roept ons op tot ontmoeting doorheen de trouw aan concrete dingen: dagelijks gebed, de Mis, de Biecht, ware naastenliefde, het Woord Gods elke dag. Concrete dingen, zoals de gehoorzaamheid aan de Overste en de Regel in het godgewijde leven. Als men deze wet met liefde in praktijk brengt, komt de Geest en brengt Hij een verrassing van God, zoals in de tempel en in Kana. Het water van het alledaagse wordt dan de wijn van het nieuwe, en het leven dat eerder dwang lijkt, wordt in werkelijkheid meer vrijheid.

De ontmoeting die begint met een oproep, culmineert in een visioen. Simeon zegt: “mijn ogen hebben thans uw Heil aanschouwd” (Lc 2,30). Hij ziet het Kind en ziet het heil. Hij ziet niet de Messias die wonderen doet, maar een klein kind. Hij ziet niets buitengewoon, maar Jezus met Zijn ouders die “een koppel tortels of twee jonge duiven” naar de tempel brengen – het nederigste offer (cf v. 24).

Simeon ziet de eenvoud van God en ontvangt Zijn aanwezigheid. Iets anders zoekt hij niet, hij vraagt niets, meer wil hij niet. Het Kind zien en in zijn armen nemen, dat volstaat voor hem: “nunc dimittis. Laat nu, Heer, volgens uw woord uw dienaar in vrede heengaan” (cf v. 29). God zoals Hij is, is voor hem genoeg. In Hem vindt hij de uiteindelijke zin van zijn leven. Dat is het visioen van het godgewijde leven, een simpel en profetisch visioen, waar men de Heer voor zijn ogen en in zijn armen houdt, iets anders is niet nodig. Hij is het leven, Hij is de hoop, Hij is de toekomst. Het godgewijde leven is dat profetisch visioen in de Kerk: een blik die God aanwezig ziet in de wereld, zelfs indien velen Hem niet merken; een stem die zegt: “God volstaat, het overige gaat voorbij”; een lofzang die opwelt ondanks alles, zoals de profetes Hanna toont. Zij was een heel bejaarde vrouw, die vele jaren als weduwe geleefd had, maar zij was niet chagrijnig, nostalgisch of op zichzelf teruggeplooid. Integendeel, zij komt erbij staan, looft God en spreekt alleen over Hem (cf v. 38).

Dat is het godgewijde leven: een lofzang die vreugde geeft aan het volk Gods, een profetisch visioen dat toont wat telt.  Zo bloeit het en wordt het voor iedereen een oproep die ingaat tegen middelmatigheid: tegen het wegzakken van het geestelijk leven, tegen de bekoring om God zo min mogelijk te geven, tegen het zich nestelen in een gemakkelijk leven volgens de geest van de wereld, tegen beklag, ontevredenheid en het bewenen van zijn lot, tegen de gewoonte “we doen wat we kunnen” en “zo hebben we het altijd gedaan”. Het godgewijd leven is geen kwestie van overleven, het is nieuw leven. Het is de levende ontmoeting met de Heer in Zijn volk. Het is geroepen tot trouwe gehoorzaamheid van elke dag en tot de ongehoorde verrassingen van de Geest. Het toont wat belangrijk is om in de armen te nemen en vreugdevol te zijn: Jezus.

Terug naar overzicht
By |2019-02-15T21:21:19+00:00 6 februari 2019|Woord van de paus|0 Comments