Gods heiligheid moet zich in onze daden weerspiegelen

27-2-2019 Audiëntie – Gods heiligheid moet zich in onze daden weerspiegelen
Meditatie over de eerste vraag in het Onze Vader

In het eerste deel van het Onze Vader, “laat Jezus ons Zijn verlangens kennen, die allemaal aan de Vader gericht zijn”. En het eerste is “Uw Naam worde geheiligd”! In deze vraag “voelt men heel de bewondering van Jezus voor de schoonheid en grootheid van de Vader en Zijn verlangen dat iedereen Hem zou erkennen en beminnen voor wie Hij werkelijk is” en ook “de smeekbede opdat Zijn Naam in ons zou geheiligd worden, in ons gezin, in onze gemeenschap en in heel de wereld”. Inderdaad, “Gods heiligheid moet zich in onze daden en ons leven weerspiegelen”, insisteert de paus.
Paus Franciscus gaat verder met zijn catechese over het Onze Vader en begint vandaag met “de eerste van de zeven aanroepingen”: “Uw Naam worde geheiligd”. De paus vervolgt in de beeldtaal die hem eigen is: “Gods heiligheid is een kracht in expansie en wij smeken dat Hij vlug de hindernissen in onze wereld zou afbreken”. Jezus’ heiligheid “breidt zich uit in concentrische cirkels, zoals wanneer men een kei in een vijver gooit”. En hij besluit: “De dagen van het kwaad zijn geteld – het kwaad is niet eeuwig – het kwaad kan ons niet meer schaden”. Jezus is “de sterke man die bezit neemt van Zijn huis”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
(…) Op de weg waarop we het Onze Vader opnieuw ontdekken, zullen wij vandaag de eerste van de zeven aanroepingen dieper bekijken: “Uw Naam worde geheiligd”.

Er staan zeven vragen in het Onze Vader, die men gemakkelijk in twee groepen kan onderverdelen. De eerste drie zijn gericht op het Gij van God de Vader; de vier andere op het wij en onze menselijke behoeften. In het eerste deel doet Jezus ons Zijn verlangens kennen, die allemaal aan de Vader gericht zijn: “Uw Naam worde geheiligd, Uw rijk kome, Uw wil geschiede”; in het tweede deel, is Hij het die in ons komt en zich tot vertolker van onze behoeften maakt: het dagelijks brood, de vergeving der zonden, hulp bij bekoring en bevrijding van het kwaad.

Wij hebben hier de gietvorm van ieder christelijk gebed – ik zou zeggen van ieder menselijk gebed – dat enerzijds altijd bestaat uit contemplatie van God, van Zijn mysterie, Zijn schoonheid en goedheid, en anderzijds uit een oprechte en moedige vraag om wat wij nodig hebben om te leven en goed te leven. In zijn eenvoud en wezenlijk karakter, voedt het Onze Vader de bidder op om geen lege woorden op te stapelen, want – zoals Jezus zelf zegt – “voordat gij Hem vraagt, weet uw Vader wat gij nodig hebt” (Mt 6,8).
Wanneer wij met God spreken, doen wij het niet om Hem te laten weten wat ons op het hart ligt: Hij weet het beter dan wij! Wanneer God voor ons een mysterie is, zijn wij dat integendeel niet voor Hem (cf Ps 139,1-4). God is zoals die mama’s voor wie één blik voldoende is om hun kinderen te begrijpen: of zij tevreden zijn of triest, eerlijk of iets verbergen …

De eerste stap in het christelijke gebed is dus overgave van onszelf aan God, aan Zijn Voorzienigheid. Het is alsof wij zouden zeggen: “Heer, Gij weet alles, het is zelfs niet nodig dat ik U over mijn lijden vertel, ik vraag U alleen hier, naast mij te zijn: Gij zijt mijn hoop”. Het is interessant te bemerken dat Jezus in Zijn Bergrede, onmiddellijk nadat Hij de tekst van het Onze Vader gegeven heeft, oproept om ons geen zorgen te maken en te kwellen over dingen. Dat lijkt een tegenspraak: eerst leert Hij ons, ons dagelijks brood te vragen en daarna zegt Hij ons: “maakt u dus geen zorgen over de vraag: wat zullen wij eten of wat zullen wij drinken, of wat zullen wij aantrekken?” (Mt 6,31). De tegenspraak is echter schijnbaar: de vragen van een christen drukken zijn vertrouwen uit in de Vader; en het is precies dit vertrouwen dat ons aanzet te vragen wat wij nodig hebben zonder ons zorgen te maken of op te winden.

Daarom bidden wij: “Uw Naam worde geheiligd”! In deze vraag – de eerste! “Uw Naam worde geheiligd”! – voelt men heel de bewondering van Jezus voor de schoonheid en grootheid van de Vader en Zijn verlangen dat iedereen Hem zouden erkennen en beminnen voor wie Hij werkelijk is. Tegelijk is er de smeekbede opdat Zijn Naam in ons zou geheiligd worden, in ons gezin, in onze gemeenschap en in heel de wereld. Het is God die heiligt, die ons door Zijn liefde transformeert maar tegelijk zijn wij het ook die door ons getuigenis, Gods heiligheid in de wereld manifesteren en Zijn Naam aanwezig brengen. God is heilig maar als wij, als ons leven niet heilig is, is er grote incoherentie! Gods heiligheid moet zich in onze daden en ons leven weerspiegelen. “Ik ben christen, God is heilig maar ik gedraag mij slecht”, nee, dat dient tot niets. Dat doet ook kwaad, dat geeft ergernis en helpt tot niets.

Gods heiligheid is een kracht in expansie en wij smeken dat Hij vlug de hindernissen in onze wereld zou afbreken. Wanneer Jezus begint te prediken, is de eerste die het gelag betaalt, juist het kwaad dat de wereld treft. De boze geesten schreeuwen: “Jezus van Nazaret, wat hebt Gij met ons te maken? Ge zijt gekomen om ons in het verderf te storten. Ik weet wie Gij zijt: de heilige Gods” (Mc 1,24). Zo een heiligheid had men nog nooit gezien: zij is niet begaan met zichzelf maar is naar buiten gekeerd. Een heiligheid – die van Jezus – die zich uitbreidt in concentrische cirkels, zoals wanneer men een kei in een vijver gooit. De dagen van het kwaad zijn geteld – het kwaad is niet eeuwig – het kwaad kan ons niet meer schaden; de sterke man die bezit neemt van zijn huis is gekomen (cf Mc 3,23-27). En deze sterke man is Jezus, die ook aan ons de kracht geeft bezit te nemen van ons innerlijk huis.

Gebed verjaagt iedere angst. De Vader bemint ons, de Zoon heft de armen omhoog en ondersteunt daarbij de onze, de Geest is in het verborgene werkzaam voor de verlossing van de wereld. En wij? Wij wankelen niet in onzekerheid. Maar hebben een grote zekerheid: God houdt van mij; Jezus heeft Zijn leven gegeven voor mij! De Geest is in mij. Dat is de grote zekerheid. En het kwaad? Het is bang. En dat is mooi.

Terug naar overzicht
By |2019-03-07T21:09:48+01:00 1 maart 2019|Woord van de paus|0 Comments