Het christenleven is concreet

7-1-2019 Het christenleven is concreet en de heiligen zijn dwaas in het concrete!

Het christenleven is concreet! Dit zegt paus Franciscus in zijn meditatie over de lezingen van de H. Mis. God zelf heeft zich concreet gemaakt, lezen we in de samenvatting van zijn homilie. Hij is geboren uit een concrete vrouw, Hij leidde een concreet leven, Hij stief een concrete dood en vraagt aan de gedoopten dat zij hun broeders en zusters concreet liefhebben, ook al is het niet gemakkelijk om sommigen lief te hebben. De geboden van God zijn concreet: dat is dus het criterium van het christendom, het gaat niet om mooie woorden.

Dwaas in het concrete
Meer nog, volgens paus Franciscus zijn de heiligen “dwaas in het concrete”, zij helpen deze weg te “bewandelen” en de concrete dingen te “onderscheiden”, “die de Heer wil” aangaande de “verbeelding” en de illusies van de “valse profeten”: “wat wij ook vragen, wij krijgen het van God”, “op voorwaarde” – en hier citeert de paus de brief van de apostel Johannes – “dat wij Zijn geboden onderhouden” en “doen wat Hem behaagt”.
De toegang tot God is dus “open”, zo vervolgt de paus en de “sleutel” is precies wat de apostel suggereert: geloven “in de naam van zijn Zoon Jezus Christus” en de onderlinge liefde beoefenen: dan kan een christen “moedig” en “open” vragen wat hij wil.

Paus Franciscus gaat uit van het Kerstfeest, van de menswording van God, de geboorte van Jezus: “Geloven dat God, de Zoon van God, in het vlees gekomen is, zich tot één van de onzen gemaakt heeft. Dat is het geloof in Jezus Christus: een Jezus Christus, een concrete God, die ontvangen werd in de schoot van Maria, in Betlehem geboren werd, opgroeide als een kind, gevlucht is naar Egypte, teruggekeerd is naar Nazaret, die heeft leren lezen met Zijn papa, leerde werken, vooruitgang leerde maken en daarna de verkondiging … concreet: een concrete mens, een mens die God is maar mens. Niet God, als mens vermomd. Nee. Een mens. God is mens geworden. Het vlees van Christus. Het eerste gebod is dus concreet.

Ook het tweede is concreet. Liefhebben, elkaar liefhebben, concrete liefde, geen ingebeelde liefde: ik zie u graag, och, ik zie u toch zo graag. En daarna vernietig ik u met mijn tong, met mijn geroddel … Nee, zo niet. Concrete liefde. Dat wil zeggen, de geboden van God zijn concreet en het criterium van het christendom. Het gaat om het concrete, geen ideeën of mooie woorden … maar concreet. Dat is de uitdaging.
Op die manier is de apostel Johannes, volgens paus Franciscus, “gepassioneerd door de menswording van God”.

Geestelijke waakzaamheid
De paus gaat verder met zijn lezing van de Johannesbrief: Johannes nodigt uit de geesten te “beproeven”. De paus legt uit hoe men een ingeving moet “beproeven” wanneer men “een idee heeft over Jezus, de mensen, de aanpak van iets, met daarbij de bedenking dat het een weg moet zijn van verlossing”. Het christenleven is in de grond concreet geloof in Jezus Christus en concrete liefde, maar ook “geestelijke waakzaamheid”.

In het spoor van Sint-Jan, nodigt de paus uit in Christus te geloven die “in het vlees gekomen is”, te geloven in de “concrete” liefde en te onderscheiden volgens de grote waarheid van de menswording van het Woord en de concrete liefde, om te begrijpen of de “geesten” – “dat wil zeggen de ingeving” – “werkelijk van God” komt, want “veel valse profeten zijn in de wereld gekomen”: de duivel probeert altijd “iemand van Jezus weg te houden, te verhinderen dat iemand in Jezus blijft”, daarom is “geestelijke waakzaamheid” nodig.

Hij nodigt uit een gewetensonderzoek te doen, “op het einde van de dag, twee, drie of vijf minuten” te nemen om zich af te vragen wat zich in het “hart” heeft voorgedaan, welke ingeving of misschien ook welke “dwaasheid van de Heer” komt: want “de Geest zet ons soms tot dwaasheden aan, maar dan grote dwaasheden voor God”.

De paus citeert het voorbeeld van die man, die “meer dan 40 jaar geleden Italië verlaten heeft om missionaris te worden onder de melaatsen” in Brazilië, en het voorbeeld van de heilige Francesca Cabrini, die altijd “op reis” was om “migranten te verzorgen”: een uitnodiging “om niet bang te zijn” en te onderscheiden.

Onderscheiding en zachtmoedigheid

De paus wijst op een weg van onderscheiding in de Kerk: “Wie kan mij helpen onderscheiden? Het volk van God, de Kerk, de eensgezindheid in de Kerk, een broeder of zuster die het charisma heeft om te helpen klaar zien. Daarom is het voor een christen belangrijk een geestelijk gesprek te hebben met mensen met geestelijk gezag. Het is niet nodig naar de paus of de bisschop te gaan om te weten of het goed is, wat ik voel. Er zijn trouwens veel mensen, priesters, zusters, leken die deze capaciteit hebben ons te helpen zien of ik niet misleid wordt door wat zich in mijn geest voordoet. Jezus heeft dat moeten doen in het begin van Zijn openbaar leven wanneer de duivel Hem in de woestijn opzocht en Hem drie dingen aanbood die niet volgens de Geest van God zijn, en Hij wees de duivel af met het woord van God. Als dat met Jezus gebeurd is, dan ook met ons, ook met ons. Wees niet bang.”

De paus nodigt uit tot geestelijke volgzaamheid en herinnert aan Jezus’ tijd: “er waren mensen van goede wil” die echter dachten dat de weg naar God “anders” was – farizeeën, sadduceeën, Essenen, zeloten – “zij hadden allemaal de wet in de hand” maar kozen niet altijd de beste weg. De paus nodigt integendeel uit tot wat hij “de zachtmoedigheid van de gehoorzaamheid” noemt: “het volk van God gaat altijd op weg in het concrete”, dat van de liefde, het geloof, de Kerk. Dat is namelijk “de betekenis van de discipline in de Kerk”: wanneer de discipline in de Kerk concreet is, “helpt zij groeien”, en zo vermijdt zij “de filosofieën van de farizeeën en sadduceeën”.

 

Terug naar overzicht
By |2019-01-11T21:47:59+01:00 8 januari 2019|Woord van de paus|0 Comments