Het dubbele gebod van de liefde

4-11-2018 Angelus – Het dubbele gebod van de liefde

God beminnen en de naaste zijn “twee kanten van dezelfde medaille”, maar het gaat er niet zozeer om “een bezinestation” te zijn dan een gemeenschap met authentieke relaties, legt paus Franciscus uit in zijn commentaar bij het Evangelie van deze zondag.
Doch wie is de naaste? De paus doet opmerken dat “het geen preselectie mag zijn van mijn naaste: dat is niet christelijk”. Het is degene die men hier en nu ontmoet. Het gaat er dus om, voor het goed van de naaste te handelen zoals God zelf voor de mensheid doet: “God beminnen betekent elke dag zijn energie investeren om Zijn medewerkers te zijn ten dienste van de naaste, zonder voorbehoud, grenzeloos proberen te vergeven en relaties te ontwikkelen met zin voor gemeenschap en broederlijkheid”.
De paus nodigt uit deze kwaliteit van een “relatie” te ontwikkelen: “Het interpelleert onze christelijke gemeenschappen: het gaat erom het risico te vermijden van gemeenschappen die veel initiatieven hebben maar weinig relaties; het risico van gemeenschappen die functioneren als “een benzinestation” maar weinig begeleidend zijn in de volle en christelijke betekenis van dat woord”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Midden in het Evangelie van deze zondag (cf Mc 12,28b-34), staat het gebod van de liefde: liefde voor God en liefde voor de naaste. Een Schriftgeleerde vraagt aan Jezus: “wat is het allereerste gebod?” (v. 28). Hij antwoordt met de geloofsbelijdenis waarmee elke jood zijn dag begint en eindigt en die begint met de woorden: “Hoor, Israël! De Heer onze God is de enige Heer” (Deut 6,4). Zo bewaart Israel zijn geloof in de fundamentele realiteit van heel zijn credo: er is slechts één Heer en deze Heer is de “onze”, in deze zin dat Hij zich met ons verbonden heeft door een onlosmakelijk verbond, Hij heeft ons bemind, Hij bemint ons en zal ons altijd beminnen. Uit die bron, deze liefde van God, vloeit het dubbele gebod voor ons voort: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht. (…) Gij zult uw naaste beminnen als uzelf” (vv. 30-31).

Door deze twee Woorden te kiezen, die God tot Zijn volk spreekt en door hen erbij te betrekken, leert Jezus eens en voor altijd dat de liefde voor God en de liefde voor de naaste onafscheidelijk zijn, meer nog, dat zij elkaar ondersteunen. Ook al staat het ene gebod achter het andere, het zijn twee kanten van eenzelfde medaille: samen beleefd, zijn zij de ware kracht van een gelovige! God beminnen is van Hem en voor Hem leven, omwille van wie Hij is en omwille van wat Hij doet. Onze God is een voorbehoudloze gave, grenzeloze vergeving, een relatie die bevorderlijk is en doet groeien. Bijgevolg betekent God beminnen, elke dag zijn energie investeren om Zijn medewerkers te zijn ten dienste van onze naaste zonder voorbehoud, grenzeloos proberen te vergeven en relaties te ontwikkelen met zin voor gemeenschap en broederlijkheid.
De evangelist Markus doet geen moeite om te preciseren wie de naaste is, want de naaste is degene die ik onderweg, tijdens de dag ontmoet. Men mag geen preselectie maken van zijn naaste: dat is niet christelijk. Denkt ge dat mijn naaste degene is die ge hebt uitgekozen? Nee, dat is niet christelijk, dat is heidens. Het gaat erom ogen te hebben om hem te zien en een hart om het goede voor hem te willen. Als wij ons oefenen om met Jezus’ blik te kijken, zullen wij iemand in nood altijd horen en naast hem staan. De behoeften van de naaste vereisen zeker een efficiënt antwoord, maar vooreerst contact. Men kan in beeldspraak zeggen dat wie honger heeft, niet alleen een bord soep nodig heeft, maar ook een glimlach, een luisterend oor en zelfs een gebed, dat misschien samen gedaan wordt.

Het Evangelie van vandaag nodigt ons uit ons niet alleen te richten op de dringende behoeften van onze armste broeders, maar vooral aandachtig te zijn voor hun nood aan broederlijke nabijheid, aan zingeving aan het leven, aan tederheid. Dat interpelleert onze christelijke gemeenschappen: het gaat erom het risico te vermijden van gemeenschappen die veel initiatieven hebben maar weinig relaties; het risico van gemeenschappen die functioneren als “een benzinestation” maar weinig begeleidend zijn in de volle en christelijke betekenis van dat woord.

God die liefde is, heeft ons uit liefde geschapen en om elkaar te beminnen terwijl wij met Hem verenigd blijven. Het zou een illusie zijn te beweren dat we de anderen beminnen maar God niet; en het zou een even grote illusie zijn te beweren dat we God beminnen maar niet de naaste. De twee dimensies van de liefde, voor God en de naaste, typeren een leerling van Christus door hun eenheid.
Moge de Maagd Maria ons helpen dit verhelderend onderricht op te nemen en er in het dagelijks leven van te getuigen.

Terug naar overzicht
By | 2018-11-10T16:26:28+00:00 5 november 2018|Woord van de paus|0 Comments