Het geheim van de enting van het hart

28-11-2018 Audiëntie – Het geheim van de enting van het hart
Afsluiting van de catechese over de Tien Geboden

Om volgens de Tien Geboden te leven, “hebben wij een nieuw hart nodig, bewoond door de Heilige Geest”, leert paus Franciscus. Maar, zo vraagt hij, “hoe gebeurt die enting van het hart, van het oude op het nieuwe hart?”. Dat gebeurt “doorheen de gave van nieuwe verlangens, die door Gods genade in ons gezaaid worden”, antwoordt hij. Christus is degene die de Geboden volmaakt vervuld heeft en door Hem “transformeert de wet, die een reeks van voorschriften en geboden was, zich in een positieve houding”.
Paus Franciscus besloot in deze audiëntie zijn catechese over de Tien Geboden, waarin hij voorstelt de Decaloog te herlezen met het thema van de verlangens als leessleutel, “in het licht van de volledige openbaring in Christus”. “In Christus”, legt de paus verder uit, “en alleen in Hem, houdt de Decaloog op een veroordeling te zijn en wordt hij de authentieke waarheid over het mensenleven, dat wil zeggen het verlangen naar liefde – hier wordt een verlangen geboren naar het goede, het goede doen – het verlangen naar vreugde, naar vrede, edelmoedigheid, welwillendheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing”.
En de paus besluit: “Het nieuwe leven is geen titanische inspanning om coherent te zijn met een regel”, maar het is “de Geest van God zelf die ons begint te leiden naar Zijn vruchten, in een geslaagde harmonie tussen onze vreugde bemind te zijn en Zijn vreugde ons te beminnen”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

In de catechese van vandaag, die de weg van de Tien Geboden afsluit, kunnen wij het thema van de verlangens als leessleutel gebruiken, wat ons toelaat de afgelegde weg te overlopen en de fases ervan samen te vatten als we de tekst van de Decaloog lezen, en altijd in het licht van de volle openbaring in Christus.

Wij zijn uitgegaan van dankbaarheid als basis van een relatie van vertrouwen en gehoorzaamheid: God – zo zagen wij – vraagt niets voordat Hijzelf veel gegeven heeft. Hij nodigt ons tot gehoorzaamheid uit om ons vrij te kopen van de leugen der afgoden die zo veel macht over ons hebben. Inderdaad, zijn zelfrealisatie zoeken bij de afgoden van deze wereld, maakt ons leeg en herleidt ons tot slaven, terwijl wij gestalte en bestendigheid krijgen door de relatie met Hem die ons in Christus tot Zijn kinderen maakt, en die uitgaat van Zijn vaderschap (cf Hebr 3,14-16).

Dit impliceert een proces van zegening en bevrijding, en dat is echte, authentieke rust. Zoals de psalm zegt: “Bij God alleen kan ik rusten, van Hem alleen komt mijn heil” (Ps 62,2). Dit bevrijde leven wordt aanvaarding van onze persoonlijke geschiedenis en verzoent ons met wat we sinds onze kindertijd meegemaakt hebben tot nu, en wat ons tot volwassenen gemaakt heeft, in staat om het juiste gehalte te geven aan de realiteiten en personen uit ons leven. Op deze weg komen wij in relatie met onze naaste die, uitgaande van de liefde die God in Jezus Christus toont, een oproep is tot de schoonheid van trouw, edelmoedigheid en authenticiteit.

Maar om zo te leven – dat wil zeggen in de schoonheid van trouw, edelmoedigheid en authenticiteit – hebben wij een nieuw hart nodig, bewoond door de Heilige Geest (cf Ez 11,19; 36,26). Ik stel mij de vraag: hoe gebeurt deze enting van het hart, van het oude op het nieuwe hart? Door de gave van nieuwe verlangens (cf Rom 8,6), die door Gods genade in ons gezaaid worden, vooral door de Tien Geboden die Jezus vervuld heeft, zoals Hij het in de bergrede leert (cf Mt 5,17-48). Inderdaad, in de contemplatie van het leven dat de Decaloog beschrijft, namelijk een dankbaar, vrij, authentiek, zegenend, volwassen leven, dat het leven behoedt en bemint, een trouw leven, vrijgevig en oprecht, bevinden wij ons, bijna zonder dat wij het bemerken, tegenover Christus. De Decaloog is Zijn radiografie, hij beschrijft Hem als het negatief van een foto, dat Zijn gelaat laat verschijnen – zoals bij de Lijkwade. Zo maakt de Heilige Geest ons hart vruchtbaar en legt Hij er de verlangens in die een gave van Hem zijn, de verlangens van de Geest. Verlangen volgens de Geest, verlangen op het ritme van de Geest, verlangen met de muziek van de Geest.

Door naar Christus te kijken, zien wij de schoonheid, het goede en de waarheid. En de Geest wekt een leven dat hoop, geloof en liefde in ons voortbrengt door de verlangens ervan te verhoren.

Zo begrijpen wij beter wat het feit betekent dat de Heer Jezus niet gekomen is om de wet af te schaffen maar om haar te vervullen, te doen groeien en terwijl de wet naar het vlees een reeks voorschriften en verboden was, wordt dezelfde wet naar de Geest leven (cf Joh 6,63; Ef 2,15), want ze is niet meer een wet maar het vlees zelf van Christus die ons bemint, zoekt, vergeeft, troost en in Zijn Lichaam de gemeenschap met de Vader – die verloren was door de ongehoorzaamheid van de zonde – weer opbouwt. De negatieve verwoording van de geboden – “gij zult niet stelen”, “gij zult niet leugenachtig getuigen” – “gij zult niet doden” – dit “niet” verandert in een positieve houding: beminnen, in mijn hart plaats maken voor de anderen, alle verlangens die het positieve zaaien.  Dat is de volheid van de wet die Jezus is komen brengen.

In Christus en in Hem alleen, houdt de Decaloog op een veroordeling te zijn (cf Rom 8,1) en wordt hij de authentieke waarheid van het mensenleven, dat wil zeggen het verlangen naar liefde – hier ontstaat een verlangen naar het goede, het goede doen – het verlangen naar vreugde, naar vrede, edelmoedigheid, welwillendheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Van dit “niet” gaat men over naar het “ja”: de positieve houding van een hart dat zich opent met de kracht van de Heilige Geest.

Ziedaar waartoe het dient, Christus te zoeken in de Decaloog: om ons hart vruchtbaar te maken opdat het vol liefde zou zijn en zich voor Gods werk zou openstellen. Wanneer de mens zijn verlangen volgt om zoals Christus te leven, dan opent hij de deur voor het heil, dat slechts kan komen omdat God de Vader edelmoedig is en zoals de Catechismus zegt: “God dorst ernaar dat wij dorsten naar Hem” (nr. 2560).

Terwijl slechte verlangens de mens te gronde richten (cf. Mt 15,18-20), legt de Geest Zijn heilige verlangens in ons hart, die de kiem zijn van nieuw leven (cf. 1 Joh 3,9). Het nieuwe leven is namelijk geen titanische inspanning om coherent te zijn met een regel, maar het nieuwe leven is de Geest van God zelf die ons begint te leiden naar Zijn vruchten, in een geslaagde harmonie tussen onze vreugde bemind te zijn en Zijn vreugde ons te beminnen. De twee vreugdes ontmoeten elkaar: de vreugde van God om ons te beminnen en onze vreugde omdat we bemind worden.

Dat is de Decaloog voor ons, christenen: naar Christus kijken om Zijn Hart, Zijn verlangens, Zijn Heilige Geest te ontvangen.

Terug naar overzicht
By | 2018-12-09T17:40:56+00:00 29 november 2018|Woord van de paus|0 Comments