13-11-2019 Audiëntie – De christelijke kunst van gastvrijheid

“Vandaag, in sommige landen waar geen godsdienstvrijheid is en geen vrijheid voor christenen, komen christenen bijeen in een huis, een beetje verborgen, om te bidden en Eucharistie te vieren.” Dit bracht paus Franciscus in herinnering in zijn 16e catechese over de Handelingen van de Apostelen.
De paus gaf commentaar bij hoofdstuk 18, wanneer Paulus in Korinthe aankomt, “een nieuwe halte op zijn missiereis” en onderdak vindt bij het echtpaar Aquila en Priscilla. Door keizer Claudius uit Rome verjaagd, beoefenen zij “de christelijke kunst van gastvrijheid” op een heel edelmoedige manier, “zelfs in moeilijke ogenblikken”.
Aquilla en Priscilla zijn “voorbeelden van een huwelijk dat met zin voor verantwoordelijkheid en engagement ten dienste staat van heel de christengemeente”, benadrukt de paus die een catechese herneemt van Benedictus XVI. Zij “herinneren ons eraan dat, dank zij het geloof en de inzet voor de evangelisatie van zoveel leken zoals zij, het christendom tot bij ons gekomen is”. Inderdaad, legt de paus uit, “om wortel te schieten in de grond van een volk, om zich sterk te ontwikkelen, was de inzet van deze gezinnen nodig”. En de paus: “Ook u, leken, u bent krachtens uw doopsel verantwoordelijk om het geloof door te geven”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Deze audiëntie gebeurt in twee groepen: de zieken zijn in de Paulus VI zaal – ik was bij hen en heb hen begroet en gezegend. Zij zijn met ongeveer 250. Daar voelen zij zich beter omwille van de regen – en wij ook. Maar zij volgen ons op het grote scherm. Laten we elkaar – de twee groepen – met applaus begroeten.

De Handelingen van de Apostelen vertellen dat Paulus, als onvermoeibaar evangelieverkondiger, na zijn verblijf in Athene, de voortgang van het Evangelie in de wereld bevordert. Een nieuwe fase in zijn missiereis is Korinthe, hoofdstad van de Romeinse provincie Achaïa, een handels- en wereldstad, dank zij de aanwezigheid van twee grote havens.

Zoals wij lezen in hoofdstuk 18 van de Handelingen, vindt Paulus gastvrijheid bij een echtpaar, Aquila en Priscilla (of Prisca), die zich gedwongen zagen van Rome naar Korinthe te verhuizen, omdat keizer Claudius de uitdrijving van de joden bevolen had (cf Hand 18,2).
Ik zou iets tussen haakjes willen zeggen. Het joodse volk heeft in de geschiedenis veel geleden. Het werd verjaagd, vervolgd … En in de voorbije eeuw, hebben wij zoveel wreedheden gezien, zoveel wreedheden tegen het joodse volk en waren wij overtuigd dat het voorbij was. Maar vandaag begint de gewoonte om joden te vervolgen, hier en daar opnieuw de kop opsteken. Broeders en zusters, dat is noch humaan noch christelijk. De joden zijn onze broeders! Zij mogen niet vervolgd worden. Begrepen?
Deze echtgenoten tonen dat hun hart van geloof in God vervuld is, edelmoedig voor anderen, in staat om plaats te maken voor wie zoals zij, vreemdelingen zijn. Hun gevoeligheid maakt dat zij zich kunnen onthechten om de christelijke kunst van gastvrijheid te beoefenen (cf Rom 12,13; Hebr 13,2) en de deur van hun huis open te zetten om de apostel Paulus te ontvangen. Zo ontvangen zij niet alleen de evangelieverkondiger, maar ook de boodschap die hij draagt: het Evangelie van Christus dat “een goddelijke kracht” is “tot heil van ieder die erin gelooft” (Rom 1,16). En sindsdien is hun huis doordrongen van de geur van het “levend” woord (Hebr 4,12), dat de harten bezielt.

Aquila en Priscilla delen met Paulus ook hun beroep, namelijk tenten maken. Paulus waardeerde handenarbeid heel erg en beschouwde het als een bevoorrechte ruimte voor christelijk getuigenis (cf 1 Kor 4,12), en bovendien als een rechtvaardige manier om in zijn behoeften te voorzien zonder voor anderen of de gemeenschap een last te betekenen (cf 1 Tess 2,9; 2 Tess 3,8).

De woning van Aquila en Priscilla in Korinthe opent haar deuren niet alleen voor de apostel maar ook voor zijn broeders en zusters in Christus. Paulus kan inderdaad spreken over de “gemeente bij hen aan huis” (1 Kor 16,19), die een “huiskerk” wordt, een “domus ecclesiae”, een plaats waar naar Gods woord geluisterd wordt en de Eucharistie gevierd. Vandaag, in sommige landen waar geen godsdienstvrijheid is en geen vrijheid voor christenen, komen christenen bijeen in een huis, een beetje verborgen, om te bidden en Eucharistie te vieren. Vandaag bestaan die huizen nog, deze gezinnen die een tempel voor de Eucharistie worden.

Na een verblijf van een jaar en half in Korinthe, verlaat Paulus deze stad met Aquila en Priscilla, die halt houden in Efeze. Ook daar wordt hun huis een plaats voor catechese (cf Hand 18,26). Dan keert het echtpaar terug naar Rome en de apostel zal een prachtig eerbetoon aan hen schrijven in de Brief aan de Romeinen. Zijn hart was van dankbaarheid vervuld. Dit is wat Paulus in de Brief aan de Romeinen over het echtpaar schreef. Luister: “Groet Prisca en Aquila, mijn medearbeiders in Christus Jezus, die hun leven voor mij op het spel hebben gezet; niet alleen ik ben hun dank verschuldigd, maar ook al de heidengemeenten” (16,3-4). Hoeveel gezinnen riskeren in tijden van vervolging hun leven, omdat zij vervolgde mensen bij hen verborgen houden! Dit is het eerste voorbeeld: onthaal in een gezin, zelfs in moeilijke ogenblikken.

Onder de vele medewerkers van Paulus onderscheiden Aquila en Priscilla zich als “voorbeelden van een huwelijkspaar dat met zin voor verantwoordelijkheid en engagement ten dienste staat van heel de christengemeente” en zij herinneren ons eraan dat, dank zij het geloof en de inzet voor de evangelisatie van zoveel leken zoals zij, het christendom tot bij ons gekomen is. Inderdaad, “om wortel te schieten in de grond van een volk, om zich sterk te ontwikkelen, was de inzet van deze gezinnen nodig. Maar bedenk dat sinds het begin, het christendom door leken verkondigd werd. Ook u, leken, u bent krachtens uw doopsel verantwoordelijk om het geloof door te geven. Dat was de inzet van vele gezinnen, van deze echtgenoten, van deze christengemeenten, van lekengelovigen die ‘humus’ gaven voor de groei van het geloof” (Benedictus XVI, Audiëntie, 7 februari 2007). Het is een mooie zin van paus Benedictus XVI: de leken geven humus voor de groei van het geloof.

Vragen wij aan de Vader, die ervoor gekozen heeft, echtgenoten tot Zijn “waarachtig levend beeld” te maken (ap. Exhort. Amoris laetitia, 11) – ik denk dat hier jonggehuwden zijn: luister naar uw roeping, u moet Zijn waarachtig levend beeld zijn – dat Hij Zijn Geest over alle christelijke echtparen uitstort opdat zij naar het voorbeeld van Aquila en Prisca de deur van hun hart weten open te stellen voor Christus en hun broeders en zij van hun huis een huiskerk maken. Een mooie uitdrukking: een huis is een huiskerk, waar in gemeenschap geleefd wordt en de eredienst beleefd van een leven in geloof, hoop en liefde. Wij moeten tot deze twee heiligen, Aquila en Prisca, bidden dat zij onze gezinnen leren te zijn zoals zij: een huiskerk met humus, opdat het geloof zou groeien.

Terug naar overzicht