31-10-2019 De liefde van God wordt in Jezus tot tranen van tederheid

De liefde van God is een liefde “die altijd wacht”, die “haar laatste kaart uitspeelt … ten einde toe”, zegt paus Franciscus in de homilie. En Gods liefde “wordt in Jezus tot tranen van tederheid”.

Op weg naar Damascus, is de heilige Paulus “verliefd geworden op Christus”, “met een sterke liefde”, “groot”, “gemeend”, zodanig dat hij “voelt dat de Heer hem altijd vergezelt, zowel in goede als slechte dingen”.

En de paus vraagt: “Hou ik op die manier van de Heer? Hoe dikwijls zou men bij slechte momenten willen zeggen: de Heer heeft mij in de steek gelaten, Hij houdt niet meer van mij, en dan zou men de Heer willen laten vallen. Maar Paulus was zeker dat de Heer nooit iemand in de steek laat. Hij had de liefde van Christus in zijn leven begrepen. Het is de weg die Paulus ons toont: de weg van de liefde, altijd, in goede en kwade momenten, altijd”.

De liefde van Christus “is niet te beschrijven”, insisteert de paus: “Hij heeft voor mij Zijn leven gegeven en er is geen grotere liefde dan zijn leven te geven voor een ander”. Hij heeft het voorbeeld gegeven van een moederliefde die haar leven geeft voor haar kind, die het tijdens zijn leven altijd begeleidt, in moeilijke momenten … maar dat is nog weinig … De liefde van Jezus is een nabije liefde … voor ieder van ons, met naam en voornaam”.

In het Evangelie volgens Lucas, is de liefde van Jezus zo “concreet” dat Hij “weent”, merkt de paus op: “De liefde van Christus doet Hem wenen, met tranen voor ieder van ons. Hoeveel tederheid ligt daarin”. Indien Jezus “Jeruzalem kon veroordelen, harde dingen zeggen” is het omdat het Hem leed deed dat zij “zich niet laat beminnen”.

“Als wij er niet toe komen de tederheid te begrijpen van Gods liefde in Jezus voor ieder van ons, zullen wij nooit, nooit kunnen begrijpen wat de liefde van Christus is, meent de paus. Het is een liefde die altijd wacht, geduldig, de liefde die haar laatste kaart uitspeelt met Judas, door hem “vriend” te noemen, die hem een uitweg biedt, ten einde toe. Met deze tederheid houdt Hij ook van de zondaars, ten einde toe.

Tot slot stelt paus Franciscus voor te denken “aan Jezus die zo teder is, Jezus die weent, zoals Hij weende bij het graf van Lazarus, zoals Hij weende bij de aanblik van Jeruzalem”.

Terug naar overzicht