8-1-2020 Audiëntie – Drenkelingen van de geschiedenis opvangen
Liefde is altijd vruchtbaar

“Liefde is altijd vruchtbaar”, zegt paus Franciscus in zijn commentaar op de schipbreuk die Paulus leed op de boot die hem als gevangene uit Cesarea naar Rome moest brengen. Hij merkt op dat Paulus “een situatie van ongenade” weet om te buiten tot een “providentiële gelegenheid om het Evangelie te verkondigen”, zo gaat de paus verder. “Als ge u door de Heer laat grijpen en de gaven van de Heer ontvangt, zal u dat in staat stellen aan de anderen te geven. Liefde voor God gaat steeds verder”.
In deze 19e catechese over de Handelingen van de Apostelen (hfd. 27), benadrukt paus Franciscus dat Paulus “zelfs in de beproeving”, “het leven van de anderen onder zijn hoede blijft nemen en hun hoop nieuw leven inblaast”.
De paus spreekt met lof over de gastvrijheid van het Maltese volk, “toen reeds”, en besluit zijn catechese met de uitnodiging “gevoelig te zijn voor de drenkelingen van de geschiedenis die uitgeput bij ons aan wal komen, opdat ook wij hen zouden kunnen opvangen met die broederliefde die voortvloeit uit de ontmoeting met Jezus”. “Dat redt ons van de gel van onverschilligheid en onmenselijkheid”, insisteert de paus.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
Het boek van de Handelingen vertelt op het einde dat het Evangelie zijn loop niet alleen op aarde, maar ook op zee vervolgt, op een boot die Paulus als gevangene uit Cesarea naar Rome brengt (27,1–28,16), het hart van het keizerrijk, opdat het woord van de verrezen Heer bewaarheid wordt: “om mijn getuigen te zijn (…) tot het uiteinde der aarde” (1,8). Lees het boek van de Handelingen van de Apostelen en u zal zien dat het Evangelie door de kracht van de Heilige Geest bij alle volken komt, universeel wordt. Neem het! Lees het!

Vanaf het begin kent de zeereis ongunstige omstandigheden. De reis wordt gevaarlijk. Paulus geeft de raad de zeereis niet verder te zetten, maar de honderdman houdt er geen rekening mee en stelt vertrouwen in de stuurman en de kapitein. De reis gaat door en een hevige wind steekt op zodat de bemanning de controle verliest en de boot laat afdrijven.

Nu de dood nabij lijkt en wanhoop iedereen aangrijpt, treedt Paulus op en stelt zijn gezellen gerust, zeggend: “Vannacht verscheen mij een engel van de God aan wie ik toebehoor en die ik dien, en deze zei: “Wees niet bevreesd, Paulus: gij moet voor de keizer verschijnen en daarom heeft God u het leven van allen die met u op het schip zijn, genadig in handen gegeven” (27,23-24). Zelfs in de beproeving blijft Paulus het leven van de anderen onder zijn hoede nemen en hun hoop nieuw leven inblazen.

Zo toont Lucas ons dat het plan dat Paulus naar Rome brengt, niet alleen de apostel maar ook zijn reisgezellen ten goede komt en de schipbreuk die een situatie van ongenade was, wordt een providentiële gelegenheid om het Evangelie te verkondigen.

De schipbreuk wordt gevolgd door het aanmeren aan het eiland Malta, waar de inwoners blijk geven van een indrukwekkende opvang. De Maltezen zijn moedig, zachtmoedig, onthalend – toen reeds. Het regent en het is koud en zij maken vuur om de drenkelingen wat warmte en verlichting te geven.

Ook daar is Paulus, als een ware leerling van Christus, dienstbaar door het vuur met takken aan te wakkeren. Tijdens deze werkzaamheden wordt hij door een adder gebeten, maar zij doet hem geen kwaad; bij het zien daarvan, zeggen de mensen: maar die man moet een grote misdadiger zijn want eerst had hij schipbreuk en nu wordt hij ook nog door een adder gebeten! Zij wachten op het moment dat hij zou doodvallen, maar hij lijdt geen enkel letsel zodat men hem voor een god aanziet en niet meer als een misdadiger. In werkelijkheid komt deze weldaad van de verrezen Heer die hem bijstaat, zoals Hij de gelovigen beloofd had voor ten hemel op te stijgen: zij zullen “slangen opnemen, zelfs als ze dodelijk vergif drinken zal het hun geen kwaad doen; en als ze aan zieken de handen opleggen, zullen dezen genezen zijn” (Mc 16,18). De geschiedenis zegt dat er sindsdien geen adders meer op Malta zijn: dat is de zegen van God voor de opvang die dit zo goede volk heeft betoond.

Voor Paulus wordt dit verblijf op Malta inderdaad een gunstige gelegenheid om het woord te belichamen dat hij verkondigt en zo een ambt van mededogen uit te oefenen door de zieken te genezen. Het is een wet van het Evangelie: wanneer een gelovige heil ervaren heeft, houdt hij dat niet voor zich, maar maakt hij het bekend. “Goedheid wil zich altijd meedelen. Elke authentieke ervaring van waarheid en schoonheid wil zich van nature verspreiden, en ieder persoon die een diepgaande bevrijding meemaakt, wordt gevoeliger voor de noden van anderen” (Ap. Exhort. Evangelii gaudium, 9). Een “beproefde” christen kan zeker dichter komen bij mensen die lijden omdat hij weet wat lijden is en hij zijn hart open en gevoelig kan maken voor solidariteit met de anderen.

Paulus leert ons hoe met beproevingen om te gaan door ons tegen Christus aan te drukken, zodat onze overtuiging kan groeien “dat God in alle omstandigheden zijn werk kan doen, zelfs te midden van schijnbare mislukkingen” en de zekerheid “dat wie zich geeft en zich in liefde aan God toevertrouwt, zeker vrucht zal dragen” (ibid., 279). Liefde is altijd vruchtbaar, de liefde van God is altijd vruchtbaar en als ge u door de Heer laat grijpen en de gaven van de Heer ontvangt, zal u dat in staat stellen aan de anderen te geven. Liefde voor God gaat steeds verder.

Vragen wij vandaag aan de Heer ons te helpen om alle beproevingen steeds te beleven met de kracht die komt van ons geloof en gevoelig te zijn voor alle drenkelingen van de geschiedenis die uitgeput bij ons aan wal komen, opdat ook wij hen zouden kunnen opvangen met de broederliefde die voortvloeit uit de ontmoeting met Jezus. Dat redt ons van de gel van onverschilligheid en onmenselijkheid.

Terug naar overzicht