Jezus is voor ons allemaal een leraar in het gebed

5-12-2018 Audiëntie – Jezus is voor ons allemaal een leraar in het gebed
Het “Onze Vader”, nieuwe catechesereeks

Jezus “wordt een leraar in het gebed voor Zijn leerlingen, zoals Hij dat zeker voor ons allemaal wil zijn”, legt de paus uit: “Hij is juist gekomen om ons vertrouwd te maken met deze relatie met de Vader”.
Paus Franciscus begint in deze algemene audiëntie met een nieuwe reeks catecheses over het “Onze Vader”.
De leerlingen “zagen Jezus bidden en zij wilden graag leren bidden”, benadrukt de paus. Inderdaad “in Zijn manier van bidden, lag ook een mysterie besloten, iets dat zeker niet ontsnapt is aan de ogen van Zijn leerlingen”.
De paus geeft commentaar bij de vraag van de leerlingen aan Jezus, “leer ons bidden” en moedigt zelfs degenen aan die “misschien reeds vele jaren” bidden om altijd te leren. Hij wijst op de eerste voorwaarde voor gebed: “de eerste stap om te bidden, is nederigheid, naar de Vader gaan en zeggen: “zie mij, ik ben een zondaar, ik ben zwak, ik ben slecht”. “Het begint altijd met nederigheid en de Heer luistert”, insisteert de paus. “Nederig gebed wordt door de Heer gehoord.”

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Wij beginnen vandaag met een reeks catecheses over het “Onze Vader”.

De Evangelies geven ons heel levendige portretten van Jezus als man van gebed: Jezus bad. Ondanks de noodzaak van Zijn zending en alle mensen die Hem met aandrang opeisen, voelt Jezus de behoefte om zich af te zonderen in eenzaamheid en gebed. Het Evangelie van Marcus vertelt ons dit detail van op de eerste bladzijde van Jezus’ openbaar optreden (cf 1,35). Jezus’ eerste dag in Kafarnaüm eindigt triomfantelijk. Na zonsondergang komen vele zieken waar Jezus verblijft: de Messias predikt en geneest. De oude profetieën en verwachtingen van velen die lijden, worden werkelijkheid: Jezus is God die nabij is, God die ons bevrijdt. Maar deze menigte is nog klein vergelijking met de vele menigten die zich rond de profeet van Nazareth zullen scharen; op sommige ogenblikken gaat het om reusachtige menigten en staat Jezus te midden van alles, Degene die door de volken verwacht wordt, die de hoop van Israël vervult.

En toch maakt Hij er zich los van. Hij laat zich niet gijzelen door de verwachtingen van degenen die Hem niettemin gekozen tot hun “leader” hebben. Het is voor “leaders” een gevaar zich te veel aan de mensen hechten, geen afstand houden. Jezus bemerkt dat en eindigt niet als gijzelaar van de mensen. Sinds de eerste nacht in Kafarnaüm, toont Hij dat Hij een aparte Messias is. In het laatste deel van de nacht, bij het priemen van de dag, zoeken de leerlingen Hem nog, maar kunnen Hem niet vinden. Waar is Hij? Tot Petrus Hem vindt op een eenzame plaats, helemaal ondergedompeld in gebed. En hij zegt: “iedereen zoekt U” (1,37). Deze uitroep lijkt de juiste voorwaarde voor succes bij het volk, het bewijs dat de zending geslaagd is.

Maar Jezus zegt tot de Zijnen dat Hij elders moet gaan; dat het niet de mensen zijn die Hem zoeken maar dat Hij het in de eerste plaats is die de anderen zoekt. Daarom mag Hij geen wortel schieten, maar blijft Hij een pelgrim op de wegen van Galilea (vv. 38-39). En ook een pelgrim naar Zijn Vader, al biddend. Op een weg van gebed. Jezus bidt.

En dat gebeurt allemaal in één nacht van gebed. Op sommige bladzijden van de Schrift, lijkt dat vooral het gebed van Jezus, Zijn vertrouwelijkheid met de Vader, alles beheert. Dat zal bijvoorbeeld het geval zijn in de nacht van Getsemane. Het laatste stuk weg van Jezus (absoluut de moeilijkste weg die Hij heeft afgelegd) lijkt zijn betekenis te vinden in het voortdurend luisteren van Jezus naar de Vader. Zeker geen gemakkelijk gebed of eerder een echte doodstrijd, zoals atleten die kapot zijn, maar gebed dat de kruisweg zal kunnen ondersteunen. Dat is het wezenlijke: daar bad Jezus.

Jezus bidt intensief op openbare plaatsen waar Hij meedoet met de liturgie van Zijn volk, maar Hij zoekt ook afgelegen plaatsen, gescheiden van de maalstroom van de wereld, Hij zoekt plaatsen waar Hij kan afdalen in het geheim van Zijn ziel: Hij is de profeet die de stenen van de woestijn kent en naar de top van de bergen klimt. Jezus’ laatste woorden, voordat Hij op het kruis sterft, zijn woorden uit de psalmen, dat wil zeggen gebed, het gebed van de joden: Hij bidt de gebeden die Zijn mama Hem had geleerd.

Jezus bidt zoals alle mensen ter wereld. En toch ligt in Zijn manier van bidden ook een mysterie besloten, iets dat zeker niet ontsnapt is aan de ogen van Zijn leerlingen. In de Evangelies lezen wij deze eenvoudige en directe smeekbede: “Heer, leer ons bidden” (Lc 11,1). Zij zagen Jezus bidden en wilden graag leren bidden: “Heer, leer ons bidden”. En Jezus weigert niet, Hij is niet jaloers op Zijn  vertrouwelijkheid met de Vader maar Hij is juist gekomen om ons met deze relatie met de Vader vertrouwd te maken. En zo wordt Hij een leraar in gebed voor Zijn leerlingen, zoals Hij dat zeker voor ons allemaal wil zijn. Ook wij zouden moeten zeggen: Heer, leer mij bidden. Leer het mij.

Ook al bidden wij misschien reeds vele jaren, toch moeten wij altijd leren! Het gebed van de mens, dit verlangen dat zo natuurlijk in zijn ziel opkomt, is misschien één van de meest ondoordringbare geheimen van het heelal. En wij weten zelfs niet of het gebed dat wij tot God richten, effectief het gebed is dat Hij wil. De Bijbel geeft ons het getuigenis van ongepast gebed, dat uiteindelijk door God afgewezen wordt: het volstaat te denken aan de parabel van de farizeeër en de tollenaar. Alleen deze laatste, de tollenaar, keert gerechtvaardigd terug naar huis, want de farizeeër is hoogmoedig en heeft graag dat de mensen hem zien bidden, hij doet alsof hij bidt: zijn hart is koel. En Jezus zegt: die is niet gerechtvaardigd “want wie zich verheft, zal vernederd worden en wie zich vernedert zal verheven worden” (Lc 18,14). De eerste stap om te bidden, is nederigheid, naar de Vader gaan en zeggen: zie mij, ik ben een zondaar, ik ben zwak, ik ben slecht; iedereen kan hier iets zeggen. Het begint altijd met nederigheid en de Heer luistert. Nederig gebed wordt door de Heer gehoord.

Het mooiste en meest juiste dat wij allemaal moeten doen wanneer wij deze catechesereeks over het gebed van Jezus beginnen, is daarom de aanroeping van de leerlingen te herhalen: “Heer, leer ons bidden”! Het zal mooi zijn in deze Advent te herhalen: “Heer, leer mij bidden”. Wij kunnen allemaal een beetje verder gaan en beter bidden; maar het vragen aan de Heer: “Heer, leer mij bidden”. Laat ons dat in deze Advent doen, Hij zal onze vraag zeker niet onbeantwoord laten.

Terug naar overzicht
By | 2018-12-11T20:23:36+00:00 6 december 2018|Woord van de paus|0 Comments