Met het kruis onderhandelt men niet

14-4-2019 Palmzondag – Met het kruis onderhandelt men niet
Men aanvaardt het, zwijgend, biddend, zich vernederend of men verwerpt het

“In momenten van duisternis of grote tegenspoed, moet men zwijgen, de moed hebben te zwijgen”, zo luidt de aanbeveling van paus Franciscus bij de opening van de Goede Week: “de oorlog tussen God en de prins van deze wereld … het gaat er niet om het zwaard te trekken, maar kalm te blijven, sterk in het geloof. Het is het uur van God”.
In zijn overweging van het lijden van Christus, waarschuwt de paus tegen “triomfalisme” dat “het doel probeert te bereiken langs kortere wegen, verkeerde compromissen”: “triomfalisme leeft van gebaren en woorden die niet door de smeltkroes van het kruis gegaan zijn; het voedt zich met confrontatie met de anderen en bevindt hen altijd slechter, beperkter, mislukt”.
De paus evoceert “een subtiele vorm van triomfalisme”: “de spirituele mondaine geest, het grootste gevaar, de meest verraderlijke bekoring die de Kerk bedreigt”.
“Jezus vernietigt het triomfalisme door Zijn lijden”, gaat de paus verder en hij benadrukt, dat om de “ware triomf” te bereiken, “men plaats dient te maken voor God; en om plaats te maken voor God, is er slechts één manier: zich ontledigen van zichzelf. Zwijgen, bidden, zich vernederen. Met het kruis onderhandelt men niet, men aanvaardt of verwerpt het.”

De toejuichingen bij de intocht in Jeruzalem en de vernedering van Jezus. Feestelijke kreten en meedogenloze verbetenheid. Dit dubbel mysterie gaat ieder jaar gepaard met de opening van de Goede Week, in de twee karakteristieke momenten van deze viering: de processie met palm- en olijftakken in het begin en daarna de plechtige lezing van het lijdensverhaal.

Laten wij ons in deze door de Heilige Geest bezielde actie betrekken, om te verkrijgen wat wij in het gebed gevraagd hebben: onze Verlosser op Zijn weg met geloof vergezellen en altijd het grote onderricht van Zijn lijden voor de geest houden als model van leven en overwinning op de geest van het kwaad.

Jezus toont ons hoe de moeilijke ogenblikken en meest verraderlijke bekoringen het hoofd te bieden, door in het hart een vrede te bewaren die geen kwestie is van afstandelijkheid, noch van ongevoeligheid of de houding van een supermens, maar van overgave die vertrouwt op de Vader en Zijn wil van heil, leven en barmhartigheid. Hij is in heel Zijn zending door de bekoring gegaan “Zijn werk te doen”, door Zijn manier van doen te verkiezen en zich los te maken van de gehoorzaamheid aan de Vader. Van in het begin, in de strijd van veertig dagen in de woestijn, tot het einde, in de Passie, wijst Jezus deze bekoring af uit vertrouwende gehoorzaamheid aan de Vader.

Ook vandaag, bij Zijn intrede in Jeruzalem, toont Hij ons de weg. Want in dit gebeuren, had de boze, de prins van deze wereld, een troef om uit te spelen: de troef van het triomfalisme, en de Heer heeft geantwoord door trouw te blijven aan Zijn weg, de weg van de nederigheid.

Triomfalisme probeert het doel te bereiken door kortere wegen, verkeerde compromissen. Het heeft de praalwagen van de overwinnaars op het oog. Triomfalisme leeft van gebaren en woorden die echter niet door de smeltkroes van het kruis gegaan zijn; het voedt zich met confrontatie met de anderen en bevindt hen altijd slechter, beperkter, mislukt. … Een subtiele vorm van triomfalisme is de spirituele mondaine geest, het grootste gevaar, de meest verraderlijke bekoring die de Kerk bedreigt (cf de Lubac). Jezus heeft het triomfalisme door Zijn lijden vernietigd.

De Heer heeft werkelijk de vreugde gedeeld van het volk en de jongeren, die Zijn Naam riepen en Hem tot Koning en Messias uitriepen. Zijn hart verheugde zich bij het zien van het enthousiasme en de feestvreugde van de armen van Israël. Zodat Hij de farizeeën, die Hem vroegen Zijn leerlingen terecht te wijzen wegens hun ergernisgevende uitroepen, antwoordde: “als zij zwijgen, zullen de stenen roepen” (Lc 19,40). Nederigheid wil niet zeggen de werkelijkheid ontkennen en Jezus is werkelijk de Messias, de Koning.

Maar in het hart van Christus is er tegelijk een andere weg op de heilige weg die alleen Hij en de Vader kennen: de weg die leidt van de “hoedanigheid van God” naar de “hoedanigheid van dienaar”, de weg van de vernedering in de gehoorzaamheid “tot de dood, tot de dood aan een kruis” (Fil 2,6-8). Hij weet dat Hij om de ware triomf te bereiken, plaats moet maken voor God; en om plaats te maken voor God, is er slechts één manier: zich van zichzelf ontledigen. Zwijgen, bidden, zich vernederen. Met het kruis, broeders en zusters, onderhandelt men niet, ofwel aanvaardt men het ofwel verwerpt men het. Door Zijn vernedering heeft Jezus voor ons de weg van het geloof willen openen en ons daar voorgaan.

De eerste om die weg na Hem te gaan, is Zijn Moeder, Maria, de eerste leerlinge. De Heilige Maagd en de heiligen hebben moeten lijden om in het geloof en in de wil van God te gaan. Tegenover de harde en pijnlijke gebeurtenissen van het leven, vraagt een antwoord in geloof “een bijzondere moeite van het hart” (cf H. Johannes Paulus II, Enc. Redemptoris Mater, n. 17). Het is de nacht van het geloof. Maar alleen in deze nacht breekt de dageraad aan van de verrijzenis. Aan de voeten van het kruis, heeft Maria teruggedacht aan de woorden waarmee de Engel Haar Zoon had aangekondigd: “Hij zal groot zijn (…); God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen” (Lc 1,32-33). Op Golgota staat Maria tegenover de totale ontkenning van deze belofte: Haar Zoon is als een misdadiger in doodstrijd op een kruis. Zo werd het triomfalisme, vernietigd door de vernedering van Jezus, ook vernietigd in het hart van de Moeder; Zij konden allebei zwijgen.

Voorgegaan door Maria, zijn talloze heilige mannen en vrouwen Jezus gevolgd op de weg van de nederigheid en gehoorzaamheid. Vandaag, op de Wereldjongerendag, zou ik de vele jonge heilige mannen en vrouwen voor de geest willen halen, vooral “van naast de deur”, die God alleen kent, en die Hij ons soms bij verrassing kenbaar maakt. Dierbare jongeren, wees niet beschaamd uw enthousiasme voor Jezus te tonen, uit te roepen dat Hij leeft, dat Hij uw leven is. Maar wees tegelijk niet bang Hem op de weg van het kruis te volgen. En wanneer u zal voelen dat Hij u vraagt uzelf te verloochenen, u van uw zekerheden te ontdoen, u helemaal aan de Vader in de Hemel toe te vertrouwen, verheug u dan en jubel! U bent op de weg van het Rijk Gods.

Feestelijke kreten en meedogenloze verbetenheid; de stilte van Jezus in Zijn lijden is indrukwekkend. Hij overwint ook de bekoring een antwoord te geven, mediatiek te zijn. In de ogenblikken van duisternis en grote tegenspoed moet men zwijgen, de moed hebben te zwijgen, tenminste als het een sereen zwijgen is, geen wrokkig zwijgen. De zachtmoedigheid van de stilte zal ons nog kwetsbaarder doen lijken, nog meer vernederd, en dan zal de duivel moed vatten en met onverhuld gelaat naar buiten treden. Men dient hem weerstand te bieden in het zwijgen, op zijn positie te blijven maar met dezelfde ingesteldheid als Jezus. Hij weet dat de oorlog zich afspeelt tussen God en de prins van deze wereld en dat het er niet om gaat het zwaard te trekken, maar kalm te blijven, sterk in het geloof. Dit is het uur van God. En in het uur waarop God neerdaalt in de strijd, moet men Hem laten doen. Onze veilige plaats zal onder de mantel van de heilige Moeder van God zijn. En zolang wij wachten tot de Heer komt en de storm stilt (cf Mc 4,37-41), geven wij door ons stil en biddend getuigenis, aan onszelf en de anderen “reden van de hoop die in ons leeft” (cf 1 Petr 3,15). Dat zal ons helpen te leven in de heilige spanning tussen de herinnering aan de beloften, de realiteit van de huidige vastberadenheid op het kruis, en de hoop op de verrijzenis.

Terug naar overzicht
By |2019-04-14T21:50:41+02:00 14 april 2019|Geen categorie|0 Comments