27-10-2019 Angelus – Om Jezus voor te leven, om het Evangelie voor te leven, moet men uit zichzelf treden

Dit zegt de paus wanneer hij de synode voor Amazonië voor de geest haalt. Hij legt uit dat de leden van de synode deze tocht, en zelfs deze boottocht, ver van “ideologieën” hebben gemaakt: “Wij hebben ons aangemoedigd gevoeld om naar het diepe te varen, de comfortabele oevers van onze beveiligde havens te verlaten om naar diepe wateren te gaan: niet de moerassige wateren van ideologieën, maar de volle zee waar de Geest ons vraagt de netten uit te werpen”.
De paus evoceert tevens het belang van inculturatie, in de leerschool van de Heilige Maagd: geen enkele cultuur is “puur”, alleen het Evangelie is “puur”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
De Mis die deze morgen in Sint-Pieter opgedragen werd, besloot de buitengewone Vergadering van de bisschoppensynode voor het panamazonisch gebied.

De eerste lezing uit het boek van Jezus Sirach herinnert ons aan het vertrekpunt van deze weg: het gebed van de arme dat “door de wolken heen” dringt, want God “luistert naar het gebed van de ontrechte” (35,21.16). De roep van de armen en de roep van de aarde zijn vanuit Amazonië tot ons gekomen. Na deze drie weken, kunnen wij niet doen alsof wij hem niet gehoord hebben.

De stem van de armen, met de stem van zoveel andere mensen in en buiten de synode – herders, jongeren, wetenschappers – spoort ons aan niet onverschillig te blijven. Wij hebben dikwijls de zin gehoord “later is het te laat”: deze zin kan geen slogan blijven.

Wat is de synode geweest? Zoals het woord het zegt, was het samen op weg gaan, gesteund door de moed en troost die van de Heer kwamen. Wij hebben elkaar op deze weg in de ogen gekeken en hebben oprecht naar elkaar geluisterd, zonder de moeilijkheden te verbergen, en hebben ervaren hoe schoon het is samen op weg te gaan, te dienen.

De apostel Paulus stimuleert ons daartoe in de tweede lezing van vandaag: in een dramatisch ogenblik voor hem, wetend dat zijn bloed weldra zal geplengd worden – dat wil zeggen, dat hij zal gedood worden – en dat het ogenblik gekomen is om dit leven te verlaten (cf 2Tim 4,6), schrijft hij: “de Heer heeft mij ter zijde gestaan en mij kracht gegeven om mijn ambt als prediker van het evangelie ten einde toe te vervullen, zodat alle volken ervan horen” (v. 17).

Dat is de laatste wens van Paulus: niet iets voor zichzelf of voor iemand van zijn volk, maar voor het Evangelie, dat het aan alle volken zou verkondigd worden. Dat gaat voor alles en telt meer dan alles. Ieder van ons zal zich meermaals hebben afgevraagd wat voor goed hij in zijn leven moet doen; vandaag is het ogenblik. Stellen wij ons de vraag: wat voor goeds kan ik voor het Evangelie doen?

Tijdens de synode, die voor de verkondiging van het Evangelie nieuwe wegen wou openen, hebben wij ons die vraag gesteld. Men verkondigt datgene wat men zelf beleeft. En om Jezus voor te leven, om het Evangelie voor te leven, dient men uit zichzelf te treden. Dan hebben wij ons aangemoedigd gevoeld om naar het diepe te varen, de comfortabele oevers van onze beveiligde havens te verlaten om naar diepe wateren te gaan: niet de moerassige wateren van ideologieën, maar de volle zee waar de Geest ons vraagt de netten uit te werpen.

Aanroepen wij de Maagd Maria voor de weg die voor ons ligt. Zij wordt vereerd en bemind als Koningin van Amazonië. Zij is dat niet door verovering geworden, maar door zich te incultureren: met Haar nederige moed als moeder, is Zij de bescherming geworden van Haar kleinen, de verdediging van de verdrukten. Door steeds naar de cultuur van de volken te gaan. Er is geen standaardcultuur, er is geen pure cultuur die de andere culturen zuivert; er is het Evangelie, puur, dat geïncultureerd wordt. Tot Haar, die in het arme huis van Nazareth voor Jezus gezorgd heeft, vertrouwen wij de armste kinderen en ons gemeenschappelijk huis toe.

Terug naar overzicht