Ook Ik veroordeel u niet

7-4-2019 Angelus – “Ook Ik veroordeel u niet”

“Jezus laat de vrouw gaan met deze prachtige woorden: “ga heen en zondig van nu af niet meer”. Zo opent Jezus een nieuwe weg voor haar, door de barmhartigheid geschapen, een weg die haar engagement vraagt om niet meer te zondigen”: dat is de commentaar van paus Franciscus bij het Evangelie van deze zondag.
Hij past de les van dit Evangelie toe op het leven van de gedoopte in deze Vasten: “Het is een uitnodiging die voor ieder van ons geldt: wanneer Jezus ons vergeeft, opent Hij altijd een nieuwe weg om vooruit te gaan. In deze Vastentijd zijn wij geroepen ons als zondaar te erkennen en aan God vergeving te vragen”.
De paus benadrukt dat het om een nieuw toekomstperspectief gaat: “En vergeving doet op haar beurt, door ons te verzoenen en vrede te geven, een nieuwe geschiedenis beginnen. Elke echte bekering beoogt een nieuwe toekomst, een nieuw leven, een mooi leven, een leven dat vrij is van zonden, een edelmoedig leven. Laat ons niet bang zijn om aan Jezus vergeving te vragen omdat Hij voor ons de deur opent naar dat nieuwe leven”.
Paus Franciscus doet ook opmerken dat slechte woorden vergelijkbaar zijn met steniging en hij vraagt er niet aan toe te geven: “Deze scène nodigt ook ieder van ons uit, bewust te worden dat wij zondaars zijn en dat wij uit onze handen de stenen te laten vallen van achterklap, veroordeling en roddel die we anderen soms willen aandoen. Wanneer wij kwaad spreken over anderen, werpen wij stenen, dan zijn wij zoals zij”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Op deze vijfde zondag in de Vasten, presenteert de liturgie de geschiedenis van de overspelige vrouw (cf Joh 8,1-11). Twee houdingen staan tegenover elkaar: die van de Schriftgeleerden en Farizeeën enerzijds en die van Jezus anderzijds. De eersten willen de vrouw veroordelen want zij voelen zich de behoeders van de Wet en de trouwe toepassing ervan. Jezus wil haar daarentegen redden, want Hij verpersoonlijkt de barmhartigheid van God die door te vergeven, vrijkoopt en door verzoening, nieuw maakt.

Laat ons naar het gebeuren kijken. Terwijl Jezus onderricht in de Tempel, brengen de Schriftgeleerden en Farizeeën een vrouw bij Hem die op overspel betrapt is; zij plaatsen haar in het midden en vragen aan Jezus of ze moet gestenigd worden, zoals de Wet van Mozes voorschrijft. De evangelist preciseert dat zij Hem die vraag stellen “als een strikvraag in de hoop Hem ergens van te kunnen beschuldigen” (v. 6). Men kan veronderstellen dat dit hun doel was – dat is de boosheid van die mensen: het nee aan steniging zou een reden geweest zijn om Jezus te beschuldigen van ongehoorzaamheid aan de Wet, het ja daarentegen om Hem aan te klagen bij de Romeinse overheid die het vellen van een vonnis voor zich had voorbehouden en geen executies door het volk toeliet. En Jezus moet antwoorden.

De gesprekspartners van Jezus zijn opgesloten in de impasses van legalisme en zij willen de Zoon van God opsluiten in hun perspectief van oordeel en veroordeling. Maar Hij is niet in de wereld gekomen om te oordelen en te veroordelen, wel om te redden en mensen een nieuw leven te geven. En hoe reageert Jezus op deze strikvraag? Vooreerst zwijgt Hij een ogenblik en buigt zich om met de vinger op de grond te schrijven, alsof Hij er wil aan herinneren dat God de enige Wetgever en Rechter is, die de Wet op steen geschreven had. Daarna zegt Hij: “Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen” (v. 7). Op die manier doet Jezus beroep op het geweten van die mannen: zij voelden zich “kampioenen van de gerechtigheid”, maar Hij, Hij roept hen op zich bewust te worden van hun conditie als zondaars, zodat zij zich het recht niet kunnen toe-eigenen op leven of dood van één van hun gelijken.

Het Evangelie zegt dat op dat moment, de ene na de andere vertrekt, te beginnen met de oudsten – dat wil zeggen die het meest expert zijn in hun eigen ellende – en zij onthouden zich ervan de vrouw te stenigen. Deze scène nodigt ook ieder van ons uit bewust te worden dat wij zondaars zijn en uit onze handen de stenen te laten vallen van achterklap, veroordeling en roddel die we anderen soms willen aandoen. Wanneer wij kwaad spreken over anderen, werpen wij stenen, dan zijn wij zoals zij.

Op het einde, blijven nog slechts Jezus over en de vrouw, daar, in het midden: “de ellendige en de barmhartigheid”, zegt de heilige Augustinus (In Joh 33,5). Jezus is de enige zonder fout, de enige die een steen op haar had kunnen werpen, maar Hij doet het niet, omdat God “niet de dood van de zondaar wil, maar dat hij zich bekeert en leeft” (cf Ez 33,11). En Jezus laat de vrouw gaan met deze prachtige woorden: “ga heen en zondig van nu af niet meer”. Zo opent Jezus een nieuwe weg voor haar, door de barmhartigheid geschapen, een weg die haar engagement vraagt om niet meer te zondigen.

Het is een uitnodiging die voor ieder van ons geldt: wanneer Jezus ons vergeeft, opent Hij altijd een nieuwe weg om vooruit te gaan. In deze Vastentijd zijn wij geroepen ons als zondaar te erkennen en aan God vergeving te vragen. Door ons te verzoenen en vrede te geven, maakt vergeving op haar beurt een nieuwe geschiedenis mogelijk. Elke echte bekering beoogt een nieuwe toekomst, een nieuw leven, een mooi leven, een leven dat vrij is van zonden, een edelmoedig leven. Laat ons niet bang zijn om aan Jezus vergeving te vragen omdat Hij voor ons de deur opent naar dat nieuwe leven.

Moge de Maagd Maria ons helpen voor iedereen te getuigen van de barmhartige liefde van God die ons in Jezus vergeeft en die ons leven nieuw maakt, door altijd nieuwe mogelijkheden te bieden.

Terug naar overzicht
By |2019-04-14T21:50:48+02:00 8 april 2019|Woord van de paus|0 Comments